‘Ik ben zelf ook gewoon een evangelical!’
2010-07-30
Ongeveer 15 jaar maakte dr. Ad van der Dussen deel uit van de redactie van Soteria, een Nederlands tijdschrift voor evangelische theologie. Hij legde die taak met ingang van dit jaar neer, juist toen Soteria met een boeiend jubileumnummer zijn 25e jaargang voltooide. Alle reden om met de Eindhovense predikant in gesprek te gaan over de evangelischen en over de theologie, die in kerk en geloof niet gemist kan worden. - Jaargang 54
- nummer 15
Ad van der Dussen kijkt met een licht gevoel van heimwee terug op de boeiende tijd die hij had in de kring van Soteria. Het was ook in allerlei opzichten leerzaam: ‘Juist door Soteria heb ik gemerkt dat evangelisch en evangelisch twee verschillende dingen kunnen zijn. In Nederland tref je geregeld evangelischen, die volstrekt voorbijgaan aan theologie en theologische ontwikkelingen. Het is straight, normatief, ze weten alles zo verschrikkelijk zeker. Veel mensen – ook in de NGK - krijgen daar jeuk van.’
Meer ruimte
De sfeer bij Soteria was anders, ruimer en daarin meer corresponderend met de Angelsaksische evangelical wereld.
‘Evangelical is in Amerika een aanduiding geworden van de levende orthodoxie. Gereformeerde theologen als Berkouwer en Ridderbos werden daartoe gerekend, maar ook charismatische, Barthiaanse en tot het Katholicisme neigende theologen noemt men rustig evangelical. Daar staat Soteria voor. Mensen die kritisch zijn, vaak ook richting de eigen achterban, maar tegelijk feeling houden met het missionaire, de blijmoedigheid, de warmte en het ongeremde van het evangelische. Ik voelde me bij Soteria als een vis in het water. Zodat ik daar ontdekte dat ik zelf ook gewoon een evangelical ben.’
Evangelische theologie
Gelet op de Nederlandse evangelische wereld van rond 1985 sprak de oprichting van een theologisch tijdschrift in die kringen allerminst vanzelf.
Van der Dussen: ‘Internationaal gezien was John Stott toen een van de weinige ‘Bijbelleraren’ die theologisch wat te vertellen had. Met bijvoorbeeld zijn prachtige boek over het kruis van Christus (The Cross of Christ). Verder was er theologisch gezien niet veel te beleven. Dat een blad als Soteria van de grond kwam, is vooral aan Teun van der Leer te danken. Die heeft iets visionairs. Hij wist een paar enthousiastelingen bij elkaar te brengen, zoals Rob van Essen en Evert van der Poll.
En toen is het begonnen.’ Het leverde een boeiend tijdschrift op, dat fris en degelijk thema’s beroerde die ook voor Nederlands Gereformeerden zeer herkenbaar zijn – zoals doop, spiritualiteit, dienst der genezing, muziek in de eredienst, gemeenteopbouw en nog veel meer!
Derde weg
Van der Dussen is blij met de theologische bezinning binnen de evangelische wereld. Te lang werden daar de vragen van de moderne en postmoderne theologie gemeden, met als gevolg een oppervlakkige theologie, die oog in oog met de secularisatie niet overtuigt. Van der Dussen ziet een derde weg voor zich - naast die van de liberale en fundamentalistische theologie.
Hij bepleit een zo groot mogelijke openheid voor alle mogelijke theologische vragen – ook rond de Schrift en de historische kritiek, maar dat tegelijk in een levende omgang met de Heer. Van der Dussen: ‘Ik ken Pinkstermensen, die zich niet zo zenuwachtig maakten over foutjes in de Bijbel of vrouw in het ambt. Dat kwam, omdat het bij hen niet zo draaide om het cognitieve, maar om de levende verbondenheid met de Heer. Verstrikken strakke fundamentalisten zich ergens niet in het cognitieve?
Want voor je het weet is de basis van je geloof niet meer de opgestane Heer, maar de betrouwbaarheid van de informatie over de opgestane Heer. Ik zou willen zeggen: wees niet te bang, zet de ramen theologisch maar open’.
Morsdood
De vraag is dan natuurlijk wel of die openheid niet wat naïef is, gelet op de theologische ontwikkelingen van de jaren ’60 en ’70 in de (grote) Gereformeerde kerken – met alle vrijzinnigheid van dien. Van der Dussen: ‘Ik heb de indruk dat toen de relatie met God al theologiserend in het ongewisse terecht is gekomen.
En waar je geen levend geloofsleven meer hebt, ben je veel kwetsbaarder en raak je veel gauwer verzeild in het vrijzinnige. Ik ben bij Kuitert het meest geschrokken van een zinnetje in een interview, waarin het ging over de verspreiding van Bijbels in Rusland. Daar moesten ze maar eens mee ophouden, vond Kuitert. Toen viel hij voor mij door de mand. Als je zo over het Woord van God praat, als dat de uitkomst is van je ideeën over de Bijbel – nee, daar kan ik niks mee’.
Kentering
Ad van der Dussen wijst op verrassend positieve ontwikkelingen in de oecumenische theologie vanaf de jaren negentig: ‘Er is in de oecumene nieuwe belangstelling voor de Bijbel, voor de orthodoxie ook. Je bent er niet met te zeggen: de rabbi van Nazareth is toch zo’n prachtig socialistisch model geweest. Steeds weer zie je hoe mensen vastlopen in hun simplismen. De vrijzinnigen lopen daar in vast, maar ook de fundamentalisten.
De Bijbel gaat daar boven uit en laat zich niet vangen in simplismen.’
Inspirerend
De namen vallen van theologen die in een geseculariseerde cultuur de betekenis van het christelijke geloof opnieuw proberen te doordenken.
‘Iemand als Wolfhart Pannenberg is een mooi voorbeeld. Lang is hij beschouwd als de geestelijke leidsman van Kuitert, maar Pannenberg is veel orthodoxer. En ook zijn leerling Stanley Grenz, een jong gestorven Amerikaanse Baptist. Grenz ging verder dan Stott in de verwerking van de moderne theologie, maar bleef verbonden met de evangelische spiritualiteit. Of ook Eberhard Jüngel, die ik heb horen spreken in Utrecht. Dat is echt een modern theoloog, bij wie ik toch het gevoel had: dit is een broeder in de Heer, iemand van kaliber, die richting wijst. Alle drie mensen, die de naam van Jezus Christus hoog houden.’
Van der Dussen weet te vertellen dat Jüngel van niet-christelijke afkomst is: ‘Jüngel groeide op in de DDR en werd naar de kerk toe gezogen, als de enige plek waar de waarheid gesproken werd. Hij is theologie gaan studeren, zeer tot verbazing van zijn seculiere ouders. En hij preekt nog altijd en goed, echt Bijbels. Ook Pannenberg was van huis uit geen christen. Hij heeft zelfs een soort visioen gehad op zijn weg naar de Heer.’
Een pad hakken
Van der Dussen heeft de indruk dat de huidige theologie ook veel meer een groot gesprek aan het worden is. ‘Niet meer van: wij hebben de maatstaf waaraan we de ander afmeten. Het is een voortdurend gesprek om door dat oerwoud van de secularisatie een pad te hakken, waarlangs de kerk weer verder kan. Het is natuurlijk spannend dat het in Afrika en Zuid-Amerika en Azië weer heel anders gaat. Hoe vatbaar zullen ze daar zijn voor de secularisatie?
En krijg je daar vanuit een heel andere context een heel andere theologie?
Hoe gaat het met de theologie in China verder? Dat zal een groot gesprek worden. En dan hebben we als NGK vooral te luisteren, denk ik.’
Weerbarstig evangelie
Zijn er in dat grote gesprek ook punten die onopgeefbaar zijn – dat je de band met de Heer verliest als je ze loslaat?
Van der Dussen: ‘Ik denk aan het boek van Klaas Hendrikse. Hij zegt: Met Jezus kan ik niet veel beginnen.
Daarop moet het voor de kerk afspringen, zou ik zeggen – nog daargelaten zijn voddige argumentatie. Laat de kerk zich ook niet te makkelijk af maken van allerlei weerbarstige teksten uit het Nieuwe Testament. Daar moet je toch wat mee? Die kun je toch niet allemaal overboord zetten met een paar simplismen.’
De Eindhovense predikant is er ook van overtuigd dat elke Bijbelse theologie iets moet met de toorn van God.
‘Ik kan niet geloven dat je dat helemaal tussen haken kunt zetten door te zeggen: “God is liefde en geen toorn”.
Maar hoe precies, dat is niet eenvoudig.
Neem de centrale notie: Christus heeft de toorn gedragen. Is dat voor de hele wereld, ongeacht hoe de mensen erop reageren? Valt dan uiteindelijk niemand uit de boot? Bij dat laatste is de terechte vraag: Hoe serieus is dan die toorn van God nog?’
Pamperen
Ook onze dagelijkse ervaringen spelen daarin een belangrijke rol. Van der Dussen hoorde het een degelijke gereformeerde bonder ooit indringend zeggen. Die was in Indonesië geweest.
Hij had de straten gezien, zwart van de mensen, allemaal moslims, en dacht toen: Heer, moet ik nu geloven dat al dezemensen verloren zijn? Van der Dussen: ‘Zulke ervaringen werken in op de theologie. Dat is ook hard nodig.
Maar tegelijk kun je er niet omheen dat is de Bijbel vaak naar het oordeel van God wordt verwezen. Hoe lastig ook: daar moeten we iets mee. We zijn er zo aan gewend geraakt om te pamperen. In gevangenissen hoef je daar niet mee aan te komen. Daar houden ze niet van een God die alleen maar kan aaien. Sterker, dan zijn we volmaakt onverstaanbaar in een groot deel van de wereld, waar wel gemept wordt en waar men diep verlangt naar recht en rechtspraak. Die geduchte kant van God, daar moeten we als kerk meer oog voor krijgen. Daarom is de verzoening ook zo centraal, zeker in zijn Anselmiaanse uitwerking. Tegelijk hunker ik net als iedereen naar Gods eindeloze ontferming en wil ik voor geen goud in een angstgeloof terecht komen. Hoe die twee bij elkaar te krijgen, Gods goedheid en zijn strengheid (Romeinen 11:22) – dat houdt me al sinds mijn studententijd bezig.’
Getuigenis
Dat centrale van de verzoening in Christus speelt volgens Van der Dussen ook een grote rol op een heel ander terrein, namelijk in de confrontatie met de Islam: ‘Ik las pas een interview met een gelovig moslimmeisje. Een prachtig getuigenis over gebed, leiding van God, waarden en normen, hoe een mens levend met God tot volheid kan komen.
Prachtig! Het verrassende was dat het als twee druppels water leek op hoe mijn belijdeniscatechisanten kunnen getuigen van de hemelse Vader en hun geborgenheid bij Hem. Is het dan precies hetzelfde? Nee, want als ik doorvraag, ja, dan zeggen ze ook iets over Jezus en vergeving.
Ik stel me wel de vraag hoe we dat meer op de voorgrond kunnen krijgen.
Ik denk aan begrafenissen. Mij valt op dat dan vaak de christologie schuil gaat. Ik bedoel: het gaat dan vaak over de kwaliteiten van de overledene. Daar zit iets goeds en iets moois in. Je eert dan Gods scheppingswerk en het werk van de Heilige Geest. Maar aan de andere kant: we geloven toch dat geen mens Gods oordeel kan doorstaan buiten zijn genade in Christus om? Hoe kan het dat Christus’ verzoenend sterven op zulke momenten zo weinig uit de verf komt? En omgekeerd: wat heeft het voor invloed op je spiritualiteit als je werkelijk gelooft dat Christus moest sterven voor je zonden?’
Leer en spiritualiteit
Deze koppeling van leer en spiritualiteit, houdt de Eindhovense predikant sterk bezig: ‘Wat betekent het dat ik anders dan de Islam – geloof, dat me niet zomaar vergeven wordt, maar dat er een zoenoffer nodig is. Wat doet dat met je geloof, met je manier van leven?
Maakt de avondmaalsviering ons anders dan een moslim, die geen avondmaal viert?
Of als het gaat om God. Wat betekent het dat Jezus ons God doet kennen?
Heeft de lijdende Jezus ons niet heel veel te zeggen over God, die lijdt aan deze wereld? En betekent dat niet, dat de soevereiniteit van onze Heer wezenlijk anders is dan de soevereiniteit van Allah?’
Minderheid
Ad van der Dussen realiseert zich dat de kerk een kleine minderheid is geworden in onze westerse wereld: ‘Dat vraagt om een hele nieuwe oriëntatie om in deze wereld kerk te zijn. We zijn weer veel meer zoals het begon in de eerste eeuwen. We zijn kleine kerken te midden van een overweldigende mondige, geseculariseerde meerderheid.
Met de Islam in ons midden.
Zonder pretentie, dat we het allemaal terug kunnen winnen, zijn we wel geroepen om ons licht te laten schijnen.
Daarvoor moeten we onze binnenkerkelijke gerichtheid verliezen – een taai proces. Als we één ding kunnen leren van de evangelischen, dan is het dat wel. Maar lukt het ons om contact te krijgen met de geseculariseerde mensen om ons heen? Hebben we ze als kerk wat te bieden? We zullen het echt samen moeten doen. We hebben Ratzinger nodig, maar ook zijn tegenspeler Küng. En de PKN. En natuurlijk de evangelischen met hun spirituele hart.’
Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.
| Dr. Ad van der Dussen is predikant van de NGK van Eindhoven en kerndocent van de NGP. Hij was van 1996 tot 2010 lid van de redactie van Soteria. Zie voor het themanummer: http://www.soteria.nl/. |