Puurheid die rijk maakt
2010-02-05
Twee weken geleden hebt u in Opbouw (54-2) het interview kunnen lezen met ds. Jan Kiers, geestelijk verzorger van ’s Heeren Loo. Hij ziet kansen om voor mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische achtergrond meer ruimte te creëren in de gemeente. Het aardige is dat Opbouw soms de kerkelijke grenzen overschrijdt. Diny Fockens-Brink is lid van de PKN gemeente van Terheijden, waar haar man Bert Fockens deeltijd predikant is. Diny is vrijwilliger van Gerard van Oers, een mongoloïde man van 51 jaar, en van haar komt onderstaande impressie.- Jaargang 54
- nummer 3
Gerard vindt het heel plezierig om met mij op te trekken en gaat ook graag met mij mee naar het Witte Kerkje. Zelf is hij rooms-katholiek en hij zal dus ongetwijfeld allerlei dingen missen, zoals het uitdelen van de communie, het Maria-altaar, de offerkaarsen enz. enz.
Maar daar hoor ik hem niet over. Integendeel: hij heeft het in onze kerk naar z’n zin. Hij is aanhankelijk naar allerlei kerkgangers, staat te neuzen bij de lectuurtafel of daar nog een kerkblad ligt of foldertjes die hij mooi vindt en er is een hartelijke begroeting door dominee Bert.
Voor jou
Afgelopen zondag was Gerard ook weer van de partij. En op de lectuurtafel lagen nog een paar weekkalenders voor het jaar 2010. Op de één of andere manier waren die overgebleven.
Gerard kan slechts enkele woorden lezen: Breda, Terheijden, augustus… De dagen van de week kan hij ook van elkaar onderscheiden en hij herkent namen als: Diny Fockens, Bert Fockens… Maar daar blijft het dan ook bij.
Hij heeft meer gevoel voor cijfers. Zo noemt hij altijd de getallen van kenteken-borden op (al keert hij daarbij wel regelmatig de dingen om door over zesentachtig te spreken als er achtenzestig staat, bijvoorbeeld). En hij kan de jaartallen goed benoemen.
Volop geïnteresseerd nam Gerard zo’n kalender in zijn handen. ‘Ook mooi’, zei hij.
Ik keek hem glimlachend aan en vroeg of hij zo’n kalender zou willen hebben.
‘Denk het wel ja’, antwoordde Gerard.
‘Dan is-ie voor jou’, zei ik.
Verjaardag
Gerard en ik waren ruim op tijd. We gingen op de tweede rij vooraan zitten en Gerard begon de kalender door te bladeren. Ik wist precies waar hij naar zocht: naar de maand augustus.
En jawel: na een paar minuten had hij augustus gevonden en attendeerde hij mij op het cijfer 30.
Ik knipoogde naar hem en zei: ‘Dan ben je jarig hè?’ Gerards gezicht begon te stralen en hij mompelde iets wat voor tweeënvijftig door moest gaan.
Ik diepte een pen op uit mijn tas en gaf hem die. Gerard begon prompt zijn naam te schrijven bij die 30e augustus.
En wilde er klaarblijkelijk ook het getal 52 bij hebben. Hij had de 2 al staan en wilde de 5 er achter zetten.
Ik hielp hem door aan te wijzen dat de 5 nog voor de 2 moest.
Gerard, 52 stond er vervolgens. Vol trots liet hij dat zien aan Mariëtte, die aan de andere kant van het pad zat.
Paaskaars
De dienst begon. De ouderling van dienst had aan Gerard gevraagd of hij de Paaskaars wilde aansteken.
Gerard werd dus uitgenodigd naar voren te komen en ik liep mee om hem daarin te begeleiden. Ik tilde de kaars van de standaard, zodat Gerard er makkelijker bij zou kunnen. De lont vatte meteen vlam.
Gerard wees mij vervolgens op het jaartal dat op de kaars stond. En hij noemde dat getal hardop. ‘Ja, 2009’, beaamde ik.
We gingen zitten. Gerard nam de kalender weer ter hand en sloeg opnieuw de bladzijde met 30 augustus op.
Ik zei: ‘Zal Diny de kalender in de tas doen? Dan geef ik hem straks weer aan jou’. Vond-ie prima.
Vrienden
De dienst ontrolde zich verder zoals gebruikelijk. Gerard was zoals hij altijd is. Hij gaf mij af en toe kusjes op de wang, streek meerdere keren door mijn haren en sloeg een paar keer stevig zijn arm om me heen. Alsof we dikke verkering hadden. Een paar keer beantwoordde ik al die aanhankelijkheid door te zeggen dat wij vrienden waren.
Ik kon de dienst goed bij mij binnen laten komen; werd beslist niet afgeleid door Gerard naast me.
Toen we aan het onderdeel Gebeden en Gaven toe waren vroeg Gerard weer naar zijn kalender. Zonder aarzeling gaf ik die aan hem.
Bert had ondertussen het Voorbedenboek opengeslagen, noemde wat daarin geschreven stond en waar we voor zouden bidden. Ik vouwde mijn handen, sloot mijn ogen en luisterde naar de woorden waarmee Bert de gebeden formuleerde. Ook de daarnet genoemde voorbeden kwamen langs.
Naar voren
En toen vervolgde Bert: ‘En we bidden ook voor Gerard die zijn naam heeft opgeschreven’.
‘Gerard zijn naam opgeschreven?’, dacht ik terwijl ik nog in gebed was.
‘Heeft Gerard dan zijn naam in het Voorbedenboek geschreven?’ Ik deed mijn ogen open en keek heel verbaasd naar Bert.
Bert stond niet langer alleen achter de avondmaalstafel, maar had Gerard naast zich staan. De stoel naast mij was leeg. Terwijl we als gemeente in gebed waren, had ik niet opgemerkt dat Gerard was opgestaan en naar voren was gelopen. Terwijl Bert de gemeente voorging in gebed, was Gerard naar hem toegekomen om hem de kalender te laten zien waarin hij zijn verjaardag had gemarkeerd.
Geschenk
Zoiets kan bij ons in Terheijden. Gerards gang naar voren wordt door niemand als ongepast ervaren of als heiligschennis gezien.
Ik keek naar de twee mensen achter de avondmaalstafel. Gerard stond aanhankelijk tegen Bert aan geschurkt.
Bert, op zijn beurt, had vaderlijk een arm om hem heen geslagen.
Het was een prachtig en ontroerend tafereel. En ik ervaar het als een geschenk van God dat we mensen als Gerard in ons midden hebben.
Diny Fockens is vrijwilliger van Gerard van Oers. Ze is lid van de Protestantse Gemeente te Terheijden en Wagenberg. Haar man, Bert Fockens, is als predikant aan die gemeente verbonden. Hij is tevens geestelijk verzorger bij SOVAK, een zorginstelling voor mensen met een verstandelijke handicap, waar Gerard woonachtig is.
Zie ook www-artikel 5540 op opbouwonline.nl.