Praktische hulpverlening in de voormalige DDR na de val van de muur

1991-05-24
  • Jaargang 35
  • nummer 11
In de zomerperiode van 1990 hebben zeventig Nederlandse vrijwilligers zich elk gemiddeld twee weken ingezet in een ziekenhuis in
Thüringen, in het zuiden van de voormalige DDR. Over het hoe en waarom gaat dit artikel. In een vervolgartikel komen twee vrijwilligsters aan het woord.

Het Sophia ziekenhuis in Weimar (Sophienkrankenhaus of kortweg Sophienhaus) is een algemeen ziekenhuis met 300 interne, chirurgische, gynaecologische en verloskundige bedden. Per jaar komen er zo'n 800 kinderen ter wereld. Het huis valt onder de diakonie van de Evangelisch-Lutherische Landeskirche van Thüringen, een positie die het gedurende vijfenveertig jaar socialisme kon behouden. Het ziekenhuis verzorgt al heel lang een inservice opleiding tot verpleegkundige, de enige confessionele opleiding op dit gebied die door de voormalige communistische staat werd erkend.

Het is een interessant gegeven dat het huis in 1875werd gesticht door de Nederlandse prinses Sophie, dochter van koning Willem 11en Anna Paulowna.
Zij was gehuwd met Carl-Alexander van Saksen-Wei mar, groothertog van de gelijknamige kleinstaat.
Sophie's portret hangt nog steeds in een van de gastruimten van het ziekenhuis.
Zij begon met vijf zusters, maar in 1895was de 'Schwesternschaft' al gegroeid tot 126.
Langzaam groeide het naar Sophie genoemde huis in beddenaantal. De momenteel nog in gebruik zijnde gebouwen dateren van 1886 resp. 1904, met diverse uitbouwsels.
In 1939 verliet het huis de kerk, en sloot zich aan bij het Rode Kruis, om annexatie door de nazi's te voorkomen.
Na de oorlog werden de gebouwen gevorderd door het Rode Leger om als kazerne dienst te gaan doen.
De patiënten werden vijf jaar lang verzorgd en behandeld in diverse woonhuizen in de stad. Pas in 1950 werden de gebouwen weer vrijgegeven. In de tijd dat het oosten van Duitsland nog DDR heette heb ik het huis leren kennen. Mijn vrouw heeft er de opleiding tot verpleegkundige gevolgd, en er enkele jaren gewerkt, en haar vader is er predikant-directeur. De alom aanwezige schaarste - bekend van de socialistische planeconomieënmaakte dat men het heel gewoon vond om disposable catheters en handschoenen meerdere malen te gebruiken (tot ze kapot gingen), dat er glazen injectiespuiten werden gebruikt, en dat vele goede geneesmiddelen ontbraken.
Er werd op bruinkool gestookt, als het althans geleverd werd. De installaties waren zo oud, dat de verwarming het 's winters vaak niet kon trekken.

Het huis had en heeft echter een goede naam in de omgeving, met name vanwege de sfeer en de manier waarop de patiënten worden bejegend.
Heel anders dan in de staatsziekenhuizen.
Aan de ingang staat aan de muur het woord uit 1 Petrus 4: "Dient elkaar, een ieder naar de genadegave die hij ontvangen heeft".

De omwenteling (die Wende) in de DDR had grote gevolgen voor het ziekenhuis.
Veertig jaar verstarring werd doorbroken. Er gloorde hoop op eranderingen ten goede. Echter, de schaduwzijde was wel dat nogal wat medewerkers het voor gezien hielden, en vertrokken naar het westelijke deel van het land, naar betere werkomstandigheden en een veel beter salaris. In het najaar van 1989vertrokken zo'n 10% van de medewerkers, soms van de ene dag op de andere, waaronder ook artsen, verpleegkundigen en operatie-assistenten. De vacatures waren aanvankelijk moeilijk op te vullen. Er ontstond een grotere werkdruk voor de achterblijvers, en er moesten meer overuren worden gedraaid.
Op een gegeven moment was er nog maar één gynaecoloog, die dus 24 uur per dag, 7 dagen per week dienst moest doen. Het operatieprogramma moest worden gereduceerd, en een verpleegafdeling worden gesloten.
Niet vanwege een verminderde patiënteninstroom, zoals soms in Nederland, maar vanwege een gebrek aan medewerkers.

In deze noodsituatie besloten wijondergetekende met enkele vrienden - tot de oprichting van een Stichting, teneinde een bijdrage te kunnen leveren aan het functioneren van het Sophienhaus.
Er werd een folder gedrukt, waarvan in totaal zeshonderd exemplaren via allerlei kanalen werden verspreid. Onze opzet was om in Nederland mensen te vinden die in de zomerperiode een tijdje in Weimar zouden willen helpen, om de nood (die 's zomers door vakanties nog eens extra sterk wordt gevoeld) te helpen lenigen. Zeventig mensen meldden zich aan, de meesten verpleegkundigen of daarvoor lerend, maar ook bijvoorbeeld studenten, een matroos, een bankemployé, een lerares biologie.
De niet-verpleegkundigen zouden worden ingezet in de keuken, in de wasserij, en bij allerlei technische en onderhoudswerkzaamheden. Er was ook een arts bij, die zich drie weken beschikbaar heeft gesteld.

Het hierna volgende artikel geeft de ervaringen van twee vrijwilligsters weer. Na de werkzomer zijn de deelnemers een keer bijeen geweest om ervaringen uit te wisselen. Algemeen was het gevoelen dat men zeer nodig was geweest en nuttig werk had gedaan, en ook zijn vele goede relaties gelegd. Velen merkten op dat men geleerd had wat zuiniger met materialen om te gaan. Iemand gaf aan dat het voor haar een herhaling was van haar beginperiode als verpleegkundige in de jaren zestig. Er waren echter ook nogal wat opmerkingen over de werkefficiëntie en over vakinhoudelijke verpleegkundige aspecten. Wellicht het begin van een zinvolle uitwisseling.

Dit zijn bemoedigende dingen. Het huis heeft op velerlei manieren laten blijken de Nederlandse hulp zeer gewaardeerd te hebben. Ook de plaatselijke pers gaf aandacht aan de Nederlandse invasie.
Tot slot moet worden opgemerkt dat ook nu nog de tijden voor Oost-Duitsland moeilijk zijn. Dat kunnen we dagelijks in de krant lezen. Er is zoveel vernield, en zo weinig geïnvesteerd.
In beroepen waar schaarste heerst, zoals met name verpleegkundigen en operatie-assistenten, kunnen slechts met moeite mensen worden geworven. De salarissen liggen in de nieuwe Bundesländer immers nog maar op 40% van die van het westen.
Het ligt toch veel meer voor de hand om 100 km verder westwaarts te gaan werken? En dan de onzekerheid over de toekomst. De nieuw gevormde plaatselijke en regionale overheden weten nauwelijks waar te beginnen.
Alles verandert, maar niemand weet precies wat het uiteindelijk wordt, in welke volgorde de herstructurering zal verlopen, en hoe lang alles duurt.
Ondertussen groeit de maatschappelijke onrust en de ontevredenheid.
Het is ook nu nog - juist nu nog - van groot belang de contacten met de mensen, met onze broeders en zusters in het oosten van Europa te handhaven en zo mogelijk uit te breiden.
Men wil graag praten, en horen hoe de dingen gaan, men wil vriendschap en uitwisseling. Velen voelen zich al jaren lang tweederangs Europeanen. Nu de spanning van het ijzeren gordijn niet meer bestaat moeten we hen blijven bezoeken. Het zal nog jaren duren voordat er ook in de voormalige DDR enige mate van stabiliteit heerst.
De band met het Sophienhaus blijft. Zo nu en dan worden giften overgemaakt voor speciale projecten. Sinds januari 1991zijn twee Nederlandse adviseurs aan het huis verbonden, om plannen te ontwikkelen op organisatorisch en bouwkundig terrein.
(Stichting Sophia ziekenhuis Weimar, Bankrekening 98.93.30.001, Gelders Utrechtse Spaarbank, Bennekom)

Door een misverstand is bovenstaand artikel niet voorafgaande aan het artikel van Jeanine Welmers en Greet van Keulen 'Wei mar, augustus 1990' geplaatst. Voor een goed begrip dient u dit, in het vorige nummer van Opbouw geplaatste, artikel te lezen in het licht van bovenstaand artikel van Y.G. v.d. Meer.

De redaktie

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief