‘Als er meer genade gepreekt zou worden, zou er meer eenheid zijn’

2010-07-09
  • Jaargang 54
  • nummer 14
Ruim vijf jaar was Jaap van den Bos als predikant verbonden aan de GKV/NGK-samenwerkingsgemeente in Zaandam en was hij actief in beide kerkverbanden. In mei van dit jaar verruilde hij de Zaankerk voor de Kristalkerk van de GKV Hengelo. Tijd voor een terugblik, cirkelend rond leven uit genade.

De boeken staan in het gelid in de kast, maar de boormachine, pluggen en schroeven in de hoek van de studeerkamer verraden dat het nog niet gedaan is met klussen na de recente verhuizing naar Hengelo. Nog niet alle Zaanse spullen hebben in het nieuwe huis hun plek gevonden en ook kerkelijk is Jaap van den Bos nog een beetje een burger van twee werelden: met zijn hoofd in Hengelo, met zijn harthet is steeds ‘we’, als het over zijn vorige gemeente gaat - nog een beetje in de Zaanstreek: ‘Ik kijk dankbaar terug op wat er in Zaandam is gebeurd, praktisch zonder enige rimpeling. Hoe snel het is gegaan: van twee aparte kerkenraden, huisbezoek door de eigen ouderlingen en een beperkt aantal kerkdiensten samen naar één kerkenraad, huisbezoeken, waarbij de kerkelijke herkomst van de ouderling niet meer telt, en alle diensten samen. Met als basis daaronder dat mensen elkaar hebben gevonden als behorend bij Christus en dat samen vorm zijn gaan geven’.

Toen Jaap van den Bos in 2004 in Zaandam kwam, werden niet alle beelden die hij van Nederlands Gereformeerden had, bevestigd. ‘Ik vond de Nederlands Gereformeerden in Zaandam vrijgemaakter dan ik verwacht had. Ik had het gevoel dat NGK’ers veel ruimte geven aan nieuwe initiatieven, maar kreeg soms te horen: jullie vrijgemaakten halen ons links in. Zo mocht ik van de gezamenlijke kerkenraad voorgaan in missionaire diensten van de PKN. Toen reageerden broeders uit de NGK: Wat krijgen we nu?
Wij gingen vroeger op vermaanbezoek, als gemeenteleden de eigen middagdiensten verzuimden om naar de Song&Praise-diensten van de PKN te gaan en nu gaat onze eigen dominee met toestemming van de GKV-kerkenraadsleden daar voor. Ook waren de NGK’ers in de kerkenraad en de gemeente voorzichtiger met liturgische veranderingen dan de GKV’ers. En op preekbeurten in het land ben ik Nederlands Gereformeerde kerken tegengekomen waar voor mijn gevoel in de vormgeving van de dienst en de liederenkeus de tijd had stilgestaan’.

Plakkertje
Aan de andere kant ervoer hij ook verschillen tussen het NGK-deel en het GKV-deel van de gemeente. ‘Toen ik in Zaandam was beroepen, heb ik de twee afzonderlijke kerkenraden naar de sterke punten van beide delen van de gemeente gevraagd. De NGK-kerkenraad zei: We zijn een liefdevolle gemeente die dicht bij de Here Jezus wil leven. Het eerste antwoord van de GKV-kerkenraad was een antwoord dat bekwaamheid in het organiseren verraadt: We kunnen nog goed in de ambten voorzien. Daar kwam een typerend verschil aan de dag. Dat was ook gemeentebreed in het begin een onderscheidingslijn, maar sindsdien is dat steeds meer gaan mengen en één gemeentelijke cultuur geworden.

We zijn zo één geworden, dat nieuw ingekomenen echt in het boekje moeten kijken, welk administratief plakkertje er op iemand hoort. Een voorbeeld van dat mengen was er op pastoraal gebied. NGK’ers kunnen van huis uit in pastorale situaties meer ruimte, begrip en geduld voor mensen opbrengen. De GKV’ers in de gemeente hebben dat als waardevol herkend en als een begaanbaar spoor overgenomen. Dat is geen onverschilligheid voor de keuzes die mensen maken (al ligt dat gevaar altijd op de loer), maar het besef dat mensen ruimte nodig hebben om te groeien in hun relatie en hun weg met God. Wat me verder weldadig aandeed bij de Nederlands Gereformeerden was het vertrouwen dat je als predikant krijgt om zelf dingen te initiëren zonder eerst alles te moeten overleggen. Ik heb het als geestelijk gezond ervaren dat men niet alles gaat controleren of in regelingen gaat proppen’.

Vertrouwen
‘Vertrouwen’: het woord viel een paar keer en het is voor Van den Bos een sleutelwoord. ‘Het ontwikkelen van het vertrouwen dat God de dingen moet geven en dat wij dat niet kunnen pressen.
Bij vertrouwen hoort dat je de ander ziet staan en dat je durft te geloven dat de ander – mensen, kerkeneen project is waar God mee bezig is.
Je kunt mensen herkennen als broeders en zusters en tegelijk het gevoel hebben: daar en daar valt nog wel over door te praten. Dan brengt vertrouwen mee dat je niet denkt: wat voor gevoel van zekerheid geven onze plannenmakerijen ons, maar dat je vertrouwt op Gods kracht (Psalm 84, daar heb ik in mijn eerste dienst hier over gepreekt).
Dat je durft te geloven dat je naar elkaar toe zult groeien, omdat je kinderen van één huis bent’.

Ook binnen de gemeente is ‘vertrouwen’ voor de Hengelose pastor cruciaal.
‘Hoe ga je om met ethisch afwijkend gedrag: ga je er met de tucht direct bovenop zitten, er druk op zetten, maatregelen nemen? Dan ga je toch stiekem uit van de idee dat jij harten kunt veranderen. Maar dat kun je gewoon niet, dan zit je echt op de verkeerde stoel. Of verwacht je het in ontvankelijkheid van God? Als Christus echt 100% ons leven is, hoef je geen vertrouwen te zoeken in jouw constructies van kerk zijn en zo. Dat geeft een bepaalde bandbreedte, liefde voor mensen in de goot. Waarbij je misschien wel ethische oordelen kunt uitspreken, maar dat doe je niet, omdat Christus het niet deed. En je wilt er ook niets van vinden, erover oordelen, omdat je de ander zoekt in liefde. Ik zie daar in de GKV meer ruimte voor komen. Weg van het snelle oordelen en van het je afsluiten voor wat niet past, dat in onze kerkelijke genen zit en waarmee we onze identiteit veilig denken te stellen. En wat in je genen zit, raak je moeilijk kwijt. Daar is een proces van oude naar nieuwe mens voor nodig. Maar ook kerken kunnen zich bekeren’.

Kerkverband
Jaap van den Bos heeft in zijn Zaanse jaren actief meegedraaid in het kerkverband van de NGK. Hij maakte veel regiovergaderingen mee en werd tweemaal afgevaardigd naar de Landelijke Vergadering. ‘Het idee waarmee ik de NGK binnenkwam, was dat het kerkverband losser zou zijn dan dat van de GKV. Dat leek me aangenaam, omdat het meer ruimte biedt aan de plaatselijke kerken tegenover het strakke en dwingende dat van een vrijgemaakte classis kan uitgaan. Ik heb de plezierige kant van die losheid zeker ervaren, maar in onze regio zag ik ook de schaduwzijde ervan.
Op elke regiovergadering werd een rondje langs de kerken gemaakt over er plaatselijk speelt. Dat werd aangeboord, er werden liefdevolle woorden over gesproken en het werd in gebed gebracht. That’s it! Een vrijgemaakte classis zou zeggen: hé, vier van de acht classiskerken lopen aan tegen echtscheidingsproblematiek, laten we daarover een ambtsdragersdag organiseren.
En dat gebeurt dan ook. Ik baalde eerst van dat vrijgemaakte direct-er-bovenop-zitten, maar ben dat steeds meer gaan waarderen. Dat je kijkt: hoe kunnen we elkaar op dit punt dienen?’

Van den Bos en zijn Zaanse gemeente hebben geprobeerd dat in de Nederlands Gereformeerde regio te veranderen.
‘Bij een rondje langs de kerken bleek veel worsteling rond overdoop.
Aan de hand van het boekje van Jasper Klapwijk, Gelukkig gereformeerd hebben we geprobeerd de discussie niet alleen over volwassendoop, kinderdoop en overdoop te laten gaan, maar op een dieper niveau te krijgen: Wat is nou de doorgaande lijn in de bijbel? Een plan om dat binnen de regio in elkaars kerken te gaan bepreken kwam uiteindelijk niet uit de verf, omdat niemand echt het initiatief nam. Het verlangen was er wel, men applaudisseerde voor het voorstel, maar het kwam er vervolgens niet van’.

‘Op de Landelijke Vergadering ben ik echt verbaasd geweest over de beduchtheid om dingen samen te gaan doen. Ook bij dingen waarvan ik dacht: wat kun je daar nu voor bezwaren tegen hebben? Maar ik keek gelijk in de spiegel. Wat hebben GKV in de jaren zestig de Nederlands Gereformeerden aangedaan dat het zoveel jaren later nog dit soort reacties oproept en dat er nog dit soort littekens bestaan? En toch zeg ik: Durf als NGK onbekommerd dingen samen te organiseren.
Schrik er niet teveel voor terug om boodschap te hebben aan elkaar.’

Kerkelijke eenheid
Aan zijn Zaanse tijd heeft Jaap van den Bos een aantal adviezen voor kerkelijke eenheid overgehouden. ‘Een van de lessen die we hebben geleerd is: kijk elkaar in de ogen. Voer discussies niet op paper. Vertrouwen groeit zeker, doordat je elkaar vindt op dezelfde basis, maar vooral door elkaar te zien als broeders en zusters in Christus. Dat doe je niet op papier of via Skype, maar live. Het is face-toface samen dingen meemaken, elkaar als broeders en zusters in Christus ontmoeten. Dat heeft in Zaandam een enorme stroomversnelling gegeven.
Toen we samen diensten gingen houden, was het hek van de dam. Binnen de NGK merkte ik buiten de Zaanstreek ook vooroordelen: dat een vrijgemaakte scherper in de leer zou zijn, langer zou preken. Maar zodra ik een keer gepreekt had, was dat over. En dat zal andersom ook zo werken’.

Daarom wil hij graag in de Nederlands Gereformeerde kerken blijven preken, ook nu hij niet langer predikant is van een samenwerkingsgemeente.
‘Hier in Hengelo zijn GKV en NGK/CGK samenwerkende gemeenten met kanselruil, toegang tot het Avondmaal en gezamenlijke diensten.
Maar één gemeente vormen zit er om praktische redenen niet in.

Ik vind het raar dat ik om die reden niet meer in de NGK elders in het land mag voorgaan. Ik heb gemerkt hoe nuttig het werkt om bij elkaar op de kansel te staan, om beelden te corrigeren.
Ik wil graag die ruimte weer krijgen’.

Gereformeerde roots
Hij heeft nog een tweede advies aan GKV en NGK: ‘Durf blij te zijn met je gereformeerde roots. Ga niet denken dat je een verkeerd verleden hebt. Ik zie heel veel winst in evangelische invloeden, vooral in de vormen: Durven we te juichen voor God, expressief te zijn? Maar zien we in NGK en GKV nog wel de kracht en de waarde van onze gereformeerde roots? Gereformeerd wordt gezien als uit de oude doos; vandaag zijn we christen. Ja, dat zijn we allereerst. Maar ik heb in Zaandam op een gemeenteavond een presentatie gegeven van dat boek van Jasper Klapwijk. Daarmee kom je dicht bij de kern van het Evangelie uit.
Na die avond zeiden mensen uit beide bloedgroepen: we wisten niet dat we zo rijk waren. Als ze ontdekken: hé, zit dat in ons gereformeerde erfgoed, dan staan ze ineens met een glimlach op hun gezicht: Wauw, wat geweldig!
Misschien ligt daar ook wel een oplossing voor de discussies over de binding aan de belijdenis. Dat je samen opnieuw ontdekt, hoe geweldig rijk het is wat daar in staat, en dat je er daarna ook wat makkelijker en meer onbevangen mee kunt omgaan’.

Eigen ontwikkeling
Terugkijkend op zijn eigen ontwikkeling ziet Jaap van den Bos zijn studietijd in Kampen als cruciaal. Dan gaat het over zijn veelvuldige bezoeken met medestudenten aan de diensten in de Nieuwe Kerk (NGK): ‘Ik heb daar geweldig genoten van de preken van Vos en Bouma: met een diep doordachte Bijbelse inhoud en tegelijk of liever: juist daardoor voor mensen van vandaag. Dat was nieuw voor mij en daar is voor mij veel openheid voor de NGK ontstaan.
Trouwens ook door een themaweek aan de universiteit over de jaren zestig, waarbij mij echt de ogen zijn opengegaan’.

Maar vooral zijn kennismaking in zijn studententijd met de boeken van John Piper heeft een stempel op hem gezet: ‘Een verademing. Geloven niet alleen als een levensmethode waarbij je een standpunt inneemt, anderen daarop doormeet en daarop zelf doorgemeten wordt. Maar geloven als vreugde in God: God wordt het meest geëerd als wij genieten van Hem. Dát.
Het centrale van de genade heeft mij gestempeld en dat heb ik van Piper gepikt. Ik dacht: je hebt het uit de Bijbel, dan kan ik het overnemen. Daarnaast heeft Tim Keller diepe invloed op mij gehad, met zijn nadruk op: Je bent zondiger dan je dacht en meer geliefd dan je ooit durfde dromen. In mijn latere pastorale contacten heb ik ervaren dat mensen door kerkelijkheid werden afgestoten en van de genade opleefden’.

Wat Van den Bos betreft hebben genadeprediking en kerkelijke eenheid ook alles met elkaar te maken. ‘Ik heb het als heel mooi ervaren dat de prediking van de genade de gemeente van Zaandam zo één heeft gemaakt. Als er meer genade gepreekt zou worden, zou er meer eenheid zijn. En zou er misschien zo weinig eenheid zijn, doordat er zo weinig over de genade wordt gepreekt? Want door Gods genade worden zoveel andere items die belangrijker lijken gerelativeerd.
En vindt er een verandering van het hart plaats. Mensen zeiden het tegen me: we hebben opnieuw voor ogen gekregen wat echt belangrijk is, wat echt de vreugde van ons leven is. Mensen gaan ook elkáár zien: jij moet van diezelfde genade leven als ik. Je durft gewoon niet meer met andere ogen naar mensen te kijken dan God doet: ogen vol genade, door Jezus. Trots, arrogantie, zelfverzekerdheid, jezelf verheffen boven de ander, het moet echt allemaal dood. Dat is moeilijk, want dan ga je er zelf aan. Als kerken zich niet meer verwonderen over de genade, dan kunnen ze hun deuren wel sluiten. Want verwondering is de gesteldheid van je hart, waarbij je eigen kleinheid voelbaar is en waarbij Gods grootheid zichtbaar is. En waarbij je dus ook zo naar de ander en naar de andere kerk gaat kijken’.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief