Geloven; gewoonte of keuze (3)
1991-05-24
In de vorige aflevering werden twee belangrijke elementen uit het onderzoek van mevrouw Jongsma over geloofsopvoeding besproken.- Jaargang 35
- nummer 11
Voordat jongeren zelfstandig leren geloven, maken ze een crisis door. Daarnaast is het belangrijk dat het geloof betekenis voor hen heeft, ze moeten zich erin herkennen ('commitment', binding). De vraag die mevrouw Jongsma in dit verband stelde is op welke wijze ouders aan deze elementen in de praktijk van de opvoeding gestalte kunnen geven.
Opvoedingsstijl
Het derde hoofdstuk van het proefschrift omvat ongeveer 40 bladzijden aan konklusies uit eerder gepubliceerd onderzoek op het terrein van de geloofsopvoeding. Wie in kort bestek recente gegevens op een rijtje wil hebben, vindt in dit hoofdstuk een goed overzicht. Wel moet ik opmerken dat het taalgebruik niet gemakkelijk is; er staan veel woorden in die nogal wat voorkennis (o.a. op het terrein van psychologie en statistiek) vooronderstellen.
Aan de hand van de door haar bestudeerde onderzoeken komt mevrouw Jongsma nog tot een andere - opmerkelijke - stelling: "de religieuze binding van jongeren wordt bevorderd wanneer ouders zelf godsdienstig betrokken zijn ... én wanneer zij in de godsdienstige opvoeding een democratische opvoedingsstijl hanteren" (85).
Regels en betrokkenheid
Sommige mensen denken dat het loslaten van vaste regels .Qelijk staat met een anti-autoritaire opvoeding: het kind mag zelf alles bepalen. Dat is beslist niet het geval.
Een anti-autoritaire opvoeding maakt het kind onzeker: de ouders geven geen leiding, maar laten het kind alleen beslissingen nemen. Een autoritaire opvoedingsstijl geeft het kind geen ruimte om eigen keuzen te leren maken: er wordt geen uitleg gegeven, de ouders beslissen voor het kind.
Volgens mevrouw Jongsma komt daardoor de relatie met de ouders onder druk testaan. Kinderen gaan minder snel met problemen naar hun ouders en ze vinden het ook minder plezierig om iets samen met de ouders te doen (80). Tussen de beide stijlen in ligt het principe van de demokratische opvoedingsstijl (92, 94). Ouders houden daarbij rekening met kinderen bij het ondernemen van gezamenlijke aktiviteiten en ze geven uitleg over beslissingen.
Wanneer het kind daar aan toe is geven ze het de vrijheid om te kiezen.
Wel geven ze hun mening ten aanzien van de te nemen keuzen.
Het effect van regels
Wat de opvoedingsstijl betreft zijn de uitkomsten van onderzoeken niet gelijkluidend.
Waarschijnlijk speelt de samenleving waar jongeren in opgroeien een rol mee. Om een voorbeeld te geven: in een dorp waar iedereen naar de kerk gaat en waar het gebruikelijk is dat de kerkgang 'gecontroleerd' wordt (door de ouders en de omgeving) zouden strakke regels (nog) een gunstig effect kunnen hebben.
Echter: in een stad waar vrijwel niemand naar de kerk gaat, kan het effect tegengesteld zijn (79).
In diskussies binnen onze kerken valt op dat er mensen zijn die zich voortdurend beroepen op regels en gehoorzaamheid.
Wanneer jongeren de kerk verlaten, komt dit doordat er geen duidelijke regels (en straffen) zijn.
Immers: vroeger waren de regels duidelijk en zaten de kerken vol...
Anderen durven nauwelijks meer regels te stellen. Jongeren zouden juist uit de kerk wegblijven, wanneer ouderen allerlei regels opleggen.
Wanneer de gegevens die mevrouw Jongsma aanreikt juist zijn, komen deze diskussies in een ander licht te staan. In onze samenleving is sprake van snelle veranderingen (Van Driel en Kole spreken van een omslag in de kultuur). Toch gaan die veranderingen niet overal even snel. Dit zou kunnen betekenen dat in een kerks dorp een traditionele opvoedingsstijl nog wel 'goed kan werken'. Er is minder uitleg nodig, want de opvoeding van de ouders wordt aangevuld door de gewoonten (en de sociale kontrole) van het dorp. In een grote, onkerkelijke stad zou die stijl echter niet meer voldoen; de eisen van de ouders worden niet gesteund door de omgeving. Als ze bv. de kerkgang zondermeer verplicht stellen (zonder vorm van gesprek) zal dit vervreemdend werken.
Overigens moeten de veranderingen in kerkse dorpen niet worden onderschat: over 10jaar zou ook daar de situatie wel eens totaal veranderd kunnen zijn. Bovendien gaan veel jongeren uit traditionele dorpen naar school in een grote stad.
Verplichte kerkgang
Problemen rond de kerkgang zijn in vrijwel ieder gezin met opgroeiende kinderen meer regel dan uitzondering.
Veel pubers gaan op een bepaald moment protest aantekenen tegen de kerkgang (het is een normale ontwikkeling dat een jongere de - verplichte - kerkgang ter diskussie stelt).
Uit het onderzoek van mevrouw Jongsma blijkt dat ouders van jonge kinderen vaak zelf de beslissing nemen of het kind mee moet naar de kerk. Dit is niet verwonderlijk; kinderen gaan dan nog min of meer 'vanzelf' mee naar de kerk. Bij 12-jarige kinderen neemt de helft van de ouders de beslissing, zonder hierover bij meningsverschillen met het kind in gesprek te gaan. Rond het 15e jaar praten de meeste ouders wel over de kerkgang; bijna de helft van de ouders laat hun kind uiteindelijk zelf de beslissing nemen. Ouders die op die leeftijd nog voor hun kind beslissen over de kerkgang noemt mevrouw Jongsma op dit punt 'autoritair' (113).
De bedoeling van mevrouw Jongsma is duidelijk: vasthouden kan alleen door te leren los te laten. Dat ben ik van harte met haar eens. Er komt een moment dat jongeren (zeker ook bij geloofsvragen) zelf beslissingen moeten nemen. Toch gaat mij de typering 'autoritair' te ver. Op welke leeftijd is een jongere in staat om zélf beslissingen te nemen? Is een moeder die van haar 15-jarige dochter verlangt dat ze naar de kerk gaat op dat punt autoritair?
Is een vader die zijn 15-jarige zoon naar school stuurt autoritair? Dan zijn er veel autoritaire vaders ... (ook als er geen leerplicht zou zijn). De vraag is, op welke leeftijd een jongere werkelijk in staat geacht kan worden om op verschillende levensterreinen zelf beslissingen te nemen.
Kerkgang moet uiteraard meer zijn dan een gewoonte. We kunnen niet om vragen heen als hoe de ouders zelf de kerkgang beleven, hoe dit zichtbaar en voelbaar is voor de kinderen, de manier waarop de zondag wordt ingevuld, de wijze waarop tijdens de kerkdienst kinderen en jongeren tot hun recht komen; het zijn allemaal aspekten die zich niet in regels laten vangen.
Daarover later meer.
Kapstok
Opvoeden is geen gemakkelijke opgave.
Daarom is het goed om af en toe bij vragen rond de christel·ijke opvoeding stil te staan. Zo heeft een gesprekskring in een Nederlands gereformeerde kerk met veel opgroeiende kinderen gebruik gemaakt van een samenvatting van het proefschrift van mevrouw Jongsma-Tieleman. Niet omdat men het in alles met haar eens was; wel omdat men het samen spreken over de opvoeding in een snel veranderende tijd belangrijk vond.
In dit gedeelte heb ik de kerkgang als kapstok gebruikt om te illustreren hoe een veranderende omgeving andere eisen stelt aan opvoeders. Toch blijft het moeilijk (en rn.l. is het ook niet gewenst) om in de praktijk tot eensluidende interpretaties te komen.
De volgende keer worden de uitkomsten van het onderzoek van mevrouw Jongsma verder besproken.