Weimar, augustus 1990

1991-05-10
  • Jaargang 35
  • nummer 10
In mei 1990 lazen wij de advertentie waarin vrijwilligers werden gevraagd om één of twee weken in de zomer te gaan werken in een ziekenhuis in Weimar. Omdat wij onze vakantie wel eens op een andere manier door wilden brengen, besloten wij ons aan te melden. Wij hadden geen verpleegkundige achtergrond, maar het bleek dat ook mensen die in ander werk hun handen uit de mouwen wilden steken welkom waren.

Zo kwam het dat wij op 10 augustus 1990 afreisden naar Weimar. We waren met de auto en volgden de aangegeven route. Om een file te omzeilen besloten we een binnenweggetje te nemen. Hoe verder we reden hoe ouder de auto's en de huizen werden.
Het bleek dat we al lang in Oost-Duitsland waren. We hadden niet verwacht dat we van het 'ijzeren gordijn', dat nog geen jaar geleden oost en west scheidde, helemaal niets meer konden zien.
's Avonds om ongeveer 20.00 uur kwamen we in het Sophienkrankenhaus aan. Hier werden we opgewacht door Frau Oberin, die de scepter zwaaide over het verplegend personeel, en Frau Dreizig, de vrouw van de directeur die de functie van ziekenhuispredikante had. Na de eerste kennismaking werden we verrast met een overvloedige broodmaaltijd. Niets was teveel voor de Hollanders, zo zouden we later ook nog merken. We kregen een rondleiding door het ziekenhuis.
Het viel ons op dat alles sterk verouderd was, maar wel netjes. Ook kregen wij de wasserij en de twee keukens te zien, ons toekomstige werkterrein.
Aan het einde van de rondleiding pasten we onze werkkleding en kregen we onze slaapplaats te zien.
We sliepen in de klaslokalen van de inservice opleiding. Hier maakten we kennis met de andere Hollanders die er al waren. Zij boden ons aan om diezelfde avond nog een rondleiding door de stad te maken, omdat "de eerste indruk die we dan van de stad zouden krijgen een stuk beter zou zijn". In de schemer van de straatlantaarns zagen we zeer mooie oude huizen en gebouwen. Toen we de volgende dag. met z'n allen naar de kerk gingen, zagen we pas hoe vervallen en verwaarloosd dezelfde huizen waren.
De verf was gebladderd en een bruinkool-laagje was te zien.

In de kerk waren de Nederlanders in de meerderheid, hoewel we maar met zijn negen en waren. De gemeenteleden verwelkomden ons hartelijk en vroegen of wij de Hollanders uit het Sophienhaus waren. (De plaatselijke krant had al een stukje aan de hollandse invasie gewijd). We werden na de dienst uitgenodigd om onder eigen begeleiding van gitaar en piano enige nederlandse tiederen te zingen. Ze bedankten ons enthousiast en we kregen als dank het kerkboeket.
's Middags besloten we om naar het voormalige concentratiekamp Buchenwald te gaan. Wat we daar.zaqen is niet te beschrijven. Door de stilte hing er een beklemmende sfeer. Het was voor ons vreemd-om te zien dat Joden met russische soldaten op de foto wilden en gingen. Wanneer we later met duitse collega's over het kamp"
probeerden te praten kregen we weinig reacties. Het liefst werd het verleden doodgezwegen. Van de jongeren kregen we te horen dat de inwoners van Weimar zich voor dit verleden schaamden.

Alle evenementen die in Weimar werden georganiseerd werden door Frau Dreizig aan ons d,oorgegeven. Zo kwam het dat wij onze eerste zondag afsloten in de Grote Kerk, waar een orgelconcert werd gegeven.
Maandags om 6.00 uur begon onze eerste werkdag. We hadden besloten dat Greet de eerste week in de wasserij en de personeelskeuken zou werken terwijl Jeaninein de ziekenhuiskeuken zou werken. In de wasserij bestonden de werkzaamheden uit het vouwen en sorteren van de was. De machines die er stonden waren erg oud, er was zelfs een centrifuge die dateerde uit 1937. De was werd gedroogd op de zolders van het ziekenhuis.
Omdat de wasserij los van het ziekenhuis stond betekende dit veel sjouwwerk.
In de personeelskeuken werden de maaltijden voor het personeel opgediend.
We moesten het eten opscheppen, waardoor we leuk contact met de andere personeelsleden hadden. In de ziekenhuiskeuken (de grote keuken) moesten bijvoorbeeld de groenten met de hand schoongemaakt en gesneden worden.
De morgen duurde nooit zolang voor ons, omdat we om 7.00 uur een soort bezinningsmoment hadden, waarbij we in een klein groepje een stukje uit de bijbel lazen, een lied zongen en baden. Daarna gingen we weer werken en om 8.00 uur kwamen we dan terug om te ontbijten. Om ongeveer 11.30 uur aten we warm en daarna werkten we tot 13.30 uur. Tot 17.00 uur waren we vrij waarna we het avondeten voor de Hollanders klaar maakten.
We hoorden in de keuken dat er normaal nooit zoveel eten was voor iedereen, maardat ieder een afgepaste hoeveelheid kreeg. Voor de Hollanders werd een uitzondering gemaakt. Na de afwas zaten we vaak buiten en zongen of praatten we wat met elkaar en met de duitse leerlingverpleegkundigen.
Met de collega's en de leerling-verpleegsters praatten we over de bezorgdheid die men had over de toekomst. Hoewel men heel blij en dankbaar was voor de gekregen vrijheden was men bang voor de economische gevolgen die de eenwording met West-Duitsland zou hebben. We konden het ook maar moeilijk begrijpen hoe een gezin, waarvan de vader werkloos was geworden, van 500 mark per maand uitkering zijn gezin moest onderhouden. Aangezien alles toch qua prijzen vergelijkbaar is met Ne-: derland."

Het tweede weekend waren we ook vrij en zaterdags besloten we wat te gaan winkelen. Voor de supermarkten, waar steeds meer produkten te koop waren, stonden nog wel lange rijen. Er was een markt waar van alles te koop was, van drop tot mini-keyboards.
Toen we wat verder lieperi kwamen we zelfs een aantal Westduitsers tegen die stonden te evangeliseren. Zoiets was nu mogelijk dus greep men die kans aan. Op een ander pleintje, voor het nationale theater waar Hitler aan het begin van zijn politieke macht toespraken had gehouden, stond een groep jongeren uit Nieuw-Zeeland te dansen om de vrede uit te dragen. Ze waren aanhangers van de Bahai, een groep, die een soort new age gedachte aanhangen. Vlak daarna klom de ierse Kelly-family het toneel op om liederen te zingen, waaronder een lied over Hiroshima. We verbaasden ons erover dat dit alles mogelijk was. Ook dat waren de gevolgen van de politieke vrijheden die het land had gekregen na de val van de muur.
's Avonds vroegen Frau Oberin en Frau Dreizig of wij mee wilden gaan om te zingen voor de patiënten. Met twee gitaren en een stuk of 25 jongeren en ouderen zongen we nederlandse en duitse liederen. Achteraf hoorden we van de hollandse verpleegsters dat de patiënten enorm genoten hadden van dit zingen. Men deed dit elke week, maar de nederlandse liederen vielen nogal in de smaak (vooral Abba vader).
Zondags waren we met een groep naar de Wartburg in Eisenach geweest.
Op deze burcht had Luther een deel van de bijbel vertaald. Dwars door het Thüringer Wald reden we weer terug naar Wei mar. (De omgeving is beslist de moeite waard om door te rijden of enige tijd in door te brengen voor wie van de natuur houdt.)

De tweede week draaiden we de werkzaamheden om; Greet ging in de ziekenhuiskeuken en Jeanine ging in de personeelskeuken werken. Ook mocht Jeanine in het moederhuis, waar de bejaarde verpleegsters en een aantal leerling-verpleegsters woonden, schoonmaken. De laatste vrijdag hebben we met zijn tweeën aan het grote hek aan de ingang getimmerd. Het hek moest opnieuw geverfd worden, maar de oude verf moest er eerst vanaf gehaald worden. Gewapend met grote lasbrillen (om onze ogen tegen rondslingerende verfstukjes te beschermen), hamers en beitels gingen we naar het hek toe. De mannen van de technische dienst kwamen af en toe maar eens kijken of wij het er wel goed vanaf brachten met al dat grote gereedschap voor twee van die dames.
Ook de bezoekers van de patiënten vonden het erg grappig, vooral het feit dat we luidkeels stonden te zingen.
Eén persoon vroeg ons zelfs of wij van Mars kwamen (waarschijnlijk door onze outfit).
Na onze dagelijkse werkzaamheden hadden wij nog genoeg tijd om de bezienswaardigheden in Weimar te bezoeken. Zo hebben we ook een 'Goethe-toer' gemaakt; woonhuis, museum, park, tuinhuis en graf. Ook Schiller, slot Belvedère, slot Tiefurt en het uitgaansleven van Weimar werden niet overgeslagen. Soms werden er ook binnen het ziekenhuis avonden georganiseerd waar men, Duitsers en Nederlanders, elkaar beter kon leren kennen. Op zo'n avond maakten we kennis met de bejaarde diaconessen, die veel te vertellen hadden en dit dan ook met veel enthousiasme aan de Nederlanders kwijt wilden. Door verhalen over hun jeugd, de oorlogstijd en hun werk leerden wij weer een stukje Oost-Duitsland kennen.

Een ervaring rijker werden wij ook toen we een keer op de koffie moesten komen bij een collega. Hier zat de hele familie op ons te wachten met een uitgebreide kop koffie. We werden verwend met een stuk taart, maar onze ogen werden al groter toen ons nog een stuk werd aangeboden, en daarna nog één en voor de liefhebbers zelfs nog één! Van deze gastvrijheid mochten we bij anderen nog meer genieten. Frau Dreizig vierde haar verjaardag en wij werden ook uitgenodigd.
Hetzelfde overkwam ons daar weer, gebak in overvloed. Alle Hollanders hadden koffie meegenomen en deze werd verdeeld over de afdelingen van het ziekenhuis. We hadden een eigen koffiezetapparaat en een eigen pak koffie (hollandse). Zo overkwam het ons nog wel eens dat we een keer bij een leerling-verpleger op de koffie werden uitgenodigd op voorwaarde dat we onze thermoskan met eigen koffie mee zouden brengen.
Op de laatste ochtend van de 'vakantie' zijn we nog naar het gedenkteken van Buchenwald geweest. Hier waren op grote stenen de verschrikkingen van het concentratiekamp uitgebeeld, en lopend door de straat der naties zag je voor elk land, waarvan er mensen in het concentratiekamp omgekomen waren, grote stenen staan. Een trap omhoog leidde naar een grote toren met daarvoor een beeldhouwwerk met magere mensen die vragend hun handen omhoog staken.
Op de valreep brachten we één van onze nieuwe duitse vrienden naar zijn autorijles 20 km verderop. Onderweg wees hij ons een
ondergrondse russische basis (we zagen dan ook niet veel meer dan prikkeldraad en uitkijkposten).

Na een uitgebreid afscheid van de Nederlanders en de Duitsers stapten wij om drie uur in onze auto om naar huis te rijden. Deze auto, een rode golf met enkele kleine roestplekjes, moesten we weer mee naar huis nemen, aangezien niemand hem wilde hebben (wat mijns inziens - J - niet zo vreemd is). Zo sloten wij een 'vakantie' af die ons heel wat ervaringen, vrienden en leuke herinneringen rijker heeft gemaakt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief