Whats in a name?
1991-08-16
Ouders bedenken een naam voor hun kindje. Wanneer je zelf een naam verzint ook wanneer het een - naar jouw gevoel - heel originele naam is, blijkt het vaak in de top tien van de namen te staan die op dit moment aan kinderen gegeven worden. Namen zitten in de lucht. Vroeger had je in de klas drie jongens die Jan heetten. Nu komt datzelfde nog regelmatig voor, alleen de naam is anders. Vreemd genoeg ben je vaak echt origineel wat de naam betreft, als je gewoon ouderwets vernoemt.- Jaargang 35
- nummer 17
Ook zie je telkens weer dat ouders als een van de namen een Bijbelse naam kiezen. Zo'n naam is vaak een korte zin, een boodschap.
DANIËL
(naar Daniël 1)
Een donkere tijd
Daniël, dat is een mooie naam. Hij betekent zoiets als: God zal mij recht doen. De naam is mooi, maar de tijd waarin Daniël leeft, is niet zo mooi.
Laten we maar eerlijk zijn. Het is een heel donkere tijd.
God lijkt wel machteloos
Daniël en zijn vrienden horen bij het volk Israël, het volk van God. Maar wat was daar nog van over? Niet veel meer. ·Kijk maar naar Daniël. Hij woonde niet meer in Israël. Hij is gedeporteerd, hij is weggevoerd uit Jeruzalem samen met anderen uit de bovenlaag van de bevolking. Hij woont nu in Babel. En dat is nog niet eens het ergste.
Het allerergste is, dat de vijand in Jeruzalem in het huis van God is geweest en de tempelspullen heeft weggenomen en ze mee genomen heeft naar het land Sinear om ze te leggen in de tempel van hun god. Als die naam valt, het land Sinear, schuift er een wolk voor de zon. Dat was het land waar de toren van Babel gebouwd werd. Waar de mens zich een stad wilde bouwen; de stad van de mens. Tóen heeft God de taal van de mensen verward en de volkeren verstrooid over de aarde. Nû evenwel lijkt de mens zich gewroken te hebben als voorwerpen uit de tempel van God in Jeruzalem gelegd worden in de tempel van de god van Babel. Toen was God de Machtlqe. Nu lijkt Hij wel machteloos en weerloos. Dat er ballingen zijn uit de hoogste lagen van het volk uit Jeruzalem, waaronder ook Daniël en zijn vrienden, dat is erg.
Maar in de eerste plaats noemt de Bijbel de wegvoering van de heilige voorwerpen uit het huis van God en het leggen van die heilige voorwerpen in de tempel van de god van Babel.
God en Zijn volk lijken wel machteloos en geheel onderworpen aan de god van het volk van Babel. Het is een hele donkere periode voor het volk Israël.
Toch ontbreekt het licht van God niet
Maar ook deze periode is niet zonder licht van God. Integendeel, zou je kunnen zeggen. Is het niet juist in deze hele donkere periode van de geschiedenis dat God Zijn volk meer dan gewoon bijlicht met het Woord van Zijn profeten. Denk maar aan Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël. Het zijn de grote profeten die in deze donkere tijd het licht van Gods Woord laten schijnen over Gods volk. Allemaal mensen door wie de HEREjuist in deze periode Zijn Woord heeft gesproken.
En er is nog meer licht. Het licht valt vanuit het laatste vers in dit hoofdstuk binnen. Er staat in vers 21: Daniël bleef daar tot het eerste jaar van koning Kores. Kores is de gezalfde van de HERE (Jes. 44:28-45:8) die het volk de gelegenheid zal geven terug te keren naar Jeruzalem en de tempel te herbouwen. (2 Kron. 26:22, 23 en Ezra 1) Je zou kunnen zeggen: nu Jeruzalem veroverd is en de tempel van God het heeft moeten ontgelden, valt de deur dicht achter het verbond van God met Zijn volk: de voorzegging van de ballingschap wordt ten uitvoer gebracht.
Maar tegelijkertijd staat de deur van Gods belofte op een kier.
God had nl. gezegd dat de ballingschap 70 jaar zou duren. Daarna zou God Zijn volk weer terugbrengen in het land en dan mochten ze de tempel weer herbouwen en God zou weer in hun midden wonen. Door het vermeiden van de naam van Kores zegt de Bijbel eigenlijk dat deze periode een begrensde periode is. Wel erg donker, maar de deur van de terugkeer naar het land Israël staat a.h.w. op een kier en een dunne spleet van licht valt over deze duisternis. Wat is God goed. Wat is Hij rijk aan genade. Een ogenblik duurt Zijn toorn. Een eeuwigheid Zijn genade.
En nóg meer licht is er in deze donkere tijd van de ballingschap. Het zijn Daniël en zijn vrienden. Zijn zij niet als lichtende sterren te midden van een ontaard en verkeerd geslacht? En dat niet alleen, maar het wordt in hun leven en optreden duidelijk dat God Daniël en zijn vrienden, die zich in den vreemde aan Zijn woord houden, bijzonder zegent.
Godsverduistering
In onze tijd valt deze term nogal eens.
De term is van Martin Buber maar wordt ook door anderen (H. Berkhof) wel gebruikt. Als je dan vraagt wat moet ik me daarbij voorstellen, gaan de gedachten toch in de richting van de ballingschap. Velen beleven onze tijd dus als een soort ballingschap, te vergelijken met de periode waarin Daniël leefde en de situatie waarin hij verkeerde. Hartstochtelijk wordt door veel mensen gezocht naar een weg om te gaan in deze duisternis. Een weg voor de gelovige, een weg voor de gemeente. Als Daniël zo iemand was die in zo'n periode leefde is het goed te letten op zijn opstelling en te luisteren naar de boodschap die er van hem uitgaat.
Komen onder het beslag van het denken en spreken van je tijd
Daniël en zijn vrienden worden samen met een aantal anderen uit het koninklijke geslacht en uit de edelen uitgekozen om onderwezen te worden in de geschriften en de taal van de Chaldeeën.
Dat is niet gering. Zij leren niet alleen een nieuwe taal, de taal die de mensen van Babel spreken nl. het Chaldees. Maar het is de bedoeling dat zij de boeken die in die taal geschreven zijn, kunnen lezen en daaruit onderwijs ontvangen.
Als er een manier is om mensen te veranderen en te leren denken in jouw kaders en te werken volgens jouw methodes dan is dat het onderwijs. Het is toch niet toevallig dat ouders waarvan de kinderen op school gaan of verder leren of gaan studeren hun hart soms vasthouden hoe de studie zich zal uitwerken in het leven van hun kind. Sommigen veranderen er kompleet door. Gaan heel anders leven.
Gaan dingen heel anders zten, Soms verliezen ze de band met de gemeente en de band met God. Een studie kan de opvoeding en het genoten onderwijs volledig uitwissen, zo lijkt het wel, en een nieuw stempel zetten. De Evangelische Hogeschool is toch niet voor niets opgericht. En de jongerenhuizen in de grote steden, zijn er toch niet alleen om gemakkelijk binnen te komen in een stad. Mensen dreigen altijd opnieuw onder het beslag te komen van het denken en spreken en het leven van deze tijd.
Hersenspoeling? Indoctrinatie?
Daniël en zijn vrienden volgen die opleiding in Babel en worden onderwezen in de taal en dus ook in de boeken van de Chaldeeën, die geen rekening houden met God en Zijn gebod.
Zij komen onder het beslag van vreemd onderwijs en van vreemde goden. Je ziet het aan de verandering van hun namen. Hun namen getuigen van hun verbondenheid met de God van Israël. Daniël; God zal mij recht doen. Hananja; De Here is genadig.
Misaël; wie is er als God? Azarja; De HERE is een helper. Die Israëlitische namen die van hun verbondenheid met de HERE getuigen worden veranderd in Babylonische namen waarin de namen van de goden van Babel zijn opgenomen. Beltsazar, Sadrach, Mesach en Abednego. En toch deert het onderwijs van de Chaldeeën hen niet.
Nee, zeker niet. Zij nemen er door toe in wijsheid en kennis en inzicht. God doet wat zo verkeerd had kunnen uitwerken voor hen positief uitwerken, zodat zij er rijker en wijzer van worden.
Zij gaan er niet omheen, maar er dooheen en komen verder dan de leerstof. Dat staat immers in vers 17: en aan deze vier gaf God kennis en verstand van allerlei geschriften en wijsheid terwijl Daniël inzicht had in allerlei gezichten en dromen.
Waarom? Was het zo'n goede opleiding?
Nee, verre van dat. Was het waardevol dat hun namen veranderd werden in Chaldeese namen? Nee, dat werkte eerder tegen. Het was het verlangen van die vier jongens om in de vreemde trouw te zijn aan God. En dat verlangen heeft God beloond. Meer dan gewoon gezegend!
Waarin waren zij anders?
Op welke manier lieten zij in die tijd merken dat zij trouw wilden blijven aan hun geloof in God? Zij wilden zich niet verontreinigen aan het eten van de onreine dieren waarvan God had gezegd, die zul je niet eten. Uit het feit dat zij zowel het eten maar ook het drinken van de wijn van de koning niet moesten, kun je echter opmaken dat het niet eens zozeer ging om het eten van onrein voedsel, maar vooral om het eten noch drinken van dat wat aan de afgoden gewijd was. AI het eten en drinken van de koning werd immers aan de goden gewijd. Daarom wilden zij er niet van eten. En God heeft hen in dit verlangen om rein te blijven en geen deel te hebben aan de afgoden buitengewoon beloond. Hij was het die - zoals er staat - aan Daniël de gunst en de barmhartigheid bij de overste van de hovelingen schonk, zodat hij oogluikend toestond dat Daniël en zijn vrienden groente aten en water dronken.
En het was de HERE die hen in tien dagen tijd er zo welvarend uit deed zien en tenslotte was het God zelf die aan deze knapen kennis gaf en verstand van allerlei geschriften en wijsheid en aan Daniël in het bijzonder inzicht in allerlei gezichten en dromen.
Gij geheel anders!
Jongeren kennen de geSChiedenis van Daniël vast wel, maar zouden ze ook weten dat Daniël ongeveer net zo oud geweest zal zijn als zij? Zouden ze zich realiseren dat in Daniël belangrijke antwoorden gegeven worden op vragen waar zij mee leven? Zouden ze weten dat God (óók in een tijd van ballingschap) dezelfde als vroeger, de God die leeft en die Zijn kracht geeft aan ieder die Hem aanroept en licht schenkt ook al is het nog zo donker?!
Ik denk weleens dat de Here God en de Bijbel zwaar onderschat worden.
Zo'n term als godsverduistering werkt ook een beetje in de hand dat je je heil niet bij-God zoekt. In ieder geval niet bij God of bij Zijn Woord, want het is toch duister rondom God?! Wat een grote vergissing. God is gisteren en heden dezelfde. Wie op Hem vertrouwen, wie Hem gehoorzaam volgen, wie Zijn beloften serieus nemen kennen geen godsverduistering. Nee, niet ècht. Het is wel donker om hen heen, maar des te helderder schijnt het licht van God. Zij voelen zich wel zwak t.o.v. hun omgeving, maar des te sterker ervaren zij de kracht van God in hun persoonlijk leven en bij Zijn ingrijpen in de gebeurtenissen. Dan wordt ook die naam zichtbaar: Daniël'. D.w.z. God zal mij recht verschaffen.
Anders dan anderen
Onder de jongens uit Israël bevonden zich er vier die met dit verzoek kwamen en die door God bijzonder gezegend werden. Ja, je hoort het goed, zij waren niet alleen anders dan de Chaldese medestudenten, maar ze stelden zich ook anders op dan hun volksgenoten die diezelfde opleiding kregen.
Ik speld je echt niets op de mouw hoor, want er staat dat de koning énige Israëlieten liet komen en dat zich onder hen énige Judeeërs bevonden, waaronder Daniël. Zij leefden anders, ook anders dan jongens en meisjes van hun éigen volk! Let op: zij weigerden die opleiding niet. Integendeel, zij werkten er hard voor. Maar zij onderscheidden zich van de anderen op een manier die God van hen vroeg.
Dat was hun kracht dat ze bij alles wat ze deden rekening wilden houden met God. Daarom: Je moet niet vertrouwen op andere leerlingen of studenten die christen zijn en die met sommige dingen helemaal geen problemen hebben, en je moet niet koste wat het kost met alles mee willen doen met je omgeving.
Maar je moet op God vertrouwen en naar Hem luisteren. Dan zal Hij je helpen vrij te blijven van verkeerde dingen en je bijzonder zegenen bij de opleiding op school of bij je werk.
Waarin moeten wij anders zijn?
Wat zijn nu dingen die God van ons vraagt, waardoor wij ons moeten onderscheiden van anderen? Het is waar dat er geen gevaar schuilt in het eten of drinken, want de Here Jezus heeft alle spijzen rein verklaard. (vgl. Markus 7:14-23, zie vers 19b) Jezus zegt: Niet wat de mens tot zich neemt (eten en drinken) maakt de mens onrein, maar wat er uit de mens komt, dat maakt hem onrein. Vanuit het hart komen de kwade overleggingen; hoererij, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list, onmatigheid, een boos oog, godslastering, overmoed, onverstand. AI die slechte dingen die van binnen naar buiten komen die maken de mens onrein. En zo verklaarde Jezus alle spijzen rein, staat er.
Geloof en levensstijl
Waarin moeten wij ons dan onderscheiden van anderen als de reinheidsvoorschriften van eten en drinken door de Here Jezus vervallen verklaard zijn? Daniël had het in dat opzicht toch maar gemakkelijk. Heel simpel je aan die regel houden, van het onderscheid tussen rein en onrein eten, en hij was er. Ligt het voor ons echt ingewikkelder? Ik geloof het niet.
Is het niet de Heilige Geest die in de plaats gekomen is van die voorschriften over reine en onreine dieren? (Vgl. o.a. de geschiedenis van Cornelius, Handelingen 10 maar ook Handelingen 15). De Heilige Geest is een van de beloften van het nieuwe verbond. We ontvangen Hem op grond van het verlossingswerk van de Here Jezus die niet alleen de vergeving van zonden maar ook de Heilige Geest voor ons verworven heeft (vgl. Handelingen 2).
Alle oude zaken die mensen van elkaar onderscheidden vallen in Christus weg. Ieder die gelooft, ontvangt de Heilige Geest. Daarom is voor ons het eenvoudige recept: Laat Christus toe in je leven. Hij reinigt je door Zijn Bloed en Zijn Geest. Hij geeft je de belofte van God, een nieuw hart in je binnenste, waardoor je van binnenuit gaat aanvoelen en gaat doen wat God van je vraagt. Laat datje onderscheiden van anderen. Je geloof en je nieuwe levensstijl. Ik weet wel dat er ook een objektieve toets is voor wat van de Geest is en wat niet. Dat is de Bijbel. Dat neemt niet weg dat de Heilige Geest de nieuwe dimensie is van ons leven. Daarmee zitten we op de golflengte van de Schrift. Buiten de Geest de Bijbel lezen, verstaan en doen is kompleet onmogelijk. Het grootste gevaar wat ons bedreigt is dat wij de gevaren die ons omringenzoals de godsverduistering waarvan sprake is - opblazen, uitvergroten en middelen bedenken om die te lijf te gaan en te overwinnen. Wat wij moeten doen is naar God toe gaan en zeggen: leid mij er doorheen. Schenk mij Uw Geest, naar Uw belofte! Geef mij kracht en wijsheid. Elke dag. En vergeef mijn zonden. Bewaar mij in een leven en een denken dat naar Uw Woord is. Door Uw Geest!