Huisbezoek
2010-10-01
In De Waarheidsvriend van 2 september schrijft ds. D.Ph.C. Looijen, predikant in Amersfoort en lid van de landelijke visitatie in de PKN, over het belang van het huisbezoek binnen de gemeente van Christus. Looijen begint met terug te grijpen op een boekje uit 1975, van een zekere ds. R. Kaptein. Die schreef destijds al:- Jaargang 54
- nummer 19
‘De tijd dat al het werk van de gemeente zijn vanzelfsprekende plaats had, alles als vanzelf op tijd gebeurde (...) is in vrijwel alle gemeenten voorbij. Dat is zo snel gegaan, over het algemeen zijn we er ook zo weinig op verdacht geweest, dat we er om te beginnen in vastliepen. We deden dus wat we konden, liepen voortdurend achter onszelf aan, hadden een slecht geweten omdat er zo weinig goed gebeurde (...). Het werk in de gemeente werd, net als dat in de rest van de wereld, ingewikkelder. De eenvoudige overzichtelijkheid verdween (...). Niet iedereen kent meer iedereen. Bovendien verhuizen de mensen voortdurend. Dat geeft rondom het huisbezoek de sfeer dat er geen eind aan is. Wát je ook doet, je komt er niet door. (...) De mensen waren nooit allemaal gelijk. Maar ze leefden tenminste in een gemeenschappelijke wereld. Spraken en verstonden elkaars taal. Wisten van elkaars bedoelingen en respecteerden die ook. Als je nu op huisbezoek gaat kom je telkens in verschillende werelden en verwachtingen. Of je komt nergens, je wordt niet binnengelaten.’
En Looijen vervolgt:
De remedie die ds. Kaptein biedt, is dat het bezoekwerk beter georganiseerd moet worden. En de kerkenraad er apart beleid voor moet ontwikkelen. Dat er toerusting gegeven zal worden en ambtsdragers aan cursussen deelnemen.
Heeft het geholpen? Het is in veel gemeenten stil geworden rond ‘het huisbezoek’. In plaats daarvan is het pastoraal bezoekwerk een specialisme geworden. Of heeft het groot huisbezoek nog een poosje de plek ingenomen van het individuele huisbezoek. Systematisch op huisbezoek gaan is in veel gevallen een ideaal of een gewetenskwestie geworden. We zouden het wel willen en het moet ook, maar...
Als lid van de landelijke visitatie heb ik aan mijn medevisitatoren de vraag voorgelegd of er in hun omgeving nog huisbezoek wordt gedaan. Ik kreeg daar opmerkelijke reacties op.
In de eerste plaats is er het gevoelen dat een klassiek huisbezoek erg open en weinig doelgericht en dus niet erg efficiënt is. Dat gevoelen is er bij pastores en gemeenteleden. Wat komt u doen, is een regelmatig gehoorde opmerking, als er ongevraagd initiatief tot huisbezoek wordt genomen.
In de tweede plaats is er de moeilijkheid dat de kaartenbak erg ‘vervuild’ is met adressen die geen bezoek wensen of dat wel laten gebeuren, maar in feite niet geïnteresseerd zijn. Vaak wordt niet nagedacht over missionaire facetten van bezoekwerk.
In de derde plaats is er tijdsdruk. Pastoraat is hier gemakkelijk het eerste slachtoffer van.
In de vierde plaats is er de neiging om het mondiger worden van gemeenteleden te honoreren en daarmee het initiatief voor een pastoraal bezoek bij hen te leggen.
Al met al is het gevolg dat het klassieke huisbezoek naar de rand verschuift of zelfs verdwijnt.
Kenmerk van het werk van de pastor (dominee of ouderling) is toch dat je je verbindt met mensen, omdat er een God is die dat ook doet. Op bezoek komen ‘om niet’ hoort daarmee tot het hart van het werk van een ambtsdrager. Het grootste risico voor een pastor is dat je op afstand komt van mensen.
Mensen lijden aan onze anonieme samenleving, waarin je altijd maar weer moet bewijzen wat je waard bent en waarin je altijd maar weer zelf initiatieven moet nemen. De belangstelling van de pastor die komt ‘om niet’, waar vind je dat nog? En dus komt die zelfs bij je thuis omdat jij er toe doet in het licht van Gods genade. In dat licht kunnen thematieken als dankbaarheid, schuld, zonde, identiteit, geloof aan de orde komen. Waar kun je nog open en eerlijk praten over wat je hoog zit, motiveert, blokkeert zonder dat je in therapie bent of een rekening krijgt? Misschien zou je kunnen zeggen dat in onze woonwijken vaak de luxaflex neer is en dat er een bordje op het raam hangt: hier gaat alles fantastisch, want zo willen we gezien worden, en tegelijk lijden we eraan dat we niet gekend worden in wat ons eigenlijk raakt en bezighoudt. Juist daarom mag het klassieke pastoraat niet verdwijnen. Hoe zou je bovendien het Evangelie naar mensen kunnen vertolken als je die mensen niet kent en van weinig belangstelling voor hen blijk geeft?
Ondanks de teloorgang van klassieke patronen proef ik kerkbreed het verlangen dat het pastoraal bezoek, omgeven met een ambtsgeheim of gelofte van geheimhouding, niet wordt prijsgegeven. Voor echte pastorale belangstelling, die ongevraagd en op eigen initiatief wordt aangeboden, zonder opdringerig te zijn, gaan deuren weer open. Laat het huisbezoek niet het kind van de rekening zijn.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.