De weg uit het moeras
1991-04-26
Ds. E.A. de Boer e.a.: 'De weg uit het moeras' - Uitgave van Oosterbaan en Le Cointre B.V. te Goes - 175 pag. gebonden - f 25,50.- Jaargang 35
- nummer 9
De Uitgever heeft zèlf vrijgemaaktgereformeerde predikanten van de jonge garde uitgenodigd een preek te schrijven over een hoofdstuk uit het boek Prediker. Het geheel is gebundeld en aan ons in boekvorm gepresenteerd.
We moeten zeggen, dat in doorsnee aan de exegese van de tekst door de diverse voorgangers de nodige aandacht is besteed. Men is ook de moeite, die sommige mensen hebben met dit Bijbelboek in het geheel van de canon van de Heilige Schrift, niet uit de weg gegaan. Ds. De Boer merkt in zijn preek over Prediker 1:1-130p: "Mensen buiten de kerk hebben vaak nog een beetje houvast aan de Prediker, als de laatste strohalm in de Bijbel. Mensen, die nog wel 'in Godsnaam' zeggen. Maar mensen in de kerk hebben er juist moeite mee.
Is dit boek niet te somber? Is er voor de christen niet veel meer te zeggen dan: "alles is ijdelheid, alles is zinloos?"
En mag een christen dit nog wel zo zeggen? Zo spreken in Gods Naam? Het is een wonderlijke stand van zaken; mensen, die de betrouwbaarheid van de overgeleverde leer hebben losgelaten, zij vinden steun bij Prediker. Maar mensen, die heel de Bijbel als het Woord van God willen aanvaarden, weten er geen raad mee.
Ja, als dit boekje uit de Bijbel gelicht en los verkocht wordt, kan het een mens gelijk lijken te geven. Maar binnen de Bijbel wijst de Prediker het grote ongelijk van de mens aan. Het is geen boek om je omgàng met de Bijbel mee te eindigen, maar om mee te beginnen". Ds. De Boer formuleert dan het volgende preekthema: Prediker schreeuwt in Gods naam om Christus.
Dit is een goede inzet van het geheel van dit boek. Hoewel ik vind, dat in sommige preken de naam en het werk van Jezus Christus wel eens wat geforceerd ter sprake wordt gebracht.
Het vloeit dan niet uit de stof zèlf voort, maar moet per se gememoreerd worden.
Je mag immers niet het risico lopen beticht te worden van een duidelijk tekort als'het gaat om Christocentrische verkondiging. Ik bedoel dit in genen dele hatelijk. Ik ervaar al ettelijke jaren hoe moeilijk en hoe mooi preken is.
Maar als ik heb ontdekt hoe het bespreken van een bepaalde tekst mij het uitzicht opent op de toekomst en in eerste instantie de lijn laat zien, die loopt naar Advent, krijg ik ook oog voor meerdere aksenten, die de Geest legt en voor meerdere perspektieven, die de Auteur van de hele Bijbel voor mij opent. En dat mag ik laten zien aan de gemeente van het Verbond. De vreugde waarover Prediker het heeft is niet ingekapseld. Het is niet in de stijl van Carpe Diem (Pluk de dag). We hebben hier op aarde in de beleving van ons geluk en van alles wat het geluk horizontaal gezien in gevaar brengt niet te maken met een gesloten circuit. Het is de kracht van deze bundel, dat daarop steeds gewezen wordt door de diverse dienaren van het Woord. De Opstanding van Christus komt steeds weer aan de orde. I Cor. 15 wordt dan niet voor niets genoemd.
Onze arbeid en ons hele leven is niet ijdel in de Here. Toch heb ik eigenlijk een herleiding tot Genesis 3 gemist.
Men kan stellen, dat dat in dit Bijbelboek niet op de voorgrond geplaatst wordt, maar als er regelmatig gesproken wordt over tobben en zwoegen onder de zon kan niemand ontkennen, dat de oorsprong daarvan ligt in de zondeval van de mens. En dan had men tevens de lijn kunnen doortrekken naar Openbaring 21, de vernieuwing van de hele samenleving. De moeiten zijn dàn voorbij. De blijdschap heeft dàn definitief het eerste en het laatste woord.
Natuurlijk is de ene preek beter uitgevallen dan de andere. Er zijn preken bij waarin het vermaan wat meer uit de verf had moeten komen al moet men ook in het vermaan genuanceerd te werk gaan. Maar in doorsnee is de aanpak fris te noemen Waarbij ikzonder iets van het goede van de preken van de andere kollega's af te doen - met name wil vermelden, dat Ds. J. Hagg en ds. H. Drost een uitstekend werkstuk hebben geleverd. Een nadeel is, dat zo nu en dan bepaalde gedeelten, voornamelijk als het de inleiding op de preek betreft, elkaar overlappen.
Men wil natuurlijk allemaal eerst aangeven van welk Bijbelboek de tekst deel uitmaakt. Ook is over de vreze des HEREN wel wat meer te zeggen dan ik in twee preken tegenkwam.
De aanspraak van de gemeente: Broeders en zusters, jongens en meisjes, is onjuist! Ook die jongens en meisjes zijn broeders en zusters. Zeg dan liever: Broeders en zusters, jong en oud of: oud en jong. Aan het slot van elke preek treft men vragen aan, die willen prikkelen om over één en ander door te·spreken. Onze slotkonklusie luidt: een prekenbundel, die wij een aanbeveling niet mogen onthouden!
Oosterbaan en Le Cointre zorgde voor een keurige uitgave.