Het kleine en het grote huis
2010-07-09
Het was een heel gedenkwaardig moment. Het grote doel was bereikt, maar tegelijk moest het eigenlijk allemaal nog gaan beginnen. Ik heb het over het volk Israël, dat nauwelijks gearriveerd was in het beloofde land. En nu verder… met duizend vragen van ‘dak boven het hoofd’ en ‘brood op de plank’. Tegen die achtergrond houdt Jozua een toespraak voor het verzamelde volk.- Jaargang 54
- nummer 14
Dat er in dat verhaal volop aandacht is voor de weg, die Israël had afgelegd – van Terach en Abraham af – ligt voor de hand. En ook niet onverwacht komt de aansporing om in de nieuwe, luxe leefomgeving de Heer niet te vergeten en het vooral niet op een akkoordje te gooien met de autochtone goden. Maar verrassend is wel, dat aanvoerder Jozua zijn verhaal ineens klein maakt en met een heel persoonlijk woord komt: ‘In ieder geval zullen ik en mijn huis de Heer dienen.’
Fier
Dat vijftiende vers uit Jozua 24 is vaak een trouwtekst geweest, zeker vroeger.
Eigenlijk wel een fier woord voor de trouwdag, met de volle aandacht voor iets wat je in de drukte van het dagelijks leven zomaar zou vergeten, namelijk dat de grootste dienst in het leven de dienst aan God is. Goed dus de echtparen, die zich van dat gevaar bewust waren en zich dit woord aan het begin van hun huwelijk voorhielden met de bede, dat het ook zou lukken om samen als gezin de Heer te dienen.
God ver weg
Maar buiten de trouwdienst, in een tijd van ontkerkelijking en ontgoddelijking, misstaat het woord van Jozua ook niet. Want wat is er veel dat de aandacht opeist – ik schrijf het als ‘Nederland’ voetballend net de kwartfinale heeft gehaald en het moet opnemen tegen de sterren van Brazilië.
Topsport, spanning, prachtige slow motion beelden vanuit fonkelnieuwe stadions. Het WK-voetbal is een happening, waarbij God ver weg lijkt, op het saaie en overbodige af. En anders de kerk wel. En het is natuurlijk óók een stuk entertainment, waarbij je even vergeet dat Afrika een arm en doodziek continent is en er in de wereld meer dan alleen gevoetbald wordt. Dat óók! Die paar woorden‘ik en mijn gezin zullen de Heer dienen’ – spreken allerminst vanzelf. Van welke kant je het ook bekijkt!
Structuur
Ook als na de vakantie het gewone leven van werk en school en duizend andere dingen weer begint is er weinig voor nodig of het leven met God raakt in het gedrang.
Schokkend is het om te zien dat dat gebeurt in het boek Richteren, heel kort na de toespraak van Jozua. Met steeds hetzelfde verhaal van afhaken, tegenslagen, bekering… Tot op vandaag herkenbaar, want hoe gemakkelijk slaat de erosie niet toe in je gemeente, je gezin en in je eigen leven. Voor je het weet ben je de vertrouwde omgang met God kwijt.
Zeg het eens!
Het kan in slappe geloofstijden geen kwaad om eens aan het andere eind te beginnen met de vraag of je misschien helemaal zonder God verder zou willen. ‘Imagine there’s no heaven. It’s easy if you try’, zong John Lennon lang geleden. Zou je echt die kant op willen met je leven? Ook als je denkt aan de kilte en de leegte, die optrekt vanuit onze geseculariseerde samenleving. Of vanuit de pijn, die je (toch) voelt als je (klein)kinderen bij de kerk wegraken en niet zelden ook bij God? ‘Wilt u ook niet weggaan,’ vroeg Jezus zijn discipelen (Johannes 6).
Zo kun je vanuit een doodlopende straat geprikkeld worden om weer bewust voor de doorgaande weg van het geloof te kiezen. Maar als je dat doet, zeg er dan eens wat over. Want zonder dat je eens iets zegt over je leven met de Heer, weet een ander (ook je kind) natuurlijk niet wat er op de bodem van je hart leeft.
Groot en klein
Daarmee zit ik weer heel dicht in de buurt van dat persoonlijke woord van Jozua, midden in zijn toespraak tot het volk. In een rede tot het grote huis van Israël begint hij ineens over zijn eigen kleine huis. En die twee horen ook zo bij elkaar - dat grote huis van de gemeente en het kleine huis, waar je alleen, of samen met je gezin woont. Ze bouwen elkaar op of ondermijnen elkaar.
Leven met God in het kleine huispersoonlijk gebed, gebed samen, de bijbel open - heeft een heel positieve uitstraling richting het grote huis. En andersom: wie wordt opgebouwd in het grote huis, kan dat uitbouwen in het kleine.
Maar als het in het kleine huis zou stilvallen, zodat je alleen op zondag iets uit de Bijbel hoort en alleen in het grote huis nog (mee)bidt? Daar zakt je geloof vroeg of laat van door de benen en geestelijk kun je daar niet op leven. Niet in het kleine, maar ook niet in het grote huis.
Niet voor even…
Heel praktisch is de vraag of het lukt om in het kleine huis wat lijn en patroon in het leven met God te krijgen?
Dat lijkt een saaie vraag, maar het is een broodnodige. Want als je het leven met God van het moment laat afhangen, dan wordt het niet veel.
Het leven met de Heer vraagt om lange-termijn-beslissingen. Iets van: zo doen we het – weer of geen weer, zin of geen zin. Niet voor even, maar voor het leven. Zoals de meeste dingen, die werkelijk van waarde zijn in het bestaan, vragen om een lange-termijn-beslissing.
…maar voor het leven!
Dat is echt op zijn Jozua’s. In de lange-termijn-beslissingen gaat Jozua ons voor. Want hij was het die ruim veertig jaar eerder tegen de grote meerderheid van de twaalf verspieders het land in de kracht van God wilde binnentrekken. Jozua, samen met Kaleb. De rest geloofde absoluut niet dat het wat zou worden. Jozua wel, want hij geloofde in Gods kracht.
Niet voor even, maar voor het leven.
Ook in de veertig lange jaren woestijn, waarin het leven vooral overleven was. Hij kwam met glans door al die woestijnervaringen heen en dan hoor je hem zeggen: ‘ik en mijn gezin, wij zullen de Heer dienen.’ Niet voor even, maar voor het leven. In het grote èn in het kleine huis. Als dat geen uitstraling heeft!
Meditatie over Jozua 24:15.
Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.