Mysterie: fantasie of openbaring?
2010-08-20
Toen onze dochter een jaar of vier was, moest ze met een lui oog naar de oogarts. ‘Jij mag door deze glaasjes naar de kaboutertjes kijken’, zei de assistente tegen haar. En even later vroeg ze: ‘Zie je de kabouters al?’ ‘Ja hoor, ik zie ze.’ ‘En wat doen ze?’ ‘Ze spelen bij hun paddenstoelen.’- Jaargang 54
- nummer 16
Toen de metingen verricht waren, zei ik tegen de assistente: ‘Wat slim om een lichtspel in zo’n apparaat te verwerken, dan blijft ze tenminste kijken.’ Tot m’n stomme verbazing zei de assistente: ‘Er is helemaal geen lichtspel, er zijn geen kaboutertjes, dat beeldt ze zich in. Doen alle kinderen, je hoeft ze maar een klein zetje te geven.’
Fantasie en werkelijkheid
Even een andere werkelijkheid binnenstappen: volwassenen kunnen er ook wat van. De één speelt computerspelletjes, de ander duikt onder in een boek of een film en laat zich door auteurs en acteurs meenemen naar een andere werkelijkheid. Soms is dat een geheel fictieve werkelijkheid waarin het onmogelijke mogelijk wordt. Mensen bezitten het fantastische vermogen om andere werelden te creëren en daarin helemaal weg te dromen. Ze hoeven maar een klein zetje te krijgen...
Paulus: meester-fantast?
Is het geloof ook zo’n ingebeelde werkelijkheid? En lopen bij gelovigen, net als bij kinderen, fantasie en werkelijkheid zozeer door elkaar, dat ze die twee niet meer uit elkaar kunnen houden? Zo kijken veel moderne Westerlingen inderdaad tegen godsdienst aan. De wereld van het geloof is een projectie, een door de mens gecreëerde droomwereld. En dat uit een diep verlangen naar een beter bestaan. Anna Enquist gaat nog een stap verder en noemt het christendom nota bene een collectieve psychose.
In wat Paulus in Efeziërs 3 schrijft zou ze een bevestiging van haar opvatting kunnen zien: Mij is in een openbaring het mysterie onthuld … Je hoort het haar bij wijze van spreken al zeggen: ‘Wat geopenbaard?! In psychiatrische inrichtingen bevinden zich bosjes megalomane geesten die precies zoals Paulus spreken! Noem het liever een waanbeeld, waarin deze meester-fantast een groot deel van de mensheid heeft meegesleept!’ Er zijn momenten van grote aanvechting dat ik gevoelig ben voor deze gedachtegang.
Ik zou ‘m – denkend aan mijn dochtertje – zelfs zelf hebben kunnen bedenken: ‘Je hoeft ze maar een klein zetje te geven...’ Maar altijd weer is er iets dat me tot de orde roept: de levensloop van Paulus.
Ingrijpend
Over zijn levensloop weten we meer dan van enige andere nieuwtestamentische persoon, op Jezus na. Het verreweg meest ingrijpende ogenblik in zijn leven is een persoonlijke ontmoeting met Jezus geweest. Paulus was op weg naar Damascus om de prille gemeente van Jezus Christus uit te roeien, toen Jezus in levende lijve aan hem verscheen en hem toeriep: Saul, Saul, waarom vervolg je Mij? Deze ontmoeting werd het absolute keerpunt in Paulus’ leven.
Zijn hele leven komt in dienst van Jezus te staan, al kost hem dat gevangenschap, martelingen en de dood. Deze gebeurtenis en het enorme effect daarvan op Paulus is dusdanig goed gedocumenteerd, dat ik niet twijfel aan de historiciteit daarvan.
Meneer Kleine
Door de ontmoeting met Jezus is Paulus een ander mens geworden. Een sprekend detail: Paulus stelt zich in zijn brieven nooit voor als Saul(us) (zijn Joodse naam), maar altijd als Paulus (zijn Latijnse familienaam). Waarom zou dat zijn? Ik laat er even een speelse speculatie op los. De oudtestamentische Saul, Israëls eerste koning, was een boom van een vent die met kop en schouders boven iedereen uitstak. De Romeinse naam Paulus echter betekent ‘klein’, ‘gering’. Zou het kunnen dat Paulus liever als meneer Kleine door het leven ging dan als de man die vernoemd is naar koning Saulus? Hoe dat ook zij: sinds de ontmoeting met Jezus is Paulus’ zelfbeeld ingrijpend veranderd.
Van een zelfingenomen mannetje (Filippenzen 3:4) is hij iemand geworden die heel gering van zichzelf denkt. Hij noemt zich de minste van de apostelen (1 Korintiers 15:9 en de allerminste van alle heiligen (Efeziërs 3:8). Paulus was allerminst een megalomane fantast. Van deze apostel lees je af dat Jezus leeft en aan hem merk je wat een ontmoeting met de levende Heer met iemand kan doen.
Maar wij dan?
Paulus kreeg een openbaring, een apokalyps, ik heb er nooit een gehad. Paulus had een rechtstreekse ontmoeting met de levende Heer, dat zou ik ook wel willen. Wij hebben die toch niet minder hard nodig? Juist in een samenleving waarin Gods bestaan ontkend wordt en Jezus’ naam door velen uitsluitend als vloek gebruikt wordt, lijkt Jezus daardoor soms heel ver weg te zijn. Is het vreemd dat je op momenten van grote aanvechting gaat denken dat ook het christelijk geloof inbeelding is, ontsproten aan de menselijke fantasie?
Indirect
En toch… al heb ik nooit een directe ontmoeting met Jezus gehad, er waren wel talloze indirecte. Ik ontmoette Hem via het geloof van mijn ouders en op momenten dat de Bijbel tot me sprak. Ik ontmoette Hem door de getuigenissen van degenen die in hun eigen leven sporen van Hem waarnamen. Ik proefde (en proef!) zijn liefde in medechristenen om me heen. Ik ervaar zijn nabijheid als ik in persoonlijk gebed ben of samenkom met anderen in aanbidding.
Al die ontmoetingen bieden me iets wat werkelijk geen enkele andere ontmoeting me zo geven kan. Deze ontmoetingen zijn vernieuwend en verkwikkend en maken me meer mens. Ze plaatsen me niet in een waanwereld (psychose), of in een fantasiewereld, maar zetten me midden in deze wereld. En al die ontmoetingen bevestigen me in de betrouwbaarheid van Paulus’ getuigenis dat hem het mysterie geopenbaard is.
Je hoeft niet á la Paulus een rechtstreekse ontmoeting met Jezus gehad te hebben om ervan overtuigd te raken dat Hij het mysterie van het leven is. Je hoeft niet zelf een openbaring gehad te hebben om er diep van overtuigd te zijn dat Jezus zich aan Paulus en de andere apostelen en profeten geopenbaard heeft. Hij is de Heer, de levende Heer, die levens veranderen kan.
Drs. Jan Mudde is predikant van de NGK (Wilhelminakerk) van Haarlem.