Ouderlingenkonferentie over gemeenteopbouw

1991-06-07
  • Jaargang 35
  • nummer 12
Op zaterdag 25 mei waren ongeveer 120 mensen naar de Utrechtse Jeruzalemkerk getogen om daar te luisteren naar twee inleidingen.
Nadat de predikanten op donderdag met elkaar over gemeenteopbouw hadden gesproken, waren nu de ouderlingen aan de beurt.

Toverwoord
"Ambtsdragers hebben een taak bij de opbouw van de gemeente", zo hield broeder A. de Ruiter uit Eindhoven in zijn inleidende woorden de aanwezigen voor. "Toch lijkt de gemeenteopbouw een modieus hobby-onderwerp te zijn geworden, een toverwoord.
Maar wie Efeze 4 leest, ziet dat gemeente-opbouw al zo oud is als Christus' gemeente".

Met God. met elkaar. in de wereld'
De eerste inleider was Ds. J.C Schaeffer uit Apeldoorn.
Hij vertelde in een helder betoog wat we onder gemeenteopbouw moeten verstaan. In principe kun je alles wat de gemeente opbouwt zo noemen.
Meer specifiek is het echter een bepaalde manier van werken: met een plan, visie, een duidelijk omschreven doel. Uitgangspunt is dat Christus het hoofd is, en dat de gemeente het lichaam is. De gemeente van Christus is een persoonlijke gemeenschap met Christus, en met broeders en zusters, wier geloof in liefde aktief wordt, naar binnen (met elkaar) en naar buiten (naar de wereld).
In zo'n gemeente geeft God de gaven van de Geest (vg. 2 Tim. 2:2 en vraag en antwoord 54, H.C.). Die gaven mogen we als geschenk aanvaarden. Het betekent tevens dat we niet krampachtig behoeven te zijn.

Knelpunten
Vervolgens liep Ds. Schaeffer een aantal knelpunten langs. Zo bestaat een gemeente vaak uit een kleine kern van aktieve mensen en is er binnen de gemeenten nogal eens sprake van 'partijvorming'. Hij vroeg zich af of de kerkdiensten en de bijbelkringen wel voldoende worden gebruikt voor het oefenen in de dienst van God. Veel mensen durven zich nauwelijks innerlijk bloot te geven.
De kerkeraad is de aangewezen instantie om gemeenteopbouw te stimuleren.
Men kan, aan de hand van bijbelse uitgangspunten, komen tot een plan (voor bv. 5 jaar). De uitwerking van de plannen zal gevoed moeten worden vanuit de zondagse eredienst.
Tenslotte ging Ds. Schaeffer nog in op bezwaren die worden genoemd tégen deze (systematische) gemeenteopbouw.
We moeten er goed op bedacht zijn dat wij niet een met de Geest vervulde gemeente kunnen organiseren.
Toch is een goede organisatie wel in het belang van de gemeente. In de bijbel staan talloze voorbeelden van vormen van christelijke organisatie, omdat het zonder de organisatie niet goed ging (vgl. de tempelbouw bij Nehemia, de zorg voor de weduwen en wezen bij Petrus).

Niet nieuw
De tweede inleider was Prof. Dr. M. te Velde. Hij is hoogleraar aan de vrijgemaakt-Gereformeerde Theologische Universiteit in Kampen (kerkgeschiedenis, kerkrecht en gemeenteopbouw).
Prof. Te Velde vertelde dat het woord 'gemeenteopbouw' soms wantrouwen oproept. Maar organiseren is niet fout, het is zelfs nodig. Bij de spijziging van de 5000 werden groepjes van 50 gemaakt: een kwestie van organisatie.
Naast dat wantrouwen zijn er mensen die teveel heil van de 'methode' verwachten.
Ook dat is een onjuiste reaktie.
In principe bestaat gemeenteopbouw zolang als de kerk er is. De moderne manier van aanpak vindt haar wortels in de praktische theologie. In de duitse volkskerk van 1890 (met tienduizenden papieren leden) kwamen vragen naar voren als: "wat willen we met de gemeente?"
Daarna kwamen vanuit het zendingswerk in Tanzania (1920) nieuwe impulsen. Na de Tweede Wereldoorlog werd gemeenteopbouw een apart aandachtsgebied. Sinds de jaren '80 heeft een aantal theologische opleidingen in Nederland een speciale leerstoel 'gemeenteopbouw' .

Leven uit genade
Evenals de vorige spreker maakte ook Prof. Te Velde heel goed duidelijk dat gemeenteopbouw altijd gezien moet worden in relatie tot Christus. Wie denkt dat hij methoden kan hanteren als 'reddingsoperatie voor een zinkende kerk' is helemaal verkeerd bezig.
Dan wordt gemeenteopbouw vaak versmald tot: bouw aan een sociale, een spirituele, of een demokratische gemeente.
We leven niet vanuit de wet, met een zweep achter ons aan, we mogen leven uit de genade. Daarbij staat de kerkdienst centraal: daar klopt het hart voor de gemeenteopbouw.

Bezinning
De week begint met de kerkdienst op de rustdag. Beginnen met uitrusten.
Sommige mensen willen direkt aan de slag. Eerst zullen we echter moeten kijken wat er nodig is. Dat betekent: de Bijbel open en de gemeente observeren.
Vanuit die bezinning kunnen we dan komen tot een vertaling naar de kerkelijke praktijk.
Vervolgens kwam Prof. Te Velde tot het benoemen van de taken in de gemeente: verkondiging, liturgie, onderricht, opzicht, samenleven en barmhartigheid.
Hij maakte het verband tussen deze taken inzichtelijk aan de hand van een tijdens de bijeenkomst uitgedeeld schema. Bij het stimuleren van de taken hebben de ambtsdragers van God een speciale taak gekregen.
Vanuit de praktijksituatie noemde de Kamper hoogleraar tenslotte twee voorbeelden waarbij de visie op de opbouw van de gemeente in de praktijk gebracht kan worden. Moet een grote gemeente gesplitst worden in kleinere gemeenten? Welke taak heeft de gemeente(opbouw) nu we zien dat er steeds meer huwelijken binnen de gemeente stuk lopen?

Onvoldoende gaven?
's Middags was er een forumdiskussie, onder leiding van broeder P. Wassenaar uit Rotterdam. De eerste vragensteller vroeg zich af of God wel in iedere gemeente voldoende gaven geeft. Prof. Te Velde was daar duidelijk over: als God een opdracht geeft, geeft Hij de gemeente ook de mogelijkheden om die opdracht uit te voeren.
Wel kan de kerk (bv. door een niet bijbelse prediking of door lauwheid in de gemeente) Gods gaven tegenwerken.
Toch bleef die vraag bij sommige aanwezigen wat knagen. Zo kennen we een aantal kleine gemeenten, en gemeenten waar bijna geen ambtsdragers zijn te vinden. Wat die kleine gemeenten betreft zei Prof. Te Velde dat hun bestaan soms niet gemakkelijk is. Een fout die wel eens wordt gemaakt is, dat die gemeenten toch teveel de struktuur van een grote gemeente over willen nemen ('alles in eigen huis'). In zo'n gemeente zal men meer moeten samenwerken met anderen (bv. samen met een genabuurde kerk catechisatiegroepen). Overigens kunnen kleine gemeenten ook een voorbeeld zijn voor anderen, zo werd vanuit de zaal opgemerkt.

Geen automatisme
Ook Ds. Schaeffer ging in op de vraag naar de gaven in de gemeente. Binnen een gemeente zijn veel gaven, ze worden vaak niet goed benut. Gemeenteleden zijn zich ook vaak niet bewust welke gaven ze hebben. Het zoeken naar de gaven moet binnen de gemeente gestimuleerd worden. Dat kan beginnen met een preek en gesprekken over die preek. Een heel gerichte benadering is de methode van Christian Schwarz: aan de hand van vragen komen mensen hun gaven op het spoor. Ook kunnen jongeren die belijdenis doen bewust benaderd worden om zich in te zetten binnen de gemeente.
Dat een gemeente soms niet juist omspringt met de gaven werd door Ds. Schaeffer geïllustreerd aan de hand van de talstelling voor ouderling en diaken. Het zijn verschillende ambten.
Daarom mag het niet zo zijn dat iemand die 4 jaar diaken is geweest, daarna automatisch voor ouderling op tal wordt gezet.
Prof. Te Velde legde accenten bij de toerusting. Als mensen zeggen dat ze geen ouderling kunnen (durven) zijn, kun je daar op aan sluiten: bv. door een toerustingskursus. "Een predikant studeert immers ook vele jaren om zijn ambt uit te kunnen oefenen?"

Huisbezoek
Zowel Ds. Schaeffer als Prof. Te Velde benadrukten de waarde van het huisbezoek bij het opsporen van de gaven binnen de gemeente. Wanneer een broeder zelden in de kerk komt, zou dát niet de eerste vraag moeten zijn, maar de vraag naar de persoonlijke relatie tot God (het persoonlijk gebed, het bijbellezen). Als er op dat punt groeistoornissen zijn, is het geen wonder dat mensen zich niet kunnen of willen inzetten binnen de gemeente.
Overigens moet een gemeente ook kritisch naar het eigen funktioneren kunnen kijken. De geringe opkomst op gemeenteavonden kan met lauwheid te maken hebben, maar ook met de sfeer op zo'n avond. Een diskussie van een halve avond over de begroting is voor veel mensen nauwelijks te volgen.
Een vraag die tijdens het huisbezoek in het kader van de gaven gesteld kan worden is: "wat is uw bijdrage als levend lid van de gemeente?" Als iemand zegt: "ik ben nu eenmaal geen verenigingsmens ...", zou je ook daar als ambtsdrager op aan kunnen sluiten.
"Op welke wijze ziet u de gaven die u hebt funktioneren binnen de gemeente?"

Organisatie
De huiver die vaak bestaat ten opzichte van het maken van plannen was voor beide inleiders herkenbaar. De agenda van veel kerkeraadsleden heeft immers zijn maximum wel bereikt.
Toch benadrukte Ds. Schaeffer dat het niet-organiseren op den duur veel meer problemen oplevert: het roept onvrede op.
Het maken van een plan betekent een investering. Men hoeft dan later niet steeds weer allerlei losse beslissingen te nemen. Prof. Te Velde noemde de plannen een hulpmiddel.
Predikanten en ouderlingen denken soms dat ze sleepboten zijn, maar ze zijn dienaar. Wie zo denkt, hoeft niet krampachtig aan de slag te gaan en te denken dat alles van hem afhangt. De waarde van een plan is dat je goed nadenkt over wat God van ons vraagt.
Het schrijven van zo'n plan zou door enkele gemeenteleden kunnen worden uitgevoerd. Op die manier komt het pastoraat niet in de knel. Prof. Te Velde waarschuwde tegen een te 'amerikaanse' benadering: over 10 jaar moeten we 500 leden hebben. Dan laat je het teveel van menselijk sukses afhangen. Wel kun je bv. afspreken dat de komende 3 jaar alle mensen in een bepaalde wijk zullen worden bezocht.
Ds. Schaeffer illustreerde de gemeenteopbouw nog aan de hand van bijbelkringen binnen een gemeente, die ieder ook aandacht besteden aan randkerkelijke leden. Beide sprekers zeiden dat het belangrijk is dat een plan aansluit bij wat er is binnen de gemeente; het is dus niet bedoeld om heel het gemeentewerk in een keer op zijn kop te zetten.

Tenslotte
Na 2 uur diskussie was de 2e ouderlingenkonferentie ten einde. Het was een leerzame dag, met inspirerende inleidingen en ruim voldoende gespreksstof.
De opbouw van de gemeente is een zaak die ons allemaal ter harte gaat. Daarom dit uitgebreide verslag in 'Opbouw'.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief