Terloops

1991-08-03
  • Jaargang 35
  • nummer 16
Vooroudenerering
Eén van de zaken, waarmee de zendelingen in Zuid-Afrika steeds weer te maken krijgen, is de voorouderverering.
Deze verering is een onderdeel van de zoeloe-cultuur, die heel moeilijk door de christelijke zoeloes kan worden losgelaten.
In het verslag van de deputatie, die in 1987 namens de kerkeraad van Leerdam het zendingsterrein bezocht, staat hierover het volgende te lezen: "Ds. Keesenberg en br. Mofokeng (een aanstaand zwart dominee - v. W.) wijzen er steeds op dat hiermee volledig gebroken moet worden om Christus alléén te kunnen volgen. Het dagelijks leven is echter zó doordrenkt met het heidendom, dat dit vaak erg moeilijk is.
Om deze reden heeft het Zionisme, een syncretistische beweging, die christendom en heidendom tracht te combineren, ook zo'n geweldige aantrekkingskracht.
' Het is dan ook van belang, waar mogelijk, de invloed van deze zionisten te breken. Dit wordt gedaan door een begrafenis te leiden van een nietgemeentelid, zodat het werkelijke Evangelie kan weerklinken en de zionisten de leiding niet op zich nemen.
Tijdens ons bezoek woonden Ds. Keesenberg en br. Mofokeng een 'nachtwake' voor een dode bij, waar veel gezongen werd, gelegenheid was de Bijbel te lezen en daarover tot de mensen te spreken. Zo worden velen, ook mannen, bereikt met Gods Woord en soms ontstaan daaruit verdere kontakten.
Vooral br. Mofokeng weet heidense invloeden in de gemeente goed te onderscheiden.
Hij is, met Ds. Keesenberg, van mening dat niet alle gebruiken afgeschaft behoeven te worden; in diverse gevallen is het goed mogelijk er een volkomen christelijke inhoud aan te geven, zoals in het bovenstaande geval: de 'nachtwake' is er voor bedoeld dat niemand de geest van de overledene kwaad kan doen; nu wordt het een bijeenkomst waarbij men elkaar op christelijke wijze steunt en vertroost."
In 1966 verscheen het boekje 'Syncretisme als uitdaging' van ds. M.R. van den Berg, die een aantal jaren als zendeling in Zuid-Afrika werkzaam is geweest. Hij wijst er o.a. op, dat velen proberen "de God van de Schriften (te) annexeren voor (hun) eigen oude, heidense godsdienst".

Volgens de zoeloe's komt een overleden man na een jaar of korter tijd na wat omzwervingen weer terug in de kraal, waartoe hij behoorde. Als vooroudergeest kan hij goed en kwaad brengen. Voor goede dingen wordt dan gedankt, voor kwade dingen moet er worden geofferd.
Men probeert dit gebruik wel te vergelijken met de onthulling van een grafsteen, hetgeen natuurlijk niet opgaat.
Vaak heeft men ook het verschil tussen gedenken en vereren niet door.
Ds. Van den Berg merkt in zijn boekje o.a. op: "De kerk treft regelingen voor haar eigen begrafenis als ze dit syncretisme niet op leven en dood bevecht."

De besnijdenisschool
Even gevaarlijk is de besnijdenisschooi, die in het noorden van het zendelingsdistrict onder de Sotho's (geen zoeloes) een belangrijke rol speelt.
Gedurende drie maanden gaan jongens en meisjes naar een bepaalde kraal, waar ze afgezonderd leven en besneden worden. Ook ontvangen ze onderwijs in de omgang met de vooroudergeesten.
Nog steeds komt het voor, dat leden van de gemeente naar de besnijdenisschool gaan.

Een t;iekkie
Tijdens ons verblijf in Vrijheid werd de volgende brief bij de familie Keesenberg bezorgd:

"Geagte Ds. Keesenberg, M'n vrienden, Helgaard en Sophie Potgieter, lieten mij Uw brief lezen wat ze van U ontvingen; ik was nogal beïndrukt door al die werk onder ons zwart mensen wat U daar doet en gaf die Here mij in om U geldelik te steunen, dus schreef U een tjekkie! Mag God U nog verder zegenen op Uw werk en met vr. groeten, Adje Sunkel."

Zo kwam er een bedrag van 250 Rand binnen.
Zulke tjekkies zijn belangrijk. Het zendingswerk zal in de komende jaren meer gaan kosten, o.a. door de zwarte predikanten die er komen. En dus kan een extra bijdrage geen kwaad!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief