Interkerkelijke bezinning op Charismatische Vernieuwing
2010-10-01
De Theologische Faculteit van de Vrije Universiteit bloeit als nooit te voren, met boeiende docenten, die doorgaans theologie en persoonlijk geloof dicht bij elkaar weten te houden. De komst van de nieuwe hoogleraar ‘Theologie van de charismatische vernieuwing’, dr. Benno van den Toren, betekent opnieuw een verrijking voor de faculteit, zo liet decaan Wim Janse weten. - Jaargang 54
- nummer 19
Aan de inaugurele rede van de nieuwe hoogleraar ging een druk bezocht symposium vooraf met als thema Gezonden door de Geest - over de samenhang tussen het charismatische en het missionaire.
Oecumene
Pater Damien Artiges, de eerste inleider (zie kader), was die tweeslag van charismatisch en missionair nog niet genoeg en zette daar de oecumenische ontwikkelingen naast. Op alle drie velden zag hij aan het begin van de 20e eeuw bijzondere impulsen: het charismatische met het ontstaan van de Pinksterbeweging (Asuza Street, Los Angeles, 1907) en het missionair-oecumenische met o.a. de zendingsconferentie in Edinburgh (1910). Die impulsen lieten in de loop van de 20e eeuw ook de gevestigde kerken niet onberoerd. Volgens Artiges kunnen die drie ook niet zonder elkaar: ‘Als het Lichaam van Christus verdeeld is, is het ook verlamd en is ons getuigenis niet geloofwaardig’.
Fases
De pater uit Oosterhout, betrokken bij de oecumensche beweging Chemin Neuf, gaf zijn verhaal een persoonlijke spits. Bij zijn priesterwijding had een gebed van een protestants christen (van joodse komaf) hem een diepe vervulling met de Geest gegeven en openheid richting christenen van allerlei signatuur. Artiges zag die persoonlijke vernieuwing in gebed, lofprijzing en Bijbellezen als een eerste fase in zijn ontwikkeling. Artiges: ‘Ik ontdekte dat ik niet alleen mooie dingen vóór God kon doen, maar dat ik door de Geest het werk ván God zelf mocht verrichten’ (Lucas 4:18). Vervolgens raakte hij betrokken bij een gemeenschap die, bij alle verscheidenheid (man-vrouw, celibatair-echtpaar, protestant-katholiek, zwart-blank), gedreven werd door een verlangen naar eenheid en missie (Johannes 17:21). Nog weer later werd hij door tegenstellingen en conflicten in de harde pratijk van het leven bepaald bij noties van verzoening en overgave in Christus (Efeziërs 2:14-16).
Meer dan een leerstuk
Willem Ouweneel – ‘anti-charismatisch opgevoed’ - kwam in Zuid-Afrika in aanraking met het charismatische. Daar gingen de handen van Ouweneel voor het eerst de lucht in tijdens een lied. In de jaren daarna ging hij meer en meer open voor het charismatische (trok in 2002 onder andere op met de Afrikaanse prediker-genezer Joshua) en ervoer bij massale christelijke samenkomsten in India ‘dat de Geest zoveel meer dan een leerstuk is. We moeten de mensen uitdagen tot het Koninkrijk van kracht’.
Werkelijk waar!
Jan Maarten Goedhart, die zelf in de jaren ‘90 geboeid werd door de charismatische vleugel van de Anglicaanse kerk (New Wine, Alpha), beaamde dat laatste. Goedhart: ‘Jezus sprak niet alleen over het Koninkrijk, maar maakte in tekenen en wonderen ook duidelijk hoe ervaarbaar werkelijk dat Rijk was. Al had het ook toen iets van een voorschot (al wel – nog niet), want ook toen werd niet iedereen genezen.’
Als laatste spreker kwam Nynke Dijkstra met een drieslag van bescheidenheid (God geeft), ontspannenheid (de Geest gaat zijn gang) en gedrevenheid (en toch!). Dat gaf haar zelf moed om door te gaan, ook in een kerk die lang niet altijd zichtbaar groeit.
Hoop
Bij de forumdiscussie speelde onder andere de vraag naar de breedte van de charismatische vernieuwing, met een verwijzing naar het diaconale aspect. Verder vroeg Kees van der Kooi, de voorganger van Benno van den Toren zich af of er in een te ver doorgevoerd kerkelijk samengaan ook geen verlies zou kunnen liggen, omdat bepaalde vormen van maatwerk gebaat zouden kunnen zijn bij een zekere diversiteit in het kerkelijke. Prikkelende vragen!!
Arnold van Heusden mocht nog kort reageren op het gebodene. Hij schetste een paar trends in de samenleving (communicatie-cultuur, internationalisering, economisering, verlies van vaste vormen en samenhang). De kerk staat voor de uitdaging om vragen rond de verhouding van individu-gemeenschap, eenheid-diversiteit en vast-variabel opnieuw te doordenken. Van Heusden maakte daarbij een woord van Desmond Tutu tot het zijne: ‘I am not an optimist. My thing is Hope’.
Winst
In theologische zin had ik wat meer van het symposium verwacht, maar de inaugurele van Benno van den Toren was in dat opzicht een inspirerende toegift. Zijn uiteenzetting ging over ‘Eenheid en verscheidenheid in het vernieuwende werk door de Geest van Christus’, waarbij hij uitging van Handelingen 2 en 1 Korintiërs 12.
Van den Toren liet vanuit Handelingen 2 zien hoe het evangelie van Christus bij het passeren van grenzen nieuwe vormen en woorden nodig had om werkelijk binnen te komen in die andere cultuur. Boeiend vond ik de gedachte dat in die vertaalslag zoveel winst kan liggen - ‘In dat vertaalproces worden dus nieuwe aspecten van de betekenis van Jezus Christus duidelijk.’ Tegelijk zit er in het evangelie een kritische component richting de cultuur, zo benadrukte de nieuwe hoogleraar.
Van den Toren noemde en passant de Islam, die ook in dit opzicht zo anders is: voor alle Islamieten wereldwijd zijn Mekka en Medina de heilige steden en het Arabisch de heilige taal. Dat illustreert hoe diep de symboliek van het Pinksterwonder was: ‘Ieder hoorde hen spreken in zijn eigen taal’. Een wonder dat volgens Van den Toren in die tweetalige wereld nauwelijks nodig was, maar daarom des te sprekender.
Eenheid
De eenheid van het werk van de Geest is volgens Van den Toren ten diepste niet iets wat we moeten zoeken, maar een gegeven dat verankerd is in de eenheid van God zelf en ‘verbonden met Gods openbaring in Christus’. De Heilige Geest is echt ‘de Geest van Christus’, zo beklemtoonde de hoogleraar en legde dat verder uit aan de hand van een drieslag: Christus als bron, norm en doel van het vernieuwende werk van de Geest. Ook in dit tweede deel zaten boeiende gedachten, met name rond het filioque (dat de Geest van de Vader en de Zoon uitgaat). Wie er meer over wil lezen kan terecht in de gedrukte versie van de rede (zie kader).
Drs. Freddy Gerkema is predikant in de NGK Amersfoort-Noord en redacteur van Opbouw.
| Inaugurele en symposium De nieuw aangetreden hoogleraar, de theoloog Dr. Benno van den Toren (PKN), werd in de negentiger jaren door de EvTA als gastdocent uitgezonden naar Bangui, waar hij enkele weken les gaf op de FATEB, de Theologische Faculteit aldaar. Vervolgens werkte hij van 1997 tot 2005 als vaste docent aan deze Afrikaanse faculteit. Vanaf 2005 doceert Van den Toren in Oxford en is nu dus officieel als hoogleraar ‘Theologie van de Charismatische Vernieuwing’ aan de Vrije Universiteit in Amsterdam verbonden. Deze ‘bijzondere’ leerstoel is een vrucht op de samenwerking van de CWN (Charismatische Werkgemeenschap Nederland) en de KCV (Katholieke Charismatische Vernieuwing). Het symposium op 10 september jl. was ook een initiatief van deze beide organisaties. Daar spraken Damien Artiges (pater van de gemeenschap Chemin Neuf te Oosterhout), Willem Ouweneel, (Vergadering van Gelovigen en hoogleraar ETF, Leuven), Jan Maarten Goedhart (PKN-predikant en lid New Wine stuurgroep) en Nynke Dijkstra-Algra (werkzaam bij het Missionair Team van de PKN). Zie voor meer informatie bij de websites van genoemde organisaties. De inaugurele rede van dr. Benno van den Toren is inmiddels verkrijgbaar: Vele talen, één Geest. Eenheid en verscheidenheid in het vernieuwende werk door de Geest van Christus. Ekklesia, Gorinchem. € 6,90. |