... Om in mijn liefde te blijven

1991-04-26
  • Jaargang 35
  • nummer 9
Eén van de geboden van Jezus. Genomen uit het evangelie van Markus. Om het. zoals afgesproken. te houden tegen het licht van het woord van de Here dat we vonden in Johannes 15:10: "Indien gij mijn geboden bewaart. zult gij in mijn liefde blijven..." Een uitspraak waarmee de Here zijn geboden plant in het hart van ons bestaan. Het verlangen om te blijven binnen het domein van zijn liefde. dat moet ons bewegen om de geboden te onderhouden.

Een drastisch gebod
"Indien uw hand u tot zonde verleidt, houw hem af...". Het is een gebod dat er, om zo te zeggen, op inhakt. En het blijft daar niet bij. Er volgen nog twee soortgelijke voorschriften: "Indien uw voet u tot zonde zou verleiden, houw hem af...". en: "Indien uw oog u tot zonde zou verleiden, ruk het uit...". We houden de adem in. Om het ingrijpende van de geboden zelf, én om wat de Here er aan toevoegt. "Het is beter, dat gij verminkt ten leven ingaat, dan dat gij met uw beide handen ter helle vaart, in het onblusbare vuur."
Dit gebod is dermate drastisch, dat we ogenblikkelijk onze 'ja, maars' in stelling brengen. In ons hart vragen we ons af of het nog wel reëel is wat de Here hier van ons vraagt. En met ons verstand proberen we de schade te beperken door het gebod zoveel mogelijk af te zwakken.

Liefde voor zijn geboden
Zeker als het de geboden betreft, spreekt een mens al gauw voor zijn beurt. Laten wij dit drastische getrod daarom vooraf plaatsen in het licht van het eerder genoemde woord: "Indien gij mijn geboden bewaart, zult gij in mijn liefde blijven." Het is dan meteen duidelijk, dat het eerste wat ons gevraagd wordt is: liefde voor Christus' geboden. Want die geboden zijn blijkbaar bestemd om ons leven bij Hem, de ware wijnstok, te houden! Als we ons dat, in de aanloop naar dit concrete gebod, niet realiseren, dan is het de vraag of wij ons er ooit aan gewonnen zullen geven.
Wie ingeplant is in de Wijnstok, van hem wordt liefde voor de geboden verwacht. Tussen haakjes: zo ga je Psalm 119 op een nieuwe wijze lezen: "Ik vind mijn vreugde immers in uw geboden, ik heb ze liéf!" (vs. 47). Vanuit Christus gezien willen de geboden in de grond niets anders dan het verlangen in ons brandend houden om te blijven in zijn met de dood bezegelde liefde.

De valstrik van onze mogelijkheden
"Indien uw hand u tot zonde verleidt, houw hem af." Vanuit het vertrouwen dat we in dit concrete gebod te maken hebben met de zorg en de liefde van de Heiland, nemen we nu de tijd om het te overdenken.
Het eerste wat we vaststellen is, dat een woord voor 'zonde' in de Griekse tekst niet voorkomt. Er staat: "Indien uw hand u in een valstrik brengt...".
Blijkbaar wil de Here zeggen,dat een mens, door wat hij met zijn handen doet, in een val terecht kan komen. Dat dat dan alles met 'zonde' te maken heeft, spreekt voor zich. Maar laten we moeite doen om het beeld van de valstrik vast te houden.
Onze hand, maar ook de voet en het oog dat de Here vervolgens noemt, staan samen voor de vrijwel onbegrensde mogelijkheden die de mens gegeven zijn. De mogelijkheid om van alles en nog wat aan te pakken, de mogelijkheid om op dingen af te gaan, de mogelijkheid om wat je ziet in je op te nemen.
Mogelijkheden moet je uitbuiten. Dat is een wet geworden in onze cultuur die zweert bij het woord 'ontwikkeling'. En het lijkt allemaal prachtig en zonder meer het nastreven waard.
Maar nu zegt de Here in dit gebod: wees op de hoede voor je mogelijkheden.
Want ze kunnen een valstrik voor je worden. Ontwikkel de talenten die je ontvangen hebt mefvreugde; maar word geen slaaf van de ontwikkelingsmanie.
Wat je aanpakt, waar je op afgaat, wat je in je opneemt, het kan een valstrik voor je worden.
Dat kàn! De één zal op zijn hand moeten letten, de ander vooral op zijn voet, en een derde zal er acht op moeten geven wat hij toelaat tot zijn oog.
De mens is geneigd tot alle kwaad; maar: niet alle mensen zijn geneigd tot hetzelfde kwaad. Dezelfde mogelijkheden kunnen de een tot een valstrik worden, terwijl de ander op dat front nauwelijks strijd hoeft te leveren.
Prediker heeft gezegd: "Beter is het zien der ogen dan het jagen der begeerte" (6:9). De een zal dat kunnen onderschrijven, een ander zal moeten erkennen: wat ik zie met mijn ogen wakkert de begeerte juist bij mij aan.
Voor de een is een video-recorder een dienstbaar instrument, voor de ander een valstrik.

Tenaggesnoeid naar de wijnstok
"Indien uw hand u in een valstrik brengt, houw hem af". Met dit gebod komt de Here in mijn leven binnen.
Aan mij de vraag: welke mogelijkheden moet ik wellicht laten liggen, omdat ze mij tot een valstrik kunnen worden?
Want zo drastisch is het inderdaad.
Om mij binnen het areaal van zijn liefde te houden, vraagt de Here van mij om stukken grond in mijn leven braak te laten liggen; vraagt Hij, om wat wel binnen mijn mogelijkheder, ligt, niet maar automatisch ten uitvoer te brengen.
Een mens kan zijn leven verliezen in kansen die hij met beide handen denkt te moeten aangrijpen; hij kan het verliezen in dingen waar hij voor zijn besef koste wat het kost op af moet; hij kan het verliezen in een blik die hij meent te moeten beantwoorden.
Dit gebod is daarom werkelijk een snoeimes. En het snijdt in op een, zeker voor onze eeuw, gevoelig punt.
Laat alles wat in je zit er toch uitkomen!
Die aanbeveling komt van alle kanten op je af. Vergezeld van het dreigement: als je niet toegeeft aan je verlangens, frustreer je jezelf! En dat is natuurlijk niet uit de lucht gegrepen.
Wie alleen maar bezig is met het onderdrukken van zijn al dan niet verborgen wensen, die loopt het gevaar dat ze op een gegeven moment exploderen.
Maar door het gebod om mogelijkheden die een valstrik voor mij kunnen worden niet te ontginnen, komt mijn' leven niet in een vacuüm terecht. Het wordt juist in beweging gezet in de richting van de Wijnstok. Ik word teruggesnoeid naar die Wijnstok toe! Ik laat dingen liggen, om des te vaster geënt te worden op Hem!
Geen wonder dat de opwekking om de geboden te bewaren in het evangelie gelijk opgaat met de belofte van de Geest (Joh. 14:15-16).

Het is beter...
Het drieledige gebod over de hand, de voet en het oog, wordt steeds gevolgd door de verzekering: "Het is beter..."
"Het is beter dat gij verminkt ten leven ingaat, dan dat gij met uw beide handen ter helle vaart, in het onblusbare vuur". In die verzekering komt de volle ernst van het gebod op ons af, maar ook de vreugde ervan. Want dat 'beter' mogen we tot de rand toe vullen, wanneer we het verstaan in het licht van het mogen blijven in de liefde van de Here.
Dit gebod bewaren we niet, wanneer we het al zuchtend en steunend, als een vorm van zelfkastijding, in praktijk proberen te brengen. We bewaren het, door het met vreugde toegang te geven tot de plaats in ons leven waar de beslissingen vallen. Met de blijde verwachting: te mogen blijven binnen de grenzen van Christus' liefde.

En als iemand gezondigd heeft...
Zijn geboden, Jezus plant ze bij ieder die in Hem gelooft in het hart van zijn bestaan. "Indien gij mijn geboden bewaart, zult gij in mijn liefde blijven...". En wee degene, die zich - al is het met een beroep op de genadeonder de klem van de geboden probeert uit te werken: zijn leven binnen het domein van Christus' liefde zet hij op het spel!
Maar als het niettemin gebeurt dat onze hand, onze voet, ons oog ons in een valstrik brengt? Het antwoord is duidelijk. "Als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader: Jezus Christus de rechtvaardige. En Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld" (1 Joh. 2:1-2). We worden dan verwezen naar de Wijnstok die alle gerechtigheid heeft vervuld.
In het licht van zijn liefde mogen wij met vreugde de weg van zijn geboden lopen. Niet om ons zijn liefde te verwerven, maar om in zijn liefde te blijven!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief