Toch nog iets over Israël nu en zijn toekomst
1991-05-24
Ik dank drs. De Jong voor zijn welwillende beantwoording van mijn ingezonden stuk over Israël. Toch verbaasde ik me over het tweede gedeelte van zijn antwoord aan mij dat tegelijk een algemeen karakter had.- Jaargang 35
- nummer 11
Zet ik de verkiezing voorop, zodat het er niet toe doet, hoe Israël reageert?
Het wordt toch behouden, zo in de trant van wie verkoren is, is verkoren en behouden, hoe hij of zij ook leeft?
Dan zou ik het 'bonter maken dan de Dordtse Leerregels'. (over welke drs. De Jong trouwens veel goede dingen zegt.) Ik had het ook over de verbondswraak over Israël, gelijk die ook over ons komt, als we de HERE verlaten. Maar waarom dan toch zo hardnekkig volgehouden, dat de Joden toch Gods volk zijn en blijven? Omdat ik dat bij Paulus, door de Heilige Geest geïnspireerd, lees: Niet zij waren, maar zijn Israëlieten, niet hunner was, maar is de aanneming tot zonen en de heerlijkheid en de verbonden en - de beloften.
Dus de beloften blijven gelden, het staat er. Dat zegt Jan Houtman niet, maar om het eens heel kras te zeggen, dat zegt de Heilige Geest.
En het is niet zo dat het er niets toe doet, dat de Joden over het algemeen het evangelie van Jezus Christus niet, aannemen, nee Paulus is daar bedroefd over en zou wel verbannen willen zijn van Christus, ten behoeve van 'mijn broeders'! (Iet er op dat hij hen zijn broeders noemt. Een lesje misschien voor ons, die de broederen zusternaam zo gauw beperken tot eigen kleine kring?) En Paulus schrijft ook terecht dat een gedeeltelijke verharding over Israël gekomen is en dat is niet mis te verstaan en moeten we niet vergoelijken of bagatelliseren. Maar, waarom dan toch, terwijl het merendeel van de Joden Jezus als de Messias afwijst, zo rooskleurig over de toekomst van Israël denken? Omdat Paulus dat schrijft ofwel de Heilige Geest dat schrijft en God aan Paulus dat geheimenis, dat tevoren verborgen was heeft geopenbaard, dat "een gedeeltelijke verharding over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen binnengegaan is en aldus en daarna (ik meen, dat enkele jaren geleden dr. D. Holwerda de betekenis van alzo als daarna in 'Opbouw' heeft bewezen) zal gans Israël behouden worden". (Datzelfde Israël en niet er van maken, zoals wel gebeurd is het geestelijke Israël uit Joden en heidenen).
En dan sjoemel ik niet met de voorbeschikking of sta ik toch heimelijk de twee wegen leer voor, maar wil ik geloven wat er staat.
De genade is groter dan de zonde
De genade is groter dan de zonde.
Gods laatste woord is niet verhondswraak en straf, maar vergeving, heil.
Alzo zal gans Israël behouden worden.
Dat is de royaliteit van onze barmhartige God, waar Mozes en Jona en de Psalmisten (Psalm 103 en 86 b.v.) van wisten uit ervaring. Laten we dankbaar zijn voor de royaliteit van deze gerechtigheid en barmhartigheid Gods.
En hoe we dat met al onze dogmatische gedachten dan in overeenstemming moeten brengen, omdat ze volgens ons dat niet toelaten, dat is vers twee. We kunnen niet alles in een gesloten logisch gedachtesysteem kloppend maken. Niet omdat we dan in het irrationele moeten vluchten, maar omdat Gods gedachten onze gedachten te boven gaan en we nog dikwijls zo klein denken van God en zijn royale barmhartigheid.
Trouwens het Oude Testament gaat ons al voor in dat onverklaarbare genadeoptreden van God t.a.v. zijn zondige volk Israël. Je zou denken: als je de eerste hoofdstukken van Jeremia leest: Nu is het gedaan met Gods volk en dan toch in de hoofdstukken 31 en volgende de prachtige wending van het nieuw verbond en dat de HERE God zijn wet in hun hart zal schrijven.
Omdat het zich bekeerd heeft? Nee, maar met z.ijn Geest zal Hij hen bewerken en hen in plaats van een hart van steen een zacht hart van vlees zal geven.
En in Jesaja 63:5 lees ik, dat de HERE zegt: En Ik zag rond, maar er was geen helper. Ik ontzette Mij, maar niemand bood steun. Toen verschafte mijn arm Mij hulp en mijn grimmigheid ondersteunde Mij. Hijzelf treedt dan maar op om zijn volk te verlossen, van de vijanden.
En wat ontroerend is het als in Jes. 43 staat, nadat de HERE had geklaagd, dat zijn volk Hem lastig gevallen was met zijn zonden, vs. 24: Ik zal mijn Geest uitgieten op uw nakroost. Hoe is het mogelijk?! Ja, maar omdat Gods genade veel groter is dan dat zijn volk boosaardig is. In Christus, de Messias, ja en als de bekerinq van Israël komt, zo massaal als Paulus schrijft, is dat om het volbrachte werk van Jezus Christus en gebeurt dat door de Heilige Geest.
Wij hebben als Christenen (uit de heidenen) en Joden twee derde van de bijbel gelijk
Drs. De Jong gelooft daar niets van en weet u wie hem ook gelijk zou geven, de Amsterdamse rabbijn L. V.d. Kamp.
En ik denk ook Arie Kuiper en Dick Houwaert, die beweren, dat het Christendom een uit de hand gelopen sekte is van het Jodendom.
Drs. De Jong beroept zich op een gesprek tussen dr. Verkuil en rabbijn Abr. Soetendorp, waaruit bleek, dat de Talmoed (Joodse uitleg van de Tenach) meer betekenis had voor Soetendorp dan wat wij het Oude Testament noemen.
Mijn ervaringen in contact met Joden is anders. Toen we in Heerenveen een paar Joodse jongens een veertien dagen te logeren hadden, las ik in het Hebreeuws de liederen Hammaäloth met hen en of zij die kenden. Als ik me al eens vergiste verbeterden zij mij en vervolgden uit hun hoofd de Psalm. En we kennen toch de voorlezingen in de synagogen uit de Tenach. Denk b.v. aan pèsach en de geschiedenis van de uittocht, waaruit de vader vertelt op een vraag van zijn zoon.
Op een terras in Rishon-Ie-Zion, 's nachts om twaalf uur, hadden mijn vrouw Nelyen ik met een aantal Israëlische jongeren een gesprek over de noodzaak van het geloof in Jezus en de verlossing door Hem. En we kregen het over het feit, wat wij probeerden aan te tonen, dat hun eigen torah spreekt over het zondig zijn van de mens, Gen. 3, Psalm 51 enz ... Voor ons gevoel, - het zij toegegeven - functioneerden die Schriftgegevens niet in hun denken maar toch zeiden we tegen hen, dat Jezus de Messias was.
Op hun tegenwerping: Voor jullie wel, maar voor ons niet, antwoordden wij.
Niet alleen, maar ook en allereerst voor jullie is Jezus de Messias. En van de toenmalige burgemeester van die plaats kreeg ik een Hebreeuws N.T. En om niet meer te noemen, toen mijn vader stierf en wij onze Israëlische vriend in Jeruzalem bericht deden, kregen we een troostrijke brief terug met een aanhaling uit Jesaja 25:8: En de Eeuwige God (de Here HERE) zal de tranen van alle aangezichten afwissen.
Wij waren zeer getroost en we vermoedden, dat hij die tekst ook mee gekozen had, omdat hij wel wist, dat die tekst ook in het Nieuwe Testament voorkwam. Openbar. 21:4. En wordt aan de Hebreeuwse universiteit in Jeruzalem niet het Nieuwe Testament gedoceerd?
Ja, we hebben twee derde van de bijbel samen. En als zij dan de bijbel lezen, Mozes en de Profeten, weliswaar helaas met een bedekking op hun aangezicht, zoals Paulus schrijft, wat zal het zijn als de Heilige Geest die bedekking wegneemt en zij zien dat Jezus de van God gezonden Messias is, ook hun Verlosser. Want die Schriften (van het Oude Testament) zijn het die van Hem getuigen. En dan nemen zij ook het Nieuwe Testament aan als Gods Woord. Dan gebeurt de vervulling van Rom. 11:26: En aldus zal gans Israël behouden worden.
Zending onder de Joden?
Ik kan een heel eind meegaan met drs.
De Jong, als hij schrijft, dat wij als Westerse Europese Christenen nou niet bepaald de meest geschikste mensen zijn om de Joden het evangelie te brengen.O, die pogroms, al die anti-semitische uitbarstingen en al die verschrikkelijke uitspraken over het Joodse volk, ook door Christenen en hun voorgangers gedaan. Ik wil een hele tijd zwijgen uit schaamte en met de Deventer predikant-dichter belijden: - ,,'t En zijn de Joden niet, Heer Jesu, die U cruysten - het is al eilaas geschied om mijne zonden."
Maar dan toch in het gesprek met hen zeggen: Jezus is ook voor jullie de Weg, de Waarheid en het Leven.
Lode van de Kamp, de rabbijn moge zeggen, dat het Joodse volk tot op de huidige dag het Christelijk gelOOf heeft afgewezen en dat dit vastzit op het niet-geloven, dat Jezus de Messias is.
Het is niet helemaal waar. Want de eerste Christelijke Kerk van op en na de Pinksterdag bestond uit Joden, die op de prediking van Jezus' kruis en opstanding en dat de HERE God Hem tot een Heer en Christus gemaakt had, zich bekeerden en lieten dopen op de Naam van Jezus Christus. Drieduizend zielen, Hand. 2:41. De toehoorders op Pinksteren waren Joden en proselieten.
En in Hand. 4:4 lezen we dat het getal van de gelovig geworden mannen alleen al 5000 bedroeg, dus vrouwen en kinderen niet meegerekend.
Kunnen we zeggen dat het aantal Joden, die Christen werden, die Jezus als de Messias aannamen, laag geschat, 15 à 20.000 bedroeg?!
Dat de Joden dus allemaal nee tegen Jezus zeiden en vandaag zeggen is onjuist. Paulus heeft het over "de 7000, die de knie voor Baäl niet gebogen hebben", net zoals in Elias' dagen.
En mogen we ook nu niet zeggen: Vandaag heeft God zich de 7000 overgelaten, duizenden en duizenden Jezus-als-de-Messias-bel ijdende Joden.
Mag ik voor dit heerlijke feit niet eens goed aandacht vragen?
Waar zijn de tien stammen gebleven?
Trouwens we hebben het altijd over de Joden. De meesten zijn uit de stam Juda afkomstig. Hoewel, kan het niet zijn, dat er vele uit de andere stammen er vandaag nog ergens zijn?
Waarschijnlijk is het toch zo, dat zij, die Cohen heten of Kohn, Kan, Kahn enz. van priesterlijke afstamming zijn (Cohen betekent priester).
Maar misschien zijn wel vele Europeanen, ook Nederlanders, nog Israëlieten, afstammelingen van de tien stammen.
En dan zijn er nog veel meer uit Israël, die in Jezus de Christus geloven als de Zoon van God en hun Verlosser.
Toen in een bestek van enkele weken er verschillende mensen tegen me zeiden: Jan, jij bent zeker van Joodse origine, vond ik dat niet vervelend en zei: Misschien ben ik wel een Israëliet uit één van de tien stammen! Wie weet? Ik houd van de Joden.
In elk geval, Paulus was een Jood naar den bloede. Hij is de apostel der heidenen geworden, maar op zijn zendingsreizen, ging hij eerst naar de Joden, hij vergat ze niet en kon ze niet vergeten. Hand. 13:14, 14:1 (En een grote menigte!, zowel van Joden als van Grieken kwam tot het geloof.
Hand. 16:13, 17:1 V.V., 18:1,4,8. N.B. de overste der synagoge Crispus kwam met zijn hele huis tot geloof!!
En wij kennen uit de vorige eeuw: Capadose en Isaäc da Costa en er zijn ook heden veel gelovige Joden.
Ja, ook vanuit het heden hebben we hoop, niet op grond van een voorspelling, maar op grond van de profetieën van het Oude en Nieuwe Testament.
En ook wat Paulus in Rom. 11:26 profeteert als een geheimenis, komt zeker uit.
In het volgende nummer van ons blad hoopt ds. De Jong op bovenstaande bijdrage te reageren.
De redaktie