Griekse woorden in het Nieuwe Testament (1)
1991-07-19
Nu het vakantie-seizoen is aangebroken, hebben we wellicht extra tijd om voor onszelf specifieke Bijbelstudie te doen. Dat is de reden waarom ik een paar keer een artikeltje hoop in te leveren over een bepaald Nieuwtestamentisch Grieks woord. Daarbij neem ik . als uitgangspunt de woorden die de Schotse theoloog Dr. William Barclay heeft opgenomen in zijn aardige boekje 'New Testament Words'. (SCM Press, Londen, 1964 of latere druk). Dat vrij dunne boekje is in onze kring vermoedelijk onbekender dan de zeer lijvige editie van Kittel, het bekende handboek van dr. F.J. Pop of het nuttige boek dat 'onze eigen' Prof. Jager over 'Kernwoorden van het Nieuwe Testament' schreef. Vandaar dat het me goed lijkt nu eens een paar keer uit Barclays' boek te citeren. Het gaat hier dus om een geval van 'toegegeven plagiaat'.- Jaargang 35
- nummer 15
Uiteraard is de keuzemogelijkheid in dezen zeer aanzienlijk. Het criterium is dat het woord een aantal keren in het Nieuwe Testament voorkomt. en 'er een verhaal over te ' schrijven' is.
We beginnen deze korte reeks met het werkwoord 'splanchnizesthai', meestal vertaald met 'met ontferming bewogen zijn'.
I. het klassieke Grieks
De.oude Grieken hadden een specifieke opvatting over onze ingewanden, de 'splangchna', zoals ze in het Grieks heten. Ze meenden dat de ingewanden (hart, longen, lever en darmen) de zetel waren van de menselijke emoties.
Zo wordt in een Grieks treurspel, bij het vernemen van droevig nieuws gezegd: "Mijn splanchna zijn door verdriet overmand bij uw 'verhaal:'.
(Aeschylus. Choephori. 413.) Vele andere voorbeelden zouden te geven zijn.
Van het Griekse woord voor 'splangchna' (ingewanden) komt het werkwoord dat we diverse malen in het Nieuwe Testament tegenkomen. Dat werkwoord 'splangchnizesthai' wordt geregeld vertaald met 'met ontferming bewogen zijn'. Dan gaat het niet om ons vrij normale 'medelijden', nee, het is het woord dat de sterkst denkbare emotie uitdrukt. Het werkwoord geeft aan dat iemand tot in het diepst van zijn of haar ziel is getroffen. Geen ander Grieks woord drukt sterker mededogen uit!
II. in het Nieuwe Testament
Opmerkelijk is het gegeven dat het werkwoord 'splangchnizesthai' alleen in de Synoptische Evangeliën (Mattheüs, Markus en Lukas) voorkomt.
Bovendien komt het woord, op drie gelijkenissen na, alleen maar voor in' verband met Christus,
a. de gelijkenissen 1. Mattheüs 18:33 Er is een ernstig geval van bedrog of fraude. De verantwoordelijke slaaf is reddeloos. De heer van de slaven 'kreeg medelijden' met de slaaf, die zo'n gigantisch bedrag aan hem verschuldigd was. Hij schold hem dus ter plekke
de schulden kwijt en herstelde de man in zijn relatie met zichzelf. Dat heeft die heer dus heel wat gekost!
2, Lukas 10:33',"
Toen de Samaritaan de man zag, die op weg naar Jericho beroofd was, 'werd hij met ontferming bewogen'. En - dwars tegen alle in die tijd aanwezige vooroordeel en haat tussen Joden en zijn eigen volk - 'ging hij naar hem toe, verbond zijn wonden, goot er olie en wijn op; en hij zette hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem:' Ook hier gaat het dus om een diepe' beweging, die een herkenbare daad van barmhartigheid ten gevolge heeft.
3. Lukas 15:20
De vader zag zijn verloren zoon terugkomen 'en werd met ontferming bewogen'.
Het verhaal vervolgt: 'En hij liep hem tegemoet, viel hem om de hals en kuste hem.' En hij richtte een maaltijd aan" waarin de vreugde centraal staat.
Het is een heel intense emotie, die weer herstel brengt in een zeer verbroken relatie.
b. Jezus' optreden
1. bewogenheid met de schare Jezus werd 'met ontferming bewogen', toen Hij de schare zag, want Hij zag dat ze waren 'als schapen zonder herder'. (Mattheüs 9:36; vgl. Markus 6:34).
Hij werd 'met ontferming bewogen', toen scharen Hem volgden 'naar eenzame plaatsen. (Mattheüs 14:14) In Mattheüs 15:32 en Markus 8:2 staat het vertaald met 'medelijden hebben': "Ik . heb medelijden met de schare, want ze zijn reeds drie dagen bij Mij gebleven en hebben niets te eten." Vervolgens doet Hij wat aan hun probleem.
Bewogenheid blijft niet alleen een gevoel.
2. bewogenheid met individuele mensen Jezus voelde bewogenheid met een melaatse. 'En met barmhartigheid bewogen, strekte Hij zijn hand uit en raakte hem aan.' (Markus 1:41). En Hij genas hem.
Hij ervaart bewogenheid met twee blinden. 'Jezus werd met ontferming bewogen en raakte hun ogen aan.'.
(Mattheüs 20:34) Zij genazen.
'En toen de Here haar (de weduwe uit Nain) zag, werd Hij met ontferming over haar bewogen' en Hij zei tot haar: ween niet. (Lukas 7:13.) Hij wekte de jongen op uit de doden.
De vader van een bezeten jongen doet een beroep op de Here om hem te helpen. 'Maar als Gij iets kunt doen, help ons en heb medelijden met ons!' (Markus 9:22). Dat doet Christus vervolgens ook: de jongen wordt een gezond mens.
III. Konklusies
a. Christus is bewogen, als Hij de verlorenheid van mensen ziet. Dat betreft enkele mensen of een hele menigte!
Zelfs als die verlorenheid eigen schuld is, gevolg van zondig handelen, is Hij nog 'bewogen'. De mens is niet in de eerste plaats een misdadiger die zijn straf moet krijgen, maar een verdwaalde die wordt gezocht!
b. De Here Jezus wordt diep geraakt door de honger of pijn van mensen.
Dan gaat het niet alleen om 'het geestelijke', maar evenzeer om armoede of moeite op materieel of lichamelijk vlak. Vermoeide of hongerige mensen, mensen met een kwaal of kwelling, ze raken Jezus' hart!
Daarbij bekijkt Hij de mensen nooit met afkeer of afweer. Vaak staat met nadruk vermeld dat Hij hen aanraakt.
Nooit staat Hij onverschillig tegenover hen.
c. Jezus wordt ook bewogen door het verdriet van anderen. Steeds opnieuw 'gaat Hij in de schoenen van de mensen staan' en is Hij diep met hen begaan.
d. De diepste betekenis van dat 'andere' gedrag komt pas naar voren, als we bedenken dat de Griekse heidense cultuur in (vele) goden geloofde die zich in geen enkel opzicht om de mensen'bekornrnerden.
De houding van de goden was 'apatheïa', 'onaangedaanzijn'.
·Zo meenden ook aanhangers van een filosofische stroming, de Stoïcijnen, te moeten leven. Je moest je niet laten meesleuren door emoties van verdriet of uitgelatenheid. God was niet een God die bij ons betrokken is.
Voor mensen van toen en nu, die daaraan twijfelen staat echter met nadruk vermeld dat Hij met ons kan 'meevoelen' en dat ook doet. (Hebreeën 4:15)