Pleidooi voor landelijke examinering van nieuwe predikanten

2010-08-20
  • Jaargang 54
  • nummer 16
HOUTEN – De kerken in de regio Amsterdam-Haarlem willen een landelijk in plaats van een regionaal examen voor de toelating tot de kansels in de NGK. Ze schrijven dat in een voorstel aan de Landelijke Vergadering van Houten. Daarbij hebben ze het oog op het examen voor het krijgen van preekconsent en op het examen dat leidt tot beroepbaarstelling.

In hun voorstel sommen de kerken in de regio Amsterdam-Haarlem in hun pleidooi voor landelijke examinering een aantal argumenten op. Wie preekconsent krijgt of beroepbaar wordt gesteld, mag landelijk in de NGK in de kerkdiensten voorgaan. De examens hebben dus een landelijk effect en dan is het volgens de regio merkwaardig dat een niet-landelijke (namelijk: regionale) vergadering daarover beslist. Dat geldt zeker voor het beroepbaarstellend examen ‘dat in de praktijk immers de belangrijkste poort is waardoor iemand predikant in de NGK wordt’.

Oneigenlijke argumenten
Een ander belangrijk argument voor landelijke in plaats van regionale examinering is volgens de regio Amsterdam-Haarlem, dat het verlenen van preekconsent en de beroepbaarstelling ‘om een onpartijdig, onafhankelijk en goed gefundeerd oordeel vragen dat op enige afstand van de kerkelijke omgeving van de kandidaat plaatsvindt’. De regio vreest voor die onafhankelijkheid en kwaliteit, als de onderzoeken op regionaal niveau blijven plaatsvinden. Ze vraagt zich in de stukken voor de LV af, of in de regionale setting van het examen niet te gemakkelijk oneigenlijke argumenten een bepalende rol kunnen spelen. Ze verwijst daarvoor naar de ‘gevoelens van medelijden’ met de kandidaat die bij het beroepbaarstellend examen op de regionale vergadering kunnen rijzen na de slijtageslag van een preekbeoordeling en examinering in zes vakken op één avond. Daardoor kan ‘bij eventuele twijfel de twijfel gemakkelijk in het voordeel van de geëxamineerde uitvallen’, vreest de regio.
Verder wijst de regio op de ‘ons-kent-ons’-sfeer die gegeven is met de kleine omvang van de regio’s en de NGK als geheel, de ‘trotse’ thuisgemeente en –predikant van de student/kandidaat bij een examen in de ‘thuisregio’, een publieke tribune met familie en vrienden van de examenkandidaat en de aanwezigheid van een gemeente die voornemens is een beroepsbrief te overhandigen, zodra het onderzoek is afgerond.
‘Wie durft/kan in die setting nog onafhankelijk en onpartijdig oordelen?’, is de retorische vraag van de regio aan de andere regio’s en de LV.

Rechtsongelijkheid
Daarnaast is er bij regionale toetsing te veel kans op het hanteren van verschillende maatstaven en dus op rechtsongelijkheid bij het toelaten van studenten en kandidaten, vindt de regio Amsterdam-Haarlem. ‘Waar de ene regio de regels streng hanteert gaat de andere regio er ‘losjes’ mee om’. Landelijke examinering leidt volgens de regio tot meer uniformiteit en dus tot meer rechtsgelijkheid.

De regio stelt de LV voor om een commissie in te stellen die het hele terrein van de kerkelijke examens kritisch gaat bekijken en daarbij in elk geval onderzoekt, of het niet beter is deze examens op boven-regionaal niveau in plaats van op regionaal niveau te laten plaatsvinden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief