Verscheidenheid (3)

2010-09-03
  • Jaargang 54
  • nummer 17
‘Verscheidenheid is een gave’, staat boven een artikel in het Christelijk Weekblad van 9 juli. Nu wisten we dat natuurlijk al langer (1 Korintiërs 12), maar spannend wordt het als de auteur Vrijgemaakt is en de gave van de verscheidenheid ook meent te vinden in de veelheid van kerken. Henk Geertsema, directeur van de Academie Theologie van de Gereformeerde Hogeschool in Zwolle, schrijft naar aanleiding van de in december te houden Nationale Synode:

Het evangelie noemt de kerk het lichaam van Christus, Zijn bruid, Zijn kudde. De kerk is deel van Christus, is één in-liefde-tegenover Christus. De kerk is een eenheid, als lichaam en bruid en een veelheid, als kudde. Eenheid in verscheidenheid zou je kunnen zeggen.
De Bijbel spreekt op allerlei plaatsen over verscheidenheid. () Jezus spreekt over de verschillende talenten die mensen krijgen en Hij vergelijkt zijn volgelingen met een kudde schapen. In de kudde zijn niet alle schapen gelijk ().
Paulus benadrukt dat de verschillen als gaven gezien moeten worden.
Gaven die ieder hun eigen plaats in en functie voor het lichaam hebben. () Stel nu eens dat dit ook geldt voor de verschillende kerkgenootschappen. Dat die met elkaar één lichaam vormen, waarbinnen ieder een eigen functie heeft. Dat er kerken zijn die beter passen bij bepaalde persoonlijkheidstypen: kerken die meer denkers aantrekken en kerken die meer doeners aantrekken.
Kerken voor emotionele mensen en kerken voor meer beschouwende typen.
() Of dat kerken ingedeeld worden op leerstijlen: de ene kerk begint de navolging van de Heer door eerst eens diepgaand te lezen en te studeren in het Woord, dan eens voorzichtig te experimenteren, dan daarop te reflecteren en uiteindelijk vandaar uit nieuwe gedachten te vormen en tot handelen te komen. Een andere kerk zou de leercirkel misschien meer doorlopen vanuit trial-and-error: eerst maar eens wat doen, dan zien waar we uitkomen, om daarna eens te bezinnen.
Bovenstaande voorbeelden zijn invullingen van de verscheidenheid vanuit de eigenschappen van de kerkleden zijn. Iedere gelovige de kerk die (het best) bij hem past.
Zo’n benadering werpt een ander licht op het grensverkeer van gelovigen tussen kerken. Dan zijn we blij dat mensen zich bij een kerkgemeenschap voegen die het meest aansluit bij de eigenheid en de gaven die zij hebben gekregen.
We gaan een stapje verder. Stel: aan elk van de kerkgenootschappen is een eigen specifieke gave gegeven. Dus niet slechts aan de leden van de kerk, maar ook aan het geheel van de kerk.
Daniel Ofman ontwikkelde een model over kernkwaliteiten, dat bij analyse van organisaties gebruikt wordt om sterke kanten, valkuilen, allergieën en uitdagingen in kaart te brengen. Een kernkwaliteit verwijst naar de specifieke gave van een gemeenschap. Een teveel van die gave kan echter je valkuil worden: teveel daadkracht wordt drammerigheid. De uitdaging is om je kwaliteit zo te benutten dat deze dienstbaar blijft voor anderen. Hoe kun je daadkracht en drammerigheid zo hanteren dat je geduldig kunt blijven?
Maar ook daar geldt dat een teveel van de uitdaging in zijn tegendeel kan verkeren: geduldigheid wordt dan passiviteit.
Het model van Ofman is interessant omdat het allerlei verschijnselen verheldert die we ook in het verkeer tussen kerken aantreffen. Dit model daagt uit van de ander te leren, om je eigen valkuilen en allergieën te voorkomen en samen verder te komen.
Stel dat op de Nationale Synode vanuit dit model gedacht en gesproken wordt.
De Vrijgemaakten zijn goede organiseerders en kunnen goed debatteren.
Wie iets wil weten over de diepe doorwerking van de zonde in het menselijk leven kan bij de Gereformeerde Gemeenten te rade gaan. PKN-gemeenten zijn vaak goed in het diaconaal-missionaire werk in oude wijken: de troost van de Heer in een harde samenleving door warmte en basaal levensonderhoud.
Bij het Leger des Heils kunnen ze fantastisch omgaan met zwervers, dronkaards, daklozen, hoeren en tollenaars.
Iets dat een aantal andere kerken niet echt goed afgaat. Evangelische gemeenten zijn sterk in de evangelisatie en weten mensen te raken zodat zij zich bekeren. Maar minder goed om mensen langdurig vast te houden. Daar zijn andere kerkgemeenschappen weer goed in.
Kerken kunnen elkaar aanvullen in hun taak naar de mensheid en hun taak naar de gelovigen. En ze kunnen van elkaar Ieren. Wie een zaak goed op de rails wil zetten kan bij de vrijgemaakten aankloppen, maar die kunnen bij de Christelijke Gereformeerden leren hoe je een debat voert zonder tot scheiding te komen. De Gereformeerde Gemeenten kunnen bij het Leger des Heils leren dat er zelfs voor degenen die in de goot liggen nog genade mogelijk is.
Hoe zaken op de agenda van de Nationale Synode komen, weet ik niet. De zoektocht naar eenheid in de verscheidenheid stemt tot dankbaarheid. Waar de verscheidenheid daarbij ook nog eens vruchtbaar gemaakt wordt, mag de Nationale Synode van mij wel doorduren tot in 2011. Die van 1618-1619 heeft veel goeds opgeleverd. Bidt dat deze even vruchtbaar wordt.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief