Maatwerk

2010-07-30
  • Jaargang 54
  • nummer 15
‘Vooral die zondagen waren verschrikkelijk’, de stem achter de cappuccino tegenover me klinkt steeds boziger, ‘Beklemmend. Er zat niets blijs in.’ Ooit vertelde Prins Willem-Alexander hoe hij tijdens een reis door Afrika in ieder dorp hetzelfde verhaal aanhoorde. Hij kapte die verhalen nooit af want ‘die mensen vertellen het voor de eerste keer aan mij.’ Zijn letterlijke tekst kan anders zijn geweest, maar deze strekking houd ik in gedachten wanneer voor de zoveelste keer eenzelfde soort verhaal voorbijkomt. Dit keer stort een zakenrelatie een vloed van kerkfrustraties over me heen. Net als de prins kan ik het verhaal bijna zelf opdreunen; alleen plaats, tijd en kerkelijke denominatie geven ieder verhaal net een andere kleur. Dit keer krijgt het gedrag van de kinderen van een Nederlands Gereformeerde predikant alle aandacht. Ik knik maar eens en voel me niet meer geroepen om als een soort advocaat van kerken op te treden. Ik luister alleen nog maar. De zondagen-waarop-niets-mocht scoren al jarenlang hoog. Net als het gedrag van kerkenraadsleden die vroom zijn op zondag en dreesmann op maandag. Huwelijken die niet ingezegend werden doen het ook nog onverminderd goed bij de afhakers. Bij mensen onder de veertig gaat het dan vooral over koppels die open waren over hun manier van samenleven, terwijl hypocrisie royaal beloond werd. Niets nieuws onder de zon. En dan de mensen die in de kerk buiten de sociale boot vielen omdat ze toevallig niet klikten met de kerngroep. Als je toevallig geen populair type bent, je knuffelgehalte te laag is of als je te kritisch denkt, dan heb je in een gemiddelde christelijke gemeente echt wel een aansluitingsprobleem.
De meeste frusti-verhalen worden stevig aangezet. Sommige zijn zelfs aantoonbaar onjuist. Het kerkenraadslid dat stinkend rijk is, blijkt een ploeterende middenstander te zijn, artsen die principieel op zondag niet werken bestaan niet en als ik de verhalen mag geloven is het voor een ouderling of predikant beter om geen kinderen te krijgen, want die belanden toch maar in de goot.
Dat neemt niet weg dat je geen wetenschapper hoeft te zijn om in de verhalen een vast patroon te ontdekken. Steeds weer blijken kerkbestuurders ondanks vrome woorden vooral gewone mensen te zijn die niet bijzonder gesteld zijn op maatwerk en niet bijzonder succesvol zijn in het onderdrukken van de persoonlijke drang tot heersen. Ook dat is niet nieuw. Eenzelfde patroon zie je al in de evangeliën bij de Farizeeërs en schriftgeleerden: zo zijn onze regels, zo wordt het gespeeld. Hoe cultuurgebonden en daardoor mallotig die regels soms ook zijn. Op z’n zachtst gezegd is dat toch merkwaardig, want juist de God van de Bijbel toont keer op keer dat Hij in al Zijn grootheid en heiligheid de totaal Andere is door zijn liefdevolle maatwerk voor ieder mens, maar vooral voor de zwakkere.

Met een klap komt het lege cappuccinokopje op het schoteltje.
Het lepeltje maakt een geschrokken sprongetje. De man in het lichtblauwe Rotaryoverhemd met passend wit tshirt gaat eens verzitten. ‘Maar ik zeg niet dat ik niet geloof, hoor. Ik denk wel dat er iets is.’ Ik glimlach vriendelijk.We worden nu geacht een rapport door te spreken, dus vraag ik nu niet in welk iets hij gelooft. Binnenkort zitten we weer aan de cappuccino.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief