Twee tollenaren (Mattheüs)

1991-05-24
  • Jaargang 35
  • nummer 11
In Mattheüs 8 en 9 laat de evangelist ons zien hoe Jezus de daad bij het woord (Mattheüs 5-7) voegt.
Na de verkondiging van het nabije Koninkrijk in de bergrede, bekrachtigt Jezus die goede boodschap met tekenen van genezing.
De roeping van Mattheüs vormt een uitzondering in die reeks van genezingen.
Hij wordt niet van een ziekte verlost, maar teruggeroepen van een doodlopende weg.
En toch spreekt Jezus ook daar van ziekte en genezing.

In één vers
Verbluffend kort, in één regel, beschrijft de evangelist de ommekeer van Mattheüs. Jezus komt in het voorbijgaan met een 'volg Mij' en het wonder gebeurt: zonder enige aarzeling geeft de man gehoor aan die oproep en volgt Jezus. Dat was ook wel eens anders (Mt 19:22).

Een tollenaar
Het is des te markanter, wanneer je in die ene regel toch nog iets meer hoort over Mattheüs. Hij is een tollenaar, een belasting-ambtenaar in dienst van de bezetter. En alle kans, dat hij het, bij het innen van die belastingen, zo nauw niet nam.

Maar ‘t valt op: Jezus gaat aan al die achtergronden voorbij. Hij zaagt Mattheüs niet door op zijn foute keuzen in het verleden. Aan dat alles gaat Jezus voorbij. Alleen ... aan deze mens gaat Jezus niet voorbij. Jezus ziet hem zitten en zegt niets anders dan: volg Mij.
Helemaal in de lijn van zijn program: Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars (Mt 9:13).

Een nieuwe gemeenschap
Maar voor we bij dat woord zijn aangekomen, is er veel gebeurd.
Mattheüs steekt zijn navolging niet onder stoelen of banken, maar verbouwt zijn tolhuis in een eethuis. En doopt zo een plaats van uitbuiting om in een huis, waar de nieuwe gemeenschap rond Jezus en zijn discipelen samenkomt.
En ze komen van oost en west (Mt; 8:11)! Een bont gezelschap.

Barmhartigheid
"Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?", vragen de Farizeeën aan de discipelen. Alle kans, dat ze met die vraag een discussie wilden openen of 't geoorloofd was ... etc.
Zo'n discussie, waar je zelf veilig buiten schot blijft en de barmhartigheid van God niet ter sprake komt; met als vrucht een cleane leer, waar geen mens warm van wordt (vgl. Lk 15:7).
Jezus is anders. Hij brengt Gods barmhartigheid in de wereld en is daar zèlf op diepe wijze in betrokken.

Jezus brengt de Farizeeën bij Gods barmhartigheid via een woord uit Hosea 6:6, dat ze haast als een preektekst meekrijgen (gaat heen en leert wat het rs).
Via de mond van Hosea had God gezegd: wat is een offer zonder dat daar de liefde voor Mij in zit, zonder dat je Mij ècht kent.
Met dàt woord brengt Jezus de Farizeeën voor God, die barmhartigheid vraagt, omdat Hij zelf de Barmhartige is (Lk 6:36).
Door Jezus En vervolgens: als je aan Eén wilt aflezen, hoe God met zijn barmhartigheid in deze wereld is gekomen, dan is het Jezus zelf. Jezus bindt dat woord uit Hosea 6 dan ook aan eigen persoon en werk: "Want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars".
Jezus is gekomen om zondaren Gods barmhartigheid te schenken. En Hij gaat daarbij de diepe weg van het offer, waarin de spanning van dat woord van Hosea (barmhartigheid tegenover offer) wordt opgeheven.
"Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars". Zet daar nog één keer dat vraagje naast: "Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?". Een wereld van verschil!

Zonde als ziekte
Toch is dit niet het enige woord van Jezus, waarmee Hij komt temidden van zondaars en tollenaars.
Hij typeert zijn werk namelijk niet alleen als 'roepen van zondaars' maar ook als 'genezing van zieken'.
Zoals in Psalm 103 het werk van de Here God ook zo prachtig met een vergelijkbare tweeslag wordt bezongen: "de Here ... die al uw (ongerechtigheden vergeeft, die al uw ziekten geneest".
Zo zegt Jezus: "de gezonden hebben geen arts nodig, maar de zieken".
Wanneer Jezus de ommekeer van zondaren en tollenaren typeert als 'genezing van zieken', dan brengt dat beeld ons indringend bij de kracht van de zonde en bij de geringe weerstand van een mens tegen die zonde.
De zonde, die ons leven binnenvalt als een griep of insluipt als een kankerproces.
De overmacht van die tegenstander is zo groot, dat een mens soms meer slachtoffer lijkt dan schuldige ... net als bij ziekte.

Zo komt Jezus onder 'tollenaars en zondaars' als een arts, die zijn genezendwerk doet. Voor zieken is dat het barmhartig evangelie. En voor al de anderen zit er een scherpe kant aan: want welk mens is blijvend gezond?
Zoals dat andere woord over 'zondaren en rechtvaardigen' trouwens niet minder tot zelfonderzoek aanzet. Want wie is rechtvaardig voor Gód (Ps 143:2, vgl. Lk 18:9)? Geprezen zij de Barmhartige!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief