Boekbespreking
1991-07-05
O. Mooiweer, Enschede - Jaargang 35
- nummer 14
Wees wijs met de wijsheid
H.J.J. Feenstra; 'Wees wijs met de wijsheid!' - Uitgeverij Woord en Wereld, Ermelo - 61 pag., , 13,95.
Getuige de inleiding wil dit boekje de lezer enthousiast maken voor het Bijbelboek Spreuken. In dat gedeelte van Gods Woord wordt ons immers met name de levenskunst aangeleerd. De auteur van dit boekje, vrijgemaaktgereformeerd predikant te Berkel en Rodenrijs, beperkt zich tot de behandeling van de eerste negen hoofdstukken van Spreuken. Hij geeft een goede uitleg en hanteert daarbij een schrijfstijl, die enigszins populair getint is. Ik vind dat een voordeel! De schrijver heeft immers in de eerste plaats de jongeren op het oog. Er wordt steeds verwezen naar andere Schriftgegevens.
Daardoor is dit materiaal des te meer bruikbaar voor persoonlijke Bijbelstudie en voor verenigingsavonden.
Feenstra laat zien wat de opzet is van dit gedeelte van de Bijbel. Hij trekt lijnen naar het N.T. en vraagt volle aandacht voor de Christus, die als de ware Wijze ook dit boek Spreuken vervuld heeft. Ds. Feenstra weet een en ander op een originele wijze te verwoorden. Ik geef enkele voorbeelden: "Gij zult het uw kinderen inprenten", lezen we in de Bijbel. Een sprekende typering! Je moet in het binnenste van je kinderen een 'prent' aanbrengen, een graveersel. Streepje voor streepje, puntje voor puntje. Je moet ze stempelen, vormen." (p.21).
"Wie in wijsheid te kort schiet, moet God erom bidden, leren we van Jakobus.
Maar dat bidden is niet: magie bedrijven. Formules uitspreken en dan bij toverslag wijsheid krijgen. Dat bidden zal moeten zijn een vragen om zegen over het gebruik van de middelen, die de Here ons in handen geeft om aan die wijsheid te komen!" (p. 26) "Sex is niet de sleutel naar het paradijs ... Hoe broodnodig is de leiding van de wijsheid! Want vreemdgaan leidt naar doodgaan" (p.28).
"Liefde is een continu-bedrijf, een lopende band, want het is: liefde EN trouw" (p.31). De exegese van Spreuken 3:6 is uitstekend! (p.32). Wél valt te betreuren, dat b.V. een tekst als Spreuken 26:4,5, die niet zo gemakkelijk te verklaren is, maar even voor het voetlicht komt terwijl dan vlot wordt over-' geschakeld naar de bedoeling van de gelijkenissen van de Here Jezus (p.15). Hetzelfde treffen we aan als Spreuken 31 wordt genoemd. Ook dan weer een snelle sprong naar de nieuwe wereld.
Onze slotkonklusie is, dat het boekje van kollega Feenstra heel wat biedt waarmee wij aan het werk kunnen gaan. Daarom bevelen wij het dan ook hartelijk aan! Wél is het een bezwaar, dat het tamelijk beknopt is. We zullen daarom voor verdere studie ons moeten wenden tot het kapitale boek van Ds. F. van Deursen waarin hij tekst voor tekst nagaat wat de inhoudelijke betekenis is van dit deel van de Godsopenbaring!