Sekularisatie en welbehagen
1991-06-21
..Te dien tijde antwoordde Jezus en zei: ..Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, maar aan kinderen geopenbaard.- Jaargang 35
- nummer 13
Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U.
Alle dingen zijn Mij overgegeven door mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon, én wie de Zoon het wil openbaren.
Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij ...
(Mt.11,25-30)."
Reaktie
Deze ontroerende woorden van de Here Jezus vormen een reaktie: "Te dien tijde ántwoordde Jezus ...".
Hij reageert er mee op een verschijnsel dat Hem erg pijn heeft gedaan, namelijk dat zovelen in Israël niets van Hem wilden weten.
Een verschijnsel, dat wij allemaal kennen en ons ook pijnlijk treft, en dat wij wel aanduiden met het woord 'sekularisatie': verwereldlijking.
Steeds meer mensen hebberi geen enkele boodschap aan Jezus.
Deze achtergrond wordt duidelijk, als we even terugkijken in dit hoofdstuk.
In vs. 16 zucht Jezus onder de interesseloosheid van het volk: "Waarmee zal Ik dit geslacht vergelijken? ..".
Het volk lijkt op een stel kinderen die zich vervelen op de markt. Die geen begrafenisje willen spelen met Johannes de Doper en die ook geen bruiloftje willen spelen met Jezus. Het bruiloftsmaal van God en zijn volk, waar mensen mogen aanliggen van oost en west, uit genade. Zuur is de reaktie: Hij is een vriend van tollenaars en zondaars (vs. 16-19).
Een stel kinderen, die gewoon geen zin hebben in het koninkrijk van God.
Ook in vs. 20 en volgende gaat het hierover, wanneer Jezus spreekt over de onbekeerlijkheid van de steden in Galilea. Het zal voor de heidense steden Tyrus en Sidon draaglijker zijn in het oordeel dan voor hen.
Dankend
Opmerkelijk is, dat Jezus hierop niet reageert met een smeekgebed, maar met een dánkgebed: "Ik dánk U, Vader, Heer des hemels en der aarde ...".
Jezus staat dankend midden in deze verdrietige werkelijkheid.
Zouden wij dat ook kunnen, dankend leven midden in onze verwereldlijkte samenleving?
Op het eerste gezicht komt het ons ongerijmd voor.
Maar tóch: Wie midden in de pijn en de verdrukking weet te dánken, is een gelukkig mens. Een mens, die leeft vanuit een diepe rust, een diep vertrouwen.
Zo'n mens is door niets en niemand meer klein te krijgen.
Beleid
Voorop moet staan, dat Jezus de Vader niet dankt vóór de afwijzing van Zijn boodschap. Dat zou inderdaad ongerijmd, ja zelfs godslasterlijk zijn.
Nee, Hij prijst Gods beléid. Het beleid van de Váder.
En het beleid van de Vader is, dat hij 'deze dingen' (lees: het evangelie) verborgen heeft, toegesloten houdt voor wijzen en verstandigen, maar dat Hij het openbaart aan, ópent voor, kinderen. Letterlijk staat er 'onmondigen'.
Het evangelie, de schatkamer van Gods heil, gaat slechts open voor mensen wier leven de grondstruktuur vertoont van overgave en 'zich toevertrouwen aan', zoals het geval is met de onmondige, die leeft van de leiding en verzorging van zijn ouders.
En midden in die verdrietige werkelijkheid van Zijn dagen, ziet Jezus dit beleid van de Vader oplichten. Op de plaats waar alles lijkt te spreken van de afwezigheid van Gods Geest, blijkt tóch de Vader aan het werk te zijn. En dáárom vindt Hij na het 'zuchten' (vs. 16) en de 'toorn' (vs. 20-24) tenslotte rust in het danken. Want alleen de Vader is het, die opgewassen is tegen alle tegenstand tegen de komst van Zijn Rijk.
Herkenning
Licht ook in onze tijd dit beleid van de Vader op, als een bemoedigend teken van zijn aanwezigheid?
Blijkt het niet heel vaak, dat het vol willen zijn met de wijsheid van onze kultuur het evangelie wegduwt en verstikt?
Is het ook in de kerk niet op te merken, dat niet zelden een stuk (schrift)geleerdheid zich sterk heeft gemaakt, die ons het zicht op de overweldigend royale en reële genade van God ontneemt?
"een vriend van tollenaars en zondaars ..." (vs. 19).
Is het niet op te merken, dat het vaak juist de kleinen en geringen zijn,mensen in de knoei, aan wie niemand denkt, wars van de 'glamour and glitter' van de wijsheid van deze eeuw -, bij wie je een open hart vindt voor het evangelie, en een blijmoedig léven uit dit evangelie?
Merken tenslotte we ook niet bij onszelf op hoe moeilijk het is om zelf verworven wijsheid en inzicht ..gevangen te geven aan Christus" (2 Kor. 5,10).
Als we het herkennen, dan zou dat betekenen dat we midden in de uiterst pijnlijke werkelijkheid van de sekularisatie toch een teken van de aanwezigheid van de Vader mogen opmerken.
Om moed te vatten.
Welbehagen
Maar wat moeten we aan met de uiterst pijnlijke kanten van dit beleid?
Waarom doet de Vader Zijn rijk komen door de afwijzing van Zijn Zoon heen?
Wij begrijpen dit niet en worstelen ermee.
Jezus zegt: Het is Gods welbehagen.
Daar kunnen wij geen vinger achter krijgen. Maar wij kunnen wel dit welbehagen aanbidden en Zijn liefde erin opmerken, als de diepste kern.
De open cirkel
..Niemand kent de Zoon dan de Vader en niemand kent de Vader dan de Zoon ....., zegt Jezus.
Met deze woorden tekent hij de volmaakte liefdesband die er bestaat tussen de Vader en de Zoon. Ze ontsluiten zich volledig voor elkaar.
En deze liefdesband is eksklusief.
Anderen worden buitengesloten (Niemand ... dan). Ze zijn elkaar genoeg.
Het is als het ware een gesloten circuit van liefde. Een gesloten cirkel. De volmaakte liefde behoeft geen uitbreiding naar derden.
Maar tóch ... Maar tóch komen er derden in het spel. Want Jezus voegt eraan toe: ..... én wie de Zoon het wil openbaren."
Uit pure onverklaarbare liefde van Vader en Zoon voor mensen wordt die gesloten cirkel een 'open cirkel', met ruimte voor ons allen. Uit welbehagen.
De open armen
Maar er staat toch maar: ..en wie de Zoon het 'wil' openbaren".
Een woord om van te schrikken. Is de liefde van God dan niet voor iedereen?
Aan wie 'wil' de Zoon het nou openbaren en aan wie niet?
Maar we moeten hier niet van schrikken. Want het beleid, dat de Zoon in zijn keuzen volgt is niet duister. Hij volgt hierin het beleid van de Vader.
De Vader heeft het zo bepaald, dat het evangelie opengaat voor onmondigen, voor geringen en kleinen, vermoeiden en belasten. (Met die verschillende woorden, wordt eenzelfde groep mensen aangeduid.)
Welnu, dié mensen zoekt de Zoon op!
Voor hén is Hij er! Voor hen trekt Hij alle registers van Gods uitnodigende liefde open: Kom er bij. Kom tot Mij.
En Zijn armen vormen een open cirkel: "Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u 'rust' geven.
Wordt Mijn leerlingen en wordt zo opgenomen in de liefdesgemeenschap tussen de Vader en Mij, waar ruimte is voor jullie allemaal.
De gestalte van de Heer
Ik zie vóór mij, een kerk, die midden in de sekularisatie de gestalte vertoont van haar Heer.
Een kerk, die midden in haar zuchten, smeken en toornen, toch haar diepste rust vindt in het danken van de Vader, het prijzen van Zijn beleid. Een kerk, die zich bergt in het welbehagen van de Vader en daarom door niets en niemand klein te krijgen is.
Een kerk, die het beleid van de Vader niet alleen prijst, maar ook vólgt. Die zich niet angstig terugtrekt uit de wereld, 'noch zich even angstig aanpast aan de wereld, maar die uitgaat, en de onmondigen, de kleinen en geringen zóekt, om voor hen alle registers van Gods liefde open te trekken.
Een kerk, niet afwerend defensief, noch opdringerig agressief, maar uitnodigend.
Een kerk in de gestalte van haar Heer.
Met haar armen wijd open voor alle vermoeiden en belasten.
De tastbare 'open cirkel' van de Vader en de Zoon.
Het tastbare welbehagen.