Verscheidenheid (4)
2010-09-17
In het Christelijk Weekblad van 11 juni geeft Jan van Butselaar iets door van de ervaringen van een zendingsdominee die als Gereformeerde Bonder in Kazachstan, in de voormalige Sovjet-Unie, werkzaam was geweest. Het begin van zijn verhaal was verrassend:- Jaargang 54
- nummer 18
Hij tekende hoe zijn evangelisatiewerk daar was verlopen. Na enige tijd had een familie zich bekeerd, al spoedig gevolgd door enige andere. Een bijbelstudiegroep werd gevormd, er kwam een gemeentetje tot stand. De theologische vragen kwamen op: hoe zit dat met de uitverkiezing, met de inspiratie van de Bijbel? Hoe zit het met het eeuwig heil? Ik citeer uit mijn hoofd, maar dat soort vragen waren het zo’n beetje. De toehoorders zaten met klimmende verbazing te luisteren: was er een nieuwe afdeling van de Gereformeerde Bond ontstaan in dat verre land?
Toen kwam de aap uit de mouw: het was pure fantasie! Zo was het niet gegaan. Neen, toen de zendingsdominee in Kazachstan aankwam, bleek hij bepaald niet de enige te zijn die daar het goede werk wilde aanvatten: het wemelde al van de zendelingen uit alle delen van de wereld... Hij nam, met zijn groepje, een ferme beslissing: als er iets van moest komen, dan moest worden samengewerkt. En wel met nogal ‘evangelical’ organisaties. Daar kwamen de oude woorden uit de belijdenis bepaald niet altijd aan de orde. Neen, het ging om zingen en bidden en Bijbellezen, en dat laatste niet altijd zo degelijk als hij van huis uit gewend was. Het gereformeerde werk kwam in een andere context te staan, die beter aangepast was aan de eisen en verlangens van een land in ontwikkeling. De vraag was: wat kon je dan nog doen met die gereformeerde erfenis, van uitverkiezing, soevereiniteit, zonde en schuld?
Zoals zo vaak, gaan bij zulke vragen je eigen gedachten hun eigen gang. Ja, wat doe je met die gereformeerde erfenis? Tot ieders verbazing bleek tijdens het voorbije Calvijnjaar deze wat zuur kijkende reformator toch ineens erg populair te zijn. Maar merkwaardig genoeg kwam dat vooral door zijn ethische voorschriften, over zuinigheid en vlijt en zo. Over zijn theologische ontdekkingen hoorde je niet zoveel, althans, ik heb er weinig van gehoord. Preken zijn tegenwoordig ook een heel stuk minder dogmatisch dan we vroeger wel gewend waren.
Ik ging eens bij mezelf na: wat doe ik met die gereformeerde erfenis? Ik bedacht dat ik er tot nu toe redelijk gelukkig mee was geweest. Uitverkiezing was nooit een benauwende zorg geweest, alleen een zalig idee dat Hij de wereld in zijn hand houdt. Zonde en schuld gingen samen met genade en verlossing, het begin van een nieuwe vrijheid. Maar toch, veel ‘gereformeerde’ woorden komen minder gemakkelijk uit mijn mond. Ook bij ons is de cultuur veranderd. De vraag is niet langer: hoe vind ik een genadig God?, maar: wat is de zin van ons bestaan, van mijn bestaan? Wat doe ik als ik geconfronteerd word met onnoemelijk lijden, met de machten van de dood om mij heen? Niet alleen in Kazachstan is het land anders komen te liggen dan in het Genève van de 16e eeuw...
Dat blijkt onder meer uit de liederen die we zingen. Nog altijd gaat een stevige psalm er goed bij me in, maar ik begin tot een minderheid te horen. Als je “Tussentijds” er op naslaat, gaat de belangstelling veel meer uit naar liederen die gaan over de onzekerheid van het menselijk bestaan (soms in wat wollige, haast onbegrijpelijke taal), dan over de lofliederen over de God van Israël en wat Hij voor dat volk heeft gedaan. In evangelische kringen is de lof van God nog royaal voorhanden maar om die liederen nu gereformeerd te noemen...
Mensen hebben andere zorgen, zoeken andere antwoorden in de Bijbel (of elders, helaas) en vinden andere woorden van geloof. De geloofstaal is meer mensgericht geworden. Betekent dat het einde van al dat degelijke gereformeerde? Ik denk het niet. Het geeft toch een vloertje, waarop je je ideeën verder kunt ontwikkelen. Maar de manier waarop die ‘schat der eeuwen’ vandaag mensen op hun benen kan zetten, is anders. Simpeler, directer, naar mijn gevoel. Minder omwegen via moeilijke rationalistische kronkels. Dat is dus winst voor mensen van onze tijd. Dat is zeker ook winst als je een ander moet uitleggen wat je gelooft, waarom je gelooft, waarom je naar de kerk gaat. Authenticiteit spreekt meer dan beproefde woorden. Je mag je eigen woorden kiezen.
Ach, eigenlijk doet het er ook niet zoveel toe. Als maar in Kazachstan en waar dan ook de naam van Jezus klinkt. “Samen in de naam van Jezus, heffen we het loflied aan!” Dat kun je, denk ik, in alle tijden en in alle talen wel zingen, tot je heil. U ziet: toch weer een gereformeerd slot!
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.