Persschouw

1991-08-03
  • Jaargang 35
  • nummer 16
Automaat (II)
door Nellie Vermeulen

En wat denkt u verder van onze huishoudelijke apparaten. Koffie zetten bijvoorbeeld: automatisch. Afwassen en afdrogen idem (in sommige huishoudens tenminste) brood, kaas, vlees en groente snijden, rauwkost malen eveneens. Koelkast ontdooien hoeft ook al niet meer. Zelfs tanden poetsen kan elektrisch!
De dingen gaan vanzelf totdat... de stroom uitvalt.
Leuk als je net bij de kassa van een supermarkt staat met de boodschappen voor een week. Alles ligt stil. Van optellen kan geen sprake zijn, daarvoor is het meisje achter de kassa niet opgeleid. Zij kan alleen automatisch handelen. Iedereen moet maar - in het donker - wachten tot het euvel is verholpen.
Wie wereldoorlog II heeft meegemaakt is vindingrijk genoeg geworden om zich in noodgevallen te kunnen redden.
Toen ging er tenslotte niets meer vanzelf. Ieder onderdeel van het leven moest zelfstandig worden uitgedacht en uitgevoerd. Dat maakte de mensen wel slim. Heel wat slimmer dan in de geautomatiseerde maatschappij van vandaag van ons verwacht wordt.
Dreigt het niet wat overdreven te worden?
Een druk op de knop en het verwachte artikel of programma komt eruit. Lopen we zelf ook niet de kans om een automaat te worden? Oefenen we nog regelmatig onze puur menselijke gaven? Zingen we nog wel eens?
Hoe gemakkelijk zetten we het verzoekplatenprogramma op de radio aan. Doen we met het gezin wel eens een spelletje? Waarom zouden we, daar zorgt onze favoriete TVpresentator wel voor. Vertellen we onze kinderen en kleinkinderen nog wel eens een verhaaltje?
Welnee, ze hebben toch een walkman met cassettebandjes van Mickey Mouse of Alfred J. Kwak en voor de bijbelse vertellingen hebben we de E.O.
En hoe onderhouden we het contact met onze verre familie of vrienden?
Het kost wel wat meer, maar je belt toch gewoon even. "Ik ben geen schrijver", zeggen we verontschuldigend.
Maar zouden we in een doodgewone babbelbrief niet beter in staat zijn om onze gevoelens over te brengen?
AI schrijvende zouden we het over zaken kunnen hebben die van primair belang zijn in het leven en die ons toch niet zo gemakkelijk over de lippen komen. Een brief kan worden overgelezen, soms nog na jaren, om iets liefs over te brengen of een beetje troost in verdriet. Ondanks vele verhuizingen zijn wij nog altijd in het gelukkige bezit van tientallen brieven van mijn overleden vader en ze zijn ons goud waard, omdat hij de moeite nam om, zijn overbezet leven ten spijt, aan zijn kinderen over de "eeuwige dingen" te schrijven. En moeder zette er nog gauw haar vraag onder of de kinderen wel over waren gegaan en of de kiesjes van de baby nu al door waren. Een kostelijke erfenis.
Hoe staat het met ons bidden? Vooral formuliergebeden verworden gauw tot automatismen.
Velen van ons, ontgroeid aan het "Here zegen deze spijze, amen" zijn opgevoed met ,,O Vader, Die al 't leven voedt, kroon onze tafel met uw zegen ..." (zie Oud Gezang J). En je had het hart niet om je mond te houden bij: "Leer ons voor' overdaad ons wachten", ook al was Schraalhans keukenmeester. Ik weet van een gezin met zes hongerige jongens, waarvan de vader werkloos was. Het enige wat op tafel kwam was één fles gortepap.
Eén van die jongens vertelt erover: "Ik was meer aan vloeken toe dan aan bidden". Maar dit terzijde.
Op zichzelf genomen is er geen enkel bezwaar tegen het opzeggen van formuliergebeden.
Willen we het nog beter kunnen zeggen dan Jezus het zijn discipelen heeft geleerd in het Onze Vader? Maar als we het druk hebben is het gevaar niet denkbeeldig dat we automatisch omgaan met de heilige dingen, terwijl onze gedachten al lang weer aan het werk zijn. Of is dat alleen bij mij zo? Is het dan nog wel bidden?

Als we onze persoonlijke gebeden in de ochtend of de avond wat kritischer bezien, valt het ons dan niet op dat we dikwijls dezelfde woorden en dezelfde volgorde aanhouden, zodat ook daar de vervlakking op de loer ligt? Machinaal bidden komt jammer genoeg voor.
Ook in het pastoraat schuilt het gevaar van de routine. Zeker als het ons dagelijks werk is. Zoiets van een automaal: een gulden erin en een bijbeltekst eruit. Er is een verwachtingspatroon waar we aan willen (of moeten) voldoen. Geestelijke bijstand verlenen in de vorm van een gebed, het lezen van een bijbelgedeelte of het uitspreken van troostwoorden.
Maar het kan gebeuren dat we geen woorden hebben. Gelukkig maar. Een predikant stond bij de kist van een van zijn ouderlingen en werd zo overmand door zijn emoties dat hij geen woord kon uitbrengen. Later verweet hij het zichzelf. Maar om woorden was de familie niet verlegen wel om medeleven.
De kapper die deze week mijn haar verzorgde, vertrouwde me toe dat hij als beginnend ouderling niet altijd wist hoe hij met rouw in de gemeente om moest gaan. Zijn predikant had hem toen de raad gegeven: "Wees maar gewoon jezelf en doe wat je hart je ingeeft. Wéés er voor de ander, dat is meer waard dan een heleboel woorden."
In het pastoraat gewoon jezelf zijn sluit natuurlijk niet uit dat je eerst zelf uit de Bron put voor je naar de ander gaat. De vrouw van een ambtsdrager liet me eens het kleine kamertje zien waar haar man zich kon terugtrekken als hij ouderling van dienst moest zijn of op huisbezoek zou gaan: een rekje met zorgvuldig gekozen boeken en een bijbel, een tafel, een paar stoelen en een orgel. Een heiligdom. Ik werd er stil van.
Apparaten, machines, volautomatische gebruiksvoorwerpen die ons veel werk en tijd besparen. In een gesprek hierover merkte een hoogbejaard gemeentelid op: "En zijn de mensen nu beter af dan vroeger? Vergeleken met mijn generatie hebben ze nu zeeën van vrije tijd.
Maar als ik ergens aanklop om iets gedaan te krijgen hebben ze het te druk."
Over relativeren gesproken. Wat doen we met de tijd die we overhouden?
Gebruiken we die om ons door de TV te laten bezighouden alleen voor tijdverdrijf?
Of om een onevenredig deel van die tijd aan sport te wijden? Of om vakér op koopjesjacht te gaan in de stad? Om eindeloos op koffievisite te gaan, waar heus niet alleen over de preek van zondag wordt gepraat?
Misschien houden we die tijd en energie wel over om anderen van dienst te zijn en daarin onze Meester te dienen.
Denken we alleen maar aan onze belofte op de dag van onze openbare belijdenis: ", ... om met blijdschap te arbeiden in zijn Koninkrijk".
Genoeg mogelijkheden binnen onze plaatselijke gemeente voor wie nog mobiel is. En als je nou niet meer mobiel bent? Een paar voórbeelden. Daar is iemand die aan zijn kamer gebonden is en met heimwee terugdenkt aan de keren dat hij als ouderling op huisbezoek ging in de gemeente. Die tijd is voorbij, maar hij kan wel telefoneren.
En zo is hij een gewaardeerde hulp geworden voor de mensen in tijden van beproeving en geestelijke nood.
Een vrouw van 76 in een flat voor ouderen bestelt geluidscassettes van kerkdiensten en op een van "die lange middagen" in het huis dat er niemand op bezoek komt en bij velen de verveling op de loer ligt, nodigt ze minder mobiele buren uit om bij haar te komen luisteren.
Een 89-jarige, die prekenbandjes in voorraad heeft voor haar blinde echtgenoot, leent ze uit aan de vrouw die de kamer komt doen, die ze op haar beurt weer doorgeeft aan haar invalide vader. "We ontvangen er zelf.
zoveel zegen door," vertelde de oude dame ons door de telefoon, "dan moeten we die zegen toch ook doorgeven en niet alles maar voor onszelf houden?"
Die cassettes van kerkdiensten worden met veel zorg opgenomen en gecopieerd door iemand met een wankele gezondheid.
Onder alle omstandigheden krijgt dit werk voorrang. Op die manier gaat de kerkdienst lang - en vér - mee. Iemand schreef ons vanuit zijn hotel in een land waar geen protestantse kerkdiensten worden gehouden: "Vanmorgen was ik toch met de gemeente verbonden. Ik luisterde naar een dienst op cassette, waarvan ik er een aantal voor mijn verjaardag kreeg om mee te nemen."
Zo gaat de godsdienstoefening door, ook buiten de zondag om! Dat is nou met blijdschap arbeiden in Gods Koninkrijk.
Zullen we nog eens nadenken over ónze mogelijkheden en die uitbuiten zolang het nog kan?
Met meer vrijmoedigheid durven we dan mee te zingen: "Neem mijn leven, laat het Heer, toegewijd zijn aan uw eer. Maak mijn uren en mijn tijd tot uw lof en dienst bereid."

Wij hebben aan dit indrukwekkende artikel, dat wij aantroffen in het Hervormd Weekblad, niets toe te voegen!

Enschede, O. Mooiweer

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief