De betrouwbare dateringen van de bijbel (3)

1991-07-19
  • Jaargang 35
  • nummer 15
3.1 De eerste christelijke chronologieën
Het vorige artikel eindigde met het noemen van enige belangrijke chronologieën uit de oudheid. Deze chronologieën hadden geen weet van het beginpunt van de mensheidsgeschiedenis.
Ze waren daarvoor aangewezen op mythen en sagen. Het werkelijke begin van het menselijke geslacht kenden ze niet meer. Daarom hingen hun dateringen in de lucht en konden zij bijbelse chronologieën niet aan een vast punt helpen. Daar komt bij dat de geschiedschrijvers van de oudheid zich grote vrijheden blijken te hebben veroorloofd m.b.t. de gebeurtenissen die ze dateren. Als bijbelse chronologieën dan ook steun zoeken bij die van de oudheid bevinden ze zich op een schadelijke weg. Helaas hebben de chronologen van de jonge christelijke kerk die weg niet gemeden. In dit derde artikel willen we iets zeggen over de christelijke chronologieën uit het begin van onze jaartelling. In deze chronologieën heeft EUSEBIUS (264-349), bisschop van Caesarea, die tevens de belangrijkste geschiedschrijver van de jonge christelijke kerk is geweest, stellig de hoofdrol gespeeld.
Zijn belangrijkste chronologische werk heet 'Kroniek der wereldgeschiedenis'.
Het eerste deel bevat veel informatie over de volken van de oudheid en wel vanaf de schepping tot zijn eigen dagen. Het tweede deel noemt een groot aantal koningen die tijdgenoten geweest moeten zijn in de periode van Abraham tot zijn dagen.

EUSEBIUS heeft echter de christelijke kerk niet in het bezit gesteld van een bijbelse tijdrekening die aanvangt bij Adam en vervolgens alleen op bijbelse dateringen steunt. Dat heeft zich gewroken.
EUSEBIUS heeft eeuwenlang zijn stempel gezet op de christelijke chronologieën. Men kan wel zeggen dat de latere chronologen bijna allen in het voetspoor van EUSEBIUS verder zijn gegaan.
EUSEBIUS heeft met behulp van zowel de Schrift als van de vele bronnen uit de oudheid waarover hij kon beschikken, vele bijbelse gebeurtenissen van een jaartal voorzien. Veel jaartallen die de exegeten thans gebruiken zijn ons in zijn lijn door de latere chronologen, al of niet gewijzigd, overgeleverd.
EUSEBIUS heeft ook getracht, als PTOLEMAEUS, de datum van de 1e Olympiade vast te stellen als een contactpunt tussen de bijbelse en nietbijbelse geschiedenis. Het hinken op twee gedachten heeft zich voortgezet.
Toen de opgravingÈm steeds grotere invloed kregen op de dateringen is de bijbelse pijler van de chronologie, die EUSEBIUS respecteerde, feitelijk geheel bezweken. Bijbelse gebeurtenissen worden steeds meer geherdateerd aan de hand van de inzichten van de opgravers.

De christelijke chronologie behoeft voor het verkrijgen van een vast contactpunt tussen bijbelse en nietbijbelse geschiedenis allerminst te steunen op een datering van de 1e Olympiade. Want Jeremia 25:1 legt een betrouwbaar verband tussen Israëls geschiedenis en die van de omringende landen. Jeremia 25:1 zegt dat Jeremia een woord Gods ontving "in het vierde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda, dat is het eerste jaar van Nebukadnezar, de koning van Babel".
Ha! Vast staat dat het 1e jaar van Nebukadnezar het 4e jaar is van koning Jojakim! Dit Schriftwoord is uiteraard de bijbelse chronologen niet ontgaan.
Zij hebben dan ook aan de hand van de Schrift en van buitenbijbelse informatie het 1e jaar van Nebukadnezar van een jaartal voorzien. Zij hebben het 4e jaar van koning Jojakim = het 1e jaar van koning Nebukadnezar gesteld op 606 v. Chr. Dat jaartal is dan ook meestal in onze Encyclopedieën te vinden als het beginjaar van Nebukadnezar.
Echter aan deze bijbels geachte berekening kleefde een ernstig bezwaar.
Zij hield wel rekening met wat 1 Koningen 6:1 zegt over de periode gelegen tussen de uittocht van Israël uit Egypte en het begin van de tempelbouw door Salomo, maar de berekening ging voorbij aan het feit dat de apostel Paulus in Hand. 13:19-22gegevens verstrekt die deze periode 93 jaar langer doen zijn dan de 480 jaar die 1 Koningen 6:1 aangeeft. Daar men met dit verschil echt geen raad wist, heeft men zich alleen gebaseerd op 1 Koningen 6:1. Dat had echter tot gevolg dat er diverse dateringen ontstonden die werkelijk niet houdbaar bleken.
Het geloof in de mogelijkheid van een betrouwbare bijbelse chronologie heeft met name door dit blijkbaar niet op te lossen probleem bij velen schipbreuk geleden. Men concludeerde: de Schrift heeft nooit bedoeld een bijbelse chronologie te geven.
Wat was er aan de hand?

3.2 Het 'conflict' tussen 1 Koningen 6:1 en Hand. 13:19-22
De vraag was: waar komt de ogenschijnlijk duidelijke tegenspraak tussen de twee Schriftplaatsen vandaan?
1 Koningen 6:1 zegt: "In het vierhonderd tachtigste jaar na de uittocht der Israëlieten uit het land Egypte, in het vierde jaar van Salomo's regering over Israël, in de maand Ziv, dat is de tweede maand, bouwde hij (Salomo) het huis van de HERE".
Dat is een zeer nauwkeurige aanduiding van de periode tussen uittocht en tempelbouw: 480 jaar. In Hand. 13:20 zegt Paulus echter (de Statenvertaling formuleert het duidelijkst): "En daarna (na de intocht in Kanaän) gaf Hij hun omtrent vier honderd en Vijftig jaar richters, tot op Samuël, de profeet (die een richter was)".
Volgens 1 Koningen 6:1 heeft de gehele periode tussen uittocht en tempelbouw 480 jaar geduurd, maar volgens Paulus heeft de Richterenperiode (inbegrepen Samuël) alleen reeds 450 jaar geduurd. Als dat zo is, omvat volgens Paulus de gehele periode tussen uittocht en tempelbouw: 40 jaar in de woestijn + 450 jaar Richters + 40 jaar Saul + 40 jaar David + 3 jaar Salomo (in het 4e jaar van Salomo werd de tempel gebouwd) = 450 + 123 = 573 jaar. De vraag werd dus: duurde de periode tussen exodus en tempelbouw nu 480 jaar of 573 jaar?
Verschil 93 jaar.

Dit probleem wisten de christelijke chronologen niet op te lossen. Zij hebben maar gekozen voor de 480 jaar uit 1 Koningen 6:1 en hebben de mededeling van Paulus over een Richterenperiode van 450 jaar voor zijn rekening gelaten. Het zal blijken dat daarmee een grote fout in de bijbelse chronologieën binnensloop, die alle jaartallen steunend op de 480 jaar ernstig heeft aangetast. We zullen het zien. Men had niet begrepen dat de 480 jaar uit 1 Koningen 6:1, gelegen tussen exodus en tempelbouw, alleen de jaren omvat waarin Israël "wandelde in de wegen des HEREN". De 480 jaar bevatte niet de jaren uit de Richterenperiode waarin Israël in eigen wegen ging! De christelijke chronologieën hadden geen zicht op het feit dat de Schrift volgens twee verschillende beginselen dateert. Als zij spreekt over Israël als "volk Gods" telt zij alleen Israëls 'Ammi'-jaren. De verloren jaren waarin Israël ongehoorzaam was, de 'Lo-Ammi' jaren, blijven in deze datering buiten beschouwing. In de 480 jaar uit 1 Koningen 6:1 zijn, zoals we zullen zien, 93 'Lo-Ammi' jaren buiten beschouwing gelaten. In de 450 jaar die Paulus in Hand. 13:19-22 aangeeft voor de Richteren zijn Israëls 93 'Lo-Ammi' jaren uit die periode wel meegeteld.
Als we de 480 jaar uit 1 Koningen 6:1 vermeerderen met Israëls 93 'Lo-Ammi' jaren verkrijgen wij 573, hetgeen exact het getal is dat de berekening op basis van Hand. 13:19-22 opleverde. Dat dit maar niet vernuftige constructies zijn maar nauwkeurige bijbelse gegevens blijkt uit het feit dat de Schrift Israëls 93 'Lo-Ammi' jaren uit de Richterentijd expliciet vermeldt.
Het zijn: 8 jaar (Richt. 3:8, Israël in de macht van koning Kuschan-Rischataim) + 18 jaar (Richt. 3:14, Israël in de macht van de koning van Moab) + 20 jaar (Richt. 4:3, Israël in de macht van Jabin, koning van Kanaän) + 7 jaar (Richt. 6:1, Israël in de macht van Midian) + 40 jaar (Richt. 13:1, Israël in de macht van de Filistijnen).
Tezamen 8 + 18 + 20 + 7 + 40 = 93 jaar.

Het spreekt voor zich dat een bijbelse chronologie die niet rekening houdt met het feit dat de Schrift meermalen alleen 'Ammi'-jaren telt, tot grote fouten komt. De gangbare chronologieën dateerden het 4e jaar van koning Jojakim, zijnde het 1e jaar van Nebukadnezar (Jeremia 25:1) op 606 v. Chr. De nauwkeurige bijbelse chronologie van dr. BULLINGER laat zien dat dit 496 v.
Chr. moet zijn. Dat is een verschil van 110 jaar, het mag ook 113 zijn, afhankelijk van enige afrondingen. Die 110-
113 jaren bestaan uit het niet meetellen van de bovengenoemde 93 'Lo-Ammi' jaren uit de Richterentijd + 6 'Lo-Ammi' jaren tijdens koningin Athalia + 13 in de Schrift niet ingevulde jaren tussen Amazia en Uzzia + het niet ingevulde jaar tussen Uzzia en Jotham. De periode tussen het optreden van koning Nebukadnezar (496 v. Chr.) en de geboorte van Jezus Christus is dus 110 jaar korter dan de 606 jaar die de Encyclopedieën plegen aan te geven.

Dr. BULLINGER heeft in de Companion Bible de bijbelse chronologie geënt op onze Anno Domini tijdrekening, waarin Jezus Christus is geboren in het jaar 4 v. Chr. Het jaar van de schepping van Adam werd daardoor 4004 v. Chr. In deze tijdrekening is 496 v. Chr. het niet te wijzigen 1e jaar van koning Nebukadnezar.
Alle gebeurtenissen tussen 4004 v. Chr. en 496 v. Chr. zijn bijbels onderbouwd, evenals de gebeurtenissen tussen 496 v. Chr. en 4 v. Chr., het geboortejaar van Jezus van Nazareth.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief