Wat vertellen wij onze kinderen?
1991-05-24
Wat willen we bereiken?- Jaargang 35
- nummer 11
Iedere volwassene houdt bij de keuze van een bijbelverhaal rekening met de leeftijd en de ontwikkeling van het kind, voor wie hij gaat vertellen. Lang niet elk verhaal is door jonge kinderen te begrijpen en sommige zijn emotioneel moeilijk te verwerken door bepaalde kinderen.
Een tweede kriterium voor de verhaalkeuze is de vraag naar welk doel wordt gestreefd. Wat wil de verteller bereiken met de vertelling? De oudvoorzitter van de Unie 'School met de Bijbel', drs. T.M. Gilhuis, had in een toespraak tijdens een gebedsdienst voor het christelijk onderwijs op 17.9.'90 (twee maanden voor zijn plotseling overlijden) in Katwijk deze vraag tot onderwerp. Volgens hem moet het vertellen van bijbelverhalen op de christelijke school als doel hebben, het kind voor te bereiden op zijn taak als christen in deze wereld.
Gilhuis vond dat de christelijke scholen te kort schieten in het vertellen uit de Bijbel. Enerzijds verdringen de kringgesprekken en het voorlezen uit een kinderbijbel teveel het echte vertellen, anderzijds voldoen de vertellingen niet aan de eisen, die er aan gesteld mogen worden. Veel leraren vertellen de bijbelse verhalen als gebeurtenissen, die lang geleden en ver weg hebben plaatsgevonden, zonder er in te slagen het verband te leggen met de belevingswereld van het hedendaagse kind.
Niet alleen in bovengenoemde toespraak gaat hij op dit probleem in, maar ook zijn twee boeken 'Vertel mij toch' en 'Nu luister dan' gaan daarover.
In deze 'vertel- en werkboeken' behandelt hij een zestigtal bijbelverhalen en geeft daarbij exegetische notities voor de vertellers. Met die uitleg wil hij bewerken, dat zij beter in staat zijn de bijbelverhalen over te zetten van toen en daar naar nu en hier. De verhalen moeten vlak bij het kind gebracht werden en toepasbaar zijn in zijn leefwereld.
Christen-zijn in de wereld
Gilhuis vindt het nodig, dat kinderen leren, dat zij christen moeten zijn in deze wereld. Hij haalt hiervoor de volgende woorden van Feitse Boerwinkel aan: "Het is onze taak de jonge mens zo te begeleiden en te stimuleren op zijn weg naar de volwassenheid dat hij steeds beter toegerust en gemotiveerd is om te bepalen, waar hij zijn krachten wil inzetten, om deze aarde te bewerken en te bewaren in samenwerking met en tot vreugde van alle medemensen - om daarbij zijn kritische zin ten aanzien van wat echt of onecht, waar of onwaar, recht of onrecht is, te SCherpen; en hem bereid te maken op te komen voor verdrukten, ontrechten, aan welke kant die zich ook bevinden."
Daarom vindt Gilhuis het belangrijk, dat bepaalde verhalen en thema's uit de Bijbel vaak aan de orde komen. In bovengenoemde toespraak zegt hij: "Je zult dan in het bijzonder moeten denken aan de verhalen van de profeten en Jezus, die explosief zijn voor een wereld, die anders moet worden.
Zij herinneren ons eraan, dat er een eind moet komen aan het lijden van de mensen. Zij roepen op de strijd aan te binden tegen de machten, die dat lijden veroorzaken en met het plegen van geweld en onrecht, dat lijden in stand houden."
Als voorbeelden noemt hij dan verder de Bergrede en het verhaal van de rijke man en de arme Lazarus. Belangrijk zijn de begrippen: zachtmoedigheid, barmhartigheid, vervolgden om der gerechtigheid en de vredestichters.
En het grote voorbeeld, dat navolging verdient in dezen is Jezus.
Vrucht van de Geest
Naar mijn mening heeft Gilhuis gelijk, als hij zegt, dat kinderen moeten leren zich in te zetten voor de armen en verdrukten in de samenleving. Het zich inzetten voor de medemens is dat wat de Bijbel 'goede werken' noemt. Het geloof zal zich moeten uiten in daden, anders is het een dood geloof; de catechismus heeft het over de vruchten der dankbaarheid. Kinderen moeten leren, dat het geloof altijd gepaard moet gaan met liefdedaden die gericht zijn op God en de naaste.
Toch zal de geloofsopvoeding zich niet kunnen beperken tot oefening in en stimulering tot de inzet voor hulpbehoevenden en ontrechten. Dat zal namelijk weinig effekt hebben, als niet eerst aan een andere voorwaarde is voldaan.
Want een mens kan deze goede werken pas voortbrengen, als hij gelooft en zich laat vernieuwen en leiden door de Heilige Geest. Paulus noemt in Galaten 5:22 vriendelijkheid, goedheid, liefde. vrede en zachtmoedigheid de vrucht van de Heilige Geest. Uit zichzelf zal een kind in eerste instantie gericht blijven op zich zelf, evenals een volwassene. Het kan wel geoefend worden in het doen van allerlei goede werken. Maar zonder verandering van het hart zal het dan niet uitkomen boven aangeleerde gewoontes. Het kan wel gestimuleerd worden tot inzet voor armen en verdrukten. Maar alleen als Christus woning in het hart van het kind heeft gemaakt, zal de inzet voortkomen uit werkelijke naastenliefde en standvastig blijken.
Geloofsvorming, het eerste doel
Eerst zal een kind de HERE God moeten leren kennen als zijn liefhebbende Vader en de Here Jezus als zijn Redder.
Het zal eerst moeten leren geloven voordat het de vrucht van de dankbaarheid kan voortbrengen. Het vertellen van bijbelverhalen zal allereerst het bewerken van het geloof tot doel moeten hebben. En hoewel we weten, dat de opvoeder het geloof niet kan overdragen aan een kind, ontslaat het de volwassene niet van de verantwoordelijkheid zich in te zetten voor de geloofsvorming van het kind.
Door middel van onze woorden en onze verhalen kan de Heilige Geest het geloof in het hart van het kind bewerken en doen groeien. Ook voor kinderen geldt, dat het geloof uit het gehoor is. En hoe zullen ze geloven als ze het niet gehoord hebben? En hoe zullen ze het horen als er geen volwassenen zijn, die het hun vertellen?
(Rom. 10:14 en 17) De opvoeder moet allereerst aan een fundament van geloofskennis en geloofsvertrouwen werken bij het kind.
Die basis voor het geloof kan het beste gelegd worden door het kind te vertellen over God de Vader en Zijn Zoon, Jezus Christus. De dichter van Psalm 78 heeft het ook tegen de ouders en opvoeders uit onze tijd als hij aanraadt de kinderen de roemrijke daden en de wonderen van de HERE te vertellen.
Opdat zij hun vertrouwen op God zuilen stellen. Of anders gezegd: opdat zij zullen gaan geloven in Jezus Christus, niet als hun grote voorbeeld, maar als hun Redder en Heiland.
Welke verhalen zijn nodig voor de geloofsontwikkeling?
De kern van het Evangelie, die nodig is voor het geloof, brengt Paulus onder woorden met: "Jezus Christus en die gekruisigd". Met die boodschap moet ook het kind worden gekonfronteerd.
Het zal verhalen moeten horen over de grote liefde van God voor de wereld en Zijn erbarming met de mensen. De betekenis van de komst van de Here Jezus en Zijn woorden en daden moet aan het kind verteld worden zodat het Hem leert kennen en vertrouwen. Hoe meer het kind door verhalen en onderwijs hoort over de heiligheid, de liefde en barmhartigheid van de HERE, hoe meer het zal ontdekken, dat het zelf zondig en schuldig is en dat het vergeving
en reiniging nodig heeft. Alleen door het horen van het Woord kan het tot geloof gebracht worden. Daarom zal het kind niet een bepaald soort verhalen verteld moeten worden, maar er is een veelheid van verschillende bijbelgedeelten en thema's nodig bij het bijbelonderwijs.
De Catechismus leert ons dat de hoofdzaken van ons geloof samengevat kunnen worden in de thema's: ellende, verlossing en dankbaarheid.
Het is van belang, dat kinderen deze onderwerpen regelmatig duidelijk en indringend te horen krijgen. Daarnaast zou ik dit drietal onderwerpen voor kinderen nog willen aanvullen met verhalen over God de Vader en over de oproep tot bekering.
Samenvattend stel ik dat de belangrijkste vertelthema's zijn: - God als Schepper en als Vader.
(God de HERE)
- Zonde en alles wat daarmee te maken heeft. (Ellende)
- De betekenis van Jezus' komst en Zijn lijden en sterven. (Verlossing)
- De noodzaak van bekering van de mens tot de HERE zijn God. (Bekering)
- Het heiligmakende werk van de Geest in het leven van mensen. (Dankbaarheid) Niet alleen het laatste thema, dat je ook kunt noemen 'Christen-zijn in de wereld', maar ook de eerste vier zijn belangrijk voor het kind