Typisch NGK

2010-02-05
  • Jaargang 54
  • nummer 3
‘Typisch Nederlands Gereformeerd!’ luidde het commentaar bij een bepaald regionaal besluit.
Wat is dat dan? Zoiets als: ‘het kan niet, maar we doen het toch’? Of: ‘rommelen in plaats van regelen’ (citaat van een LV-afgevaardigde)?
‘t Is waar: NGK’ers zijn behoorlijk creatief in het zoeken van de grenzen van en gaten in ons kerkverbandelijk samenleven.

‘Kerkelijk Samenleven en Identiteit’ - zo heet één van de onderdelen van het NGP-onderwijsprogramma. Vijf colleges van twee-en-een-half uur, een werkstukje, literatuurstudie en een tentamen. Samen met een zestal studenten hebben we gezocht naar wat dan wel typisch Nederlands Gereformeerd is. Althans als het gaat om de manier van samenleven. Zowel plaatselijk, als regionaal, als landelijk.

Natuurlijk ging het over de ontstaansgeschiedenis van ons Akkoord voor Kerkelijk Samenleven. En over de vergelijking van dit akkoord met andere kerkrechtstelsels.
De meest spannende vraag was deze of ons kerkrecht nu congregationeel-independent is of presbyteriaal-synodaal.
En verder: wat houdt het ratificatierecht precies in?
Is dat in zijn meest extreme vorm gezien ons AKS nog wel te handhaven? Kortom: hoe verhoudt zich het plaatselijke gemeentelijke leven tot het regionaal/landelijke kerkverband?

Overigens werd één van de colleges - namelijk die over kerk en (Nederlands) recht - verzorgd door prof. F.T. Oldenhuis uit Groningen. Uitermate interessant!

Neemt u van mij aan: de studenten waren echt ‘NGK’.
Dat wil zeggen: met hier en daar een soort natuurlijke aversie voor het vak kerkrecht. Want in feite ging het daar natuurlijk gewoon over: het kerkrecht van en in de NG-kerken.
Maar als ik me niet vergis, is de aversie gaandeweg wel iets geslonken. In ieder geval ging het me als invallend gastdocent daar vooral om: aversie wegnemen en zo wat feeling kweken voor enig kerkrechtelijk denken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief