Vierde zitting Landelijke Vergadering
1991-06-21
De Nederlands Gereformeerde Kerken moeten onderzoeken of het mogelijk is een federatief kerkverband te vormen met de Christelijke Gereformeerde Kerken. In deze federatie zouden beide 'A- en B-kerken' enkele tientallen jaren naast elkaar moeten bestaan, met behoud van eigen identiteit. Een volgende generatie zou moeten bepalen of volledige kerkelijke eenheid daarna mogelijk is.- Jaargang 35
- nummer 13
Dat voorstel deed ds. van F. Deursen, zaterdag tijdens de vierde zittingsdag van de Landelijke Vergadering (LV) in Ede. Aan zijn verzoek ging een vlammend betoog vooraf. Kern ervan was dat de oecumenische contacten tussen de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) en de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) ondanks de impasse waarin deze nu verkeren, niet verbroken maar juist uitgebreid moeten worden.
Christelijke Gereformeerde kerken
Dat de 'kleine oecumene' het niet gemakkelijk heeft, had ds. J.C. Schaeffer even tevoren duidelijk gemaakt. Het rapport van de Commissie voor Kontakt en Samenwerking met andere Kerken is duideljk in mineur opgesteld, aldus de voorzitter van deze commissie.
Hoofdmotief in de malaise-stemming vormt de uitspraak van de chr. geref. synode van Groningen in 1989. Deze oordeelde dat de verschillen tussen beide kerken een belemmering vormen voor eenheid. Het Deputaatschap voor de Eenheid van Gereformeerde Belijders werd opgedragen na te gaan hoe zwaar de verschillen zijn, en of ze buiten of binnen het raam van Schrift en Belijdenis vallen.
De teleurgestelde Commissie 'Kontakt' bleek het niet eens te zijn over de nieuwe opdracht waarmee ze de komende drie jaar aan het werk moet gaan. Een minderheid vroeg zelfs om stopzetting van de samensprekingen.
De staking zou moeten duren tot de volgende chr. geref. synode (Apeldoorn 1992) nieuwe openingen zou scheppen.
De meerderheid van de commissie wilde echter toch doorgaan met de CGK. Ze was zelfs bereid nogmaals de degens te kruisen met de chr. geref. deputaten over het grote twistpunt, de toeëigening des heils.
Toch staat de landelijk impasse in schrille tegenstelling tot de bloei die plaatselijke contacten tussen beide kerken meemaken, aldus ds. J.C. Schaeffer zaterdag in Ede. In 1989 bleken 33 gemeenten intensieve contacten te onderhouden met genabuurde christelijke gereformeerde kerken. Sinds die tijd zijn er nieuwe contacten bijgekomen, wist Schaeffer: Kanselruil in Arnhem en de classis Apeldoorn en een gezamenlijke paasviering in Deventer.
Daarnaast sprak ds. Schaeffer op waarderende toon over de verklaring die de samenwerkingsgemeenten van Almere, Lelystad en Nieuwegein hebben afgelegd in april jl. De drie gemeenten voelen zich nu definitief één, en willen in die situatie geen verandering brengen, ondanks de in het slop zittende landelijke contacten.
Na ds. Schaeffer kreeg de chr. geref. deputaat G. van Malkenhorst de gelegenheid de LV toe te spreken. Hoewel ook hij sprak van 'teleurstellende' resultaten van de samensprekingen, liet hij zich positief uit over de sfeer waarin deze hebben plaatsgevonden.
Maar hij erkende dat beide partijen moeite hebben gehad zichzelf te herkennen in elkaars rapportage erover.
"Ondanks de openheid, voelt ieder de zaken anders aan, en taxeert men die verschillend."
Over de bloeiende plaatselijke contacten zei Van Malkenhorst dat de uiteenlopende richtingen binnen zijn kerken leiden tot een 'genuanceerde beoordeling' ervan. "Er zijn verschillen, en er wordt verschillend gedacht of die reden genoeg zijn gescheiden te blijven."
Daarna was het de beurt aan ds. F. van Deursen, lid van het moderamen van de LV. In een vurig betoog onderstreepte hij de 'ruimhartige' houding die Johannes Calvijn en Guido de Bres, twee aartsvaders van het Nederlandse protestantisme, tegenover leerverschillen in de kerk hebben ingenomen.
'Doods perfectionisme' heeft echter volgens Van Deursen deze 'gereformeerde ruimhartigheid' verdrongen.
"Het is duidel.ijk dat in alle drie kerken diepe eerbied voor de bijbel als Gods Woord heerst. In het licht van de bijbel en de geschiedenis hebben de kerken geen verschillen die kerkelijke verdeeldheid in de weg staan."
Van Deursen stelde voor dat de NGK een federatief kerkverband gaan vormen met de CGK. Daarbij kunnen ook de vrijgemaakt-gereformeerden betrokken worden. Het behoud van ieders eigen identiteit zou de CGK moeten bevrijden van de angst voor een 'overval' uit de NGK. "In een federatie kunnen de CGK zichzelf blijven, terwijl wij in hun zegeningen kunnen delen".
De federatie zou wat hem betreft de christelijke gereformeerde kerknaam mogen dragen.
Over hernieuwde samensprekingen met de CGK zei Van Deursen: "En als u, chr. geref. deputaten, weer over de toeëigening des heils met ons wilt spreken, doe dat dan eens van de andere kant: de toeëigening des onheils."
Van Deursen zei dat er geen rijkere maar ook geen zwaardere preken zijn dan verbondspreken.
"Want het is vreselijk om onder Gods genade weg te lopen."
Ds. W.G. Rietkerk (Utrecht) steunde Van Deursens voorstel voor een federatie.
Hij brak daarnaast een lans voor het ondersteunen door de Commissie 'Kontakt' van de plaatselijke oecumene.
Hij toonde enige 'bevreemding' voor het feit dat het woord 'impasse' zo vaak was gevallen op de vergadering.
"Als je het Nieuwe Testament leest, richt Paulus zich niet tot het kerkverband, maar tot de plaatselijke gemeenten. Eenheid in de plaatselijke kerk is het belangrijkste."
Namens de regio Utrecht vroeg Rietkerk daarom nadrukkelijke ondersteuning van de plaatselijke oecumene.
Daarbij zouden niet alleen chr. geref. kerken betrokken moeten worden. "Er zit ook muziek in contacten met baptisten, vrijgemaakten, volle evangelie- en pinkstergemeenten en samen-op-weggemeenten".
De landelijke samensprekingen met de CGK dienden wel voortgezet te worden, "omdat plaatselijke chr. geref. kerkeraden steun willen van hun kerkverband."
Br. A. Kadijk (Dronten) verklaarde ook verder te willen spreken met de CGK.
"Onze kerken moeten meer acceptatie kweken bij chr. gereformeerden en vrijgemaakten door uit te spreken dat we Schrift en Belijdenis willen handhaven.
En dat we met het AKS - hoe goed ook - de kant van de Dordtse Kerkorde op willen werken."
De LV slaagde er niet in de taakstelling van de Commissie 'Kontakt' af te ronden. Het moderamen stelt voor de volgende vergadering van 14 september een concept-opdracht op. Daarin wordt de Commissie 'Kontakt' gevraagd de gesprekken over de toeëigening des heils af te ronden. De Commissie zou - indien nodig - alleen nog haar laatste brief aan het chr. geref. deputaatschap over dit onderwerp moeten verduidelijken. Verder dient de Commissie het door de CGK gewenste gesprek over het AKS zo kort mogelijk te houden. In de nieuwe taakstelling wordt ook gesproken over het ondersteunen van plaatselijke contacen.
Tenslotte moet de Commissie zoeken naar nieuwe wegen die tot eenheid leiden, waarbij de mogelijkheid van een federatie aan de CGK voorgelegd moet worden.
Opvallende afwezige tijdens deze bespreking was ds. H. Westerink (Bunschoten/Spakenburg). De 'Pniëlpreek' die de voorzitter van het chr. geref. deputaatschap voor Eenheid oktober vorig jaar hield, veroorzaakte enkele maanden later voor grote opschudding in de kerkelijke pers. Secretaris ds. P. den Butter (Driebergen) verklaarde tegenover Opbouw dat Westerink 'op vakantie' was.
Den Butter zei verder dat een federatie tussen zijn kerken en de NGK waarschijnlijk nog een brug te ver is. In 1977en 1980 is het idee al eens gelanceerd, "maar het is bij ons nooit aangeslagen."
"Onze kerken concentreren zich met name op de weg naar eenheid, in plaats van op de eenheid zelf. En die weg lijkt voorlopig geblokkeerd."
Pas wanneer de volgende synode van de CGK uitspreekt dat de leerverschillen het gezag van de bijbel en de gereformeerde belijdenisgeschriften niet raken, is er volgens Den Butter kans op een federatie.
Bijbelvertaling, AKS, Preekconsent
De Nederlands Gereformeerde Kerken gaan officieel meewerken aan de totstandkoming van de 'Vertaling 2000' van het Nederlands Bijbelgenootschap.
Deze vertaling moet aan het begin van de volgende eeuw de zogenaamde 'Nieuwe Vertaling' van 1951 vervangen. Vorig jaar schreef het NBG alle kerken aan met het verzoek te participeren in de vervaardiging ervan.
Hoewel de sluitingsdatum in november 1990viel, besloot de LV - die voor die datum niet bijeen was geweest - alsnog positief op dit verzoek te reageren.
De vertegenwoordigers bij de Raad voor Contact en Overleg betreffende de Bijbel (RCOB), de predikanten J.H.
Veefkind (Krommenie) en W. Borgdorff (Sliedrecht), kregen de opdracht een Nederlands gereformeerde inbreng te geven bij het NBG over de te volgen vertaalprincipes. Indien dat nodig is, mogen zij zich ook actief opstellen bij het feitelijke vertaalwerk.
Een vijf man sterke commissie gaat zich de komende tijd beraden over de kritiek vanuit die Gereformeerde Kerk in Zuid-Afrika over het AKS. De commissie moet "de ingebrachte kritiek op haar waarde toetsen aan Schrift en belijdenis, daarbij in aanmerking nemend onze positie temidden van de andere gereformeerde kerken in de wereld." Verder dient ze na te gaan "of en zo ja hoe aan deze kritiek tegemoet gekomen kan worden." Voor 1 juli 1992 moet de commissie rapporteren aan de kerken.
De samenstelling van de commisie leverde enkele hilarische momenten op. Vanuit de vergadering werd erop aangedrongen nog enkele 'beschreven vaderen' van de kerken in de commissie op te nemen. De toegevoegde beschreven vader werd uiteindelijk br. J. Meulink uit Enschede. Hij wordt geflankeerd door de broeders A. Kadijk en C. Huizinga, en de predikanten J. Horsman (Dordrecht, en 'op oneven dagen predikant van Zwijndrecht') en J.M. Mudde (Breukelen).
Het vanuit Zuid-Afrika onder vuur liggende AKS wordt overigens niet uitgebreid met een artikel dat het mogelijk maakt broeders die niet 'staan naar het ambt' voor langere tijd preekconsent te verlenen. Vanuit de regio Dordrecht-Gorinchem was een dergelijk verzoek naar de LV gestuurd.
Deze kerken hebben geconstateerd dat er veel kleine gemeenten bestaan die vacant zijn. Daarnaast blijken er nogal wat broeders te zijn die de gave hebben een 'opbouwend' woord te spreken. De kerken stelden daarom voor de regio's toe te staan om - op voorstel van de betrokken kerkeraadvoor langere tijd preekconsent aan deze broeders te verlenen. De geldigheid van het consent zou maximaal vijf jaar moeten zijn. "Rommelen of regelen?", luidde de vraag van ds. J. Horsman.
Uiteindelijk moest hij constateren dat" we toch maar doorgaan met rommelen."
De LV vond het niet nodig het AKS voor deze zaak te wijzigen. De regio's zijn mans genoeg om zelf tot een goede regeling te komen, zo was de teneur.
Schuldbelijdenis Gereformeerde Kerken
Het laatste agendapunt was zaterdag de schuldbelijdenis van de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN).
De behandeling ervan gebeurde op verzoek van de regio Utrecht. Drie jaar geleden stuurde de gereformeerde synode een brief naar zowel de Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt) als de Nederlands Gereformeerde Kerken. In deze brief beleden de gereformeerden schuld voor hun aandeel in de Vrijmaking van 1944.Ze erkenden in hun "zorg voor de zuiverheid van de leer te zeer een struikelblok te hebben gelegd voor broeders en zusters." De GKN hebben te weinig oog gehad voor de 'gewetensnood' van deze broeders en zusters, aldus de brief.
Het moderamen van de LV had twee ontwerp-antwoordbrieven klaar liggen.
De ene was geschreven door ds. M.H.T. Biewenga, de andere door ds. F. van Deursen. De laatste betwijfelde in zijn brief of de GKN in de schuldbelijdenis de zaak wel juist getaxeerd hebben. Volgens Van Deursen vragen de gereformeerden alleen excuus voor fouten in het menselijk vlak. Van Deursen schrijft dat "het grote kwaad" van 1944was het "smoren van profetische stemmen" en het daarmee 'indammen' van de reformatorische stroming.
Van Deursen sprak zijn bezorgdheid uit over 'nieuwe theologieën' binnen de GKN, de brief afsluitend met de wens tot een "krachtige wederkeer naar God en Zijn Woord."
Ook ds. Biewenga had een groot deel van zijn brief gewijd aan de huidige situatie binnen de GKN. De zorg voor de zuiverheid van de leer, die volgens de schuldbelijdens rond 1944voor veel leed heeft gezorgd, wordt nu juist te veel gemist, aldus Biewenga.
Ds. H. de Jong (Zeist) raadde de LV aan zich in het antwoord aan de GKN te beperken tot waardering en aanvaarding van de schuldbelijdenis. Hij zei de brief van Biewenga het meest geschikt te vinden, wanneer de passage met kritiek op het kerkelijk leven in de GKN eruit werd gelaten.
"We moeten voorkomen als de 'kerkmet-
het-wijzende-vingertje' aangewezen te worden," aldus ds. De Jong.
"Bij de delging van deze schuld moeten we geen andere rekeningen erbij betrekken om daarvoor vereffening te vragen." De Jong stelde voor in het antwoord de GKN uit te nodigen voor een nader gesprek. Dan zou de Nederlands gereformeerde zorg over de GKN aan bod kunnen komen.
Biewenga's antwoordbrief, die bij de meeste afgevaardigden de meeste weerklank kreeg, werd daarna van nog een passage ontdaan. In dit gedeelte werd - met een vrijwel letterlijk citaat uit de Open Brief - rekenschap gegeven van de 'triomfalistische toon' die rond 1944 van vrijgemaakte zijde zou zijn gehoord. Maar door dat gedeelte was de brief eerder aan de vrijgemaakten dan aan de gereformeerden gericht, aldus enkele kritische geluiden.
Het moderamen beloofde op de volgende zitting met een uitgewerkte antwoordbrief te komen. In die brief zal de dankbaarheid voor de schuldbelijdenis van de GKN overheersen.
Bovendien steken de Nederlands Gereformeerde Kerken de hand in eigen boezem, "want we moeten erkennen dat er ook van vrijgemaakte zijde soms wat onbroederlijk is gereageerd,"
aldus voorzitter P. Wassenaar.
Omdat onze verslaggever A. Bergsma uit Groningen verhinderd was de vierde zitting van de LV bij te wonen heeft de heer S.J: Emmen, journalist bij het Friesch Dagblad, voor deze keer zijn taak overgenomen.