De zonde tegen de Heilige Geest
1991-04-26
In de serie Pasmunt, uitgegeven door De Groot Goudriaan te Kampen, verscheen deel 15 handelend over De zonde tegen de Heilige Geest (75 blz., f 12,90). Het is geschreven door ds. D. Rietdijk, predikant van de Gereformeerde Gemeente Moerkapelle.- Jaargang 35
- nummer 9
Een goed boekje over een moeilijke zaak: duidelijk, praktisch, pastoraal en wat van doorslaggevende betekenis is, schriftuurlijk, zij het met zekere accenten waar je wel eens verder over zou willen praten.
Wat de schrijver beoogt is (door de uitgever) op de achterzijde van de omslag als volgt verwoord: "Het unieke van de zonde tegen de Heilige Geest en de aard van deze zonde maakt dat er veelal een geheimzinnige waas hangt rond dit thema. Ds. Rietdijk gaat hierop in en legt uit met behulp van teksten uit de evangeliën en de brieven wat precies bedoeld wordt.
Interessant is vervolgens te zien hoe in de tijd van de Reformatie, de Nadere Reformatie en het recente verleden over de zonde tegen de Heilige Geest is gedacht. Daarnaast krijgt de pastorale kant van dit thema veel aandacht: de weg tot deze zonde en de angst ervoor".
De auteur heeft opgemerkt dat in zijn (vrij grote) kerkelijke gemeente - ook bij jongeren - de vrees bestaat dat je in deze zonde zult vallen en dan is er geen vergeving (7). Hij meent daarom dat onderwijs over het hoe en wat van deze zonde noodzakelijk is. Daartoe gaat hij eerst na wat haar karakter is.
Ze komt voor waar in de gemeente Gods genade niet meer in geloof en met blijdschap ontvangen wordt, tengevolge waarvan door verachtering en het bedroeven van de Heilige Geest een situatie kan ontstaan die leidt tot verzet tegen die genade, in feite tegen de Middelaar, die de HEREons gegeven heeft. Geleidelijk aan groeit dan tegenstand, ja zelfs zo - en dat is de kern - dat het werk van de Heilige Geest als duivelswerk gescholden wordt en vijandschap zich openbaart.
De Here Jezus heeft daarover duidelijk gesproken tegen Farizeeën en Schriftgeleerden, zie Matth. 12:26 e.d. Onderscheiden andere Schriftplaatsen komen aan de orde, zowel uit de evangeliën als uit de brieven van de apostel Johannes.
Dan komt de vraag: hoe komt iemand tot die zonde? en waarom is ze onvergeeflijk?
Is er dan wel een afval der heiligen? (zie ook Dordtsche Leerregels, hoofdstuk V, verwerping der dwalingen, art. IV) (42). Hoe moet je als gemeente en als ambtsdragers handelen als je opmerkt dat deze zonde mogelijk in de kring van de gemeente voet krijgt? De auteur besluit met een kort hoofdstuk over 'de angst van de zonde als ziekteverschijnsel'.
Ik ben begonnen met te zeggen: een goed boekje. Bijzonder vanwege het Schriftgetrouw behandelen van dit thema. Dat wil echter niet zeggen dat er geen kanttekeningen te plaatsen zijn.
Als je met dit onderwerp bezig bent valt het op hoe weinig dit in prediking, catechese en geschrift aangeroerd wordt. Dat geldt ook voor onze eigen kerkelijke kring. Wat is de oorzaak daarvan?
Wat voorts aandacht verdient is dat de zonde, de zondaar veel meer aandacht ontvangen dan de Verlosser, die toch onze Voorspraak bij de Vader is en een verzoening voor onze zonden. En niet alleen voor de onze, maar ook voor die van de hele wereld (1 Joh. 2:2). Dit komt wel ter sprake, zeker, maar het springt er niet uit, evenmin als wat we in de Schriften zo duidelijk lezen over Gods Verbond, waarop wij mogen pleiten. Niet vanwege onze godsdienstigheid, maar enkel door Zijn reddende genade. Is de verklaring hiervoor wellicht te vinden wat in kerkelijke kringen, als die waarin de schrijver een plaats heeft, zwaar geaccentueerd wordt?
Je bemerkt bij het lezen van dit werkje hoe nauw we verbonden zijn in Christus en ook hoe heel anders Zijn gaven zich in de verschillende gemeenten openbaren.