Kerk en milieu (1)

1991-08-16
  • Jaargang 35
  • nummer 17
De vraagstelling
Hoe reageren we als kerk - konkreter gezegd: als Nederlands Gereformeerde kerken - op de milieuproblematiek?
Daarover zal het gaan op pagina 3 van dit en het volgende nummer van OPBOUW. Dat is een andere vraag dan: Hoe reageren we als christenen op de milieuproblematiek?
Immers, het kan zijn dat u met het oog op het milieu Groen Links stemt, melk uitsluitend in flessen koopt en vriendelijk doch beslist weigert uw in het warenhuis aangeschafte artikelen in een plastic tasje mee te nemen, terwijl u in de kerk waarvan u lid bent helemaal niets van dat milieubewuste gedrag terugvindt. Of omgekeerd: u wordt zondag aan zondag van de preekstoel af vermaand vooral geen tropisch hardhout te verwerken en vooral wel gebleekte filterzakjes bij het koffie zetten te gebruiken, terwijl u dat zelf allemaal maar lariekoek vindt.
Er is dus verschil tussen wat je als christen doet en wat er kerkelijk gebeurt.
Kuyper sprak in dat verband van het verschil tussen de kerk als organisme en de kerk als instituut. In die termen luidt de vraag als volgt: even daargelaten wat de milieuproblematiek de kerk als organisme te zeggen heeft (dat wil dus zeggen de christenen in hun maatschappelijke verbanden) - wat doet het instituut kerk ermee? Moet erover gepreekt worden? Moet de kerkeraad er een standpunt over innemen? Moeten de ouderlingen op huisbezoek komen controleren, nu niet of we de goede krant lezen maar of we wel op kringlooppapier schrijven ...? Over zulk soort vragen gaat het.

Moralisme
Nu hangt natuurlijk alles ervan af, hoe een eventuele betrokkenheid van de Nederlands Gereformeerde kerken bij het milieu-vraagstuk er konkreet uit komt te zien. Het maakt nogal wat uit of een dominee er in alle algemeenheid toe oproept om zuinig om te gaan met Gods schepping, dan wel met profetische scherpte van de kansel af het gebruik van ongebleekte filterzakjes voorschrijft. In het eerste geval zullen vermoedelijk slechts weinigen er iets op tegen hebben dat de kerk zich inlaat met het milieuvraagstuk - in het laatste geval heel velen! Hoe zou dat komen? Naar mijn besef, doordat in het laatste geval een uiterst konkrete toepassing van het goddelijk gebod gepresenteerd wordt als dat gebod zelf. Natuurlijk is het denkbaar, dat een dominee het persoonlijk een absolute must vindt dat mensen overgaan op het gebruik van ongebleekte filterzakjes. Maar op het moment dat hij dat persoonlijk inzicht met ambtelijk gezag aan de gemeente gaat opleggen, gaat hij zijn boekje te buiten. De evangelieprediker verschrompelt dan tot een zedepreker en de evangelieprediking ontaardt in moral isme. Ontaardt - dat is een sterk woord. Maar is het te sterk? Dat zal niemand zeggen, die weet heeft van de verwoesting die een moralistische prediking heeft aangericht. Of met een vlammend Zo zegt de Here! nu zondag aan zondag werd gedicteerd hoe men moest stemmen, dan wel solidariteit met allerlei bevrijdingsbewegingen werd voorgeschreven, altijd weer hebben mensen die hongerden naar het evangelie een dergelijke prediking als stenen voor brood ervaren. We mogen ervoor bewaard worden, dat als nieuwste variant een milieumoralisme uitgegeven zou worden voor de proklamatie van Gods Koninkrijk.

Het spreken van de kerk
Maar afgedacht van de prediking - hoe zit het met standpuntbepalingen van kerkeraden en eventueel de Landelijke Vergadering? Wanneer die uitspraken zouden doen over het milieu, is het niet één persoon die zijn toepassing van het gebod oplegt aan de gemeente, en is er ook niet van die geladenheid sprake die zo kenmerkend is voor de rechtstreekse evangelieverkondiging.
Zou er van dergelijke uitspraken niet een heel belangrijk signaal kunnen uitgaan? En zou dat dan niet de manier zijn, waarop de kerk op het milieu zou moeten reageren?
Dat staat nog te bezien. Stel je eens voor, dat een van de regio's de Landelijke Vergadering zou vragen een uitspraak te doen over de noodzaak van het terugdringen van autoverkeer. Dan zouden we allereerst de verlegenheid bij ons op voelen komen, of zoiets wel op de agenda van de LV thuis hoort.
Want al hebben we de Dordtse Kerkenorde niet meer, de geest van artikel 30 is ons nog zeer vertrouwd: kerkelijke vergaderingen mogen alleen kerkelijke zaken behandelen en dat op kerkelijke wijze. Tussen haakjes: naar dat artikel verwees professor Kuitert, toen hij het scherp afwees dat de Nederlandse Raad van kerken uitspraken deed over de Golfoorlog! Elke kerkeraad kent het vraagstuk op kleinere schaal: al die ingekomen stukken over een nieuwe onderwijsvereniging en een diskussieavond over de gemeentelijke politiek - horen die eigenlijk wel op onze agenda thuis? Moeten we ons alleen alom des tijds wille niet beperken tot strikt kerkelijke zaken? En hoe belangrijk het milieu ook is - dat kun je toch geen kerkelijke zaak noemen?
Moet een LV zich echt wagen aan een uitspraak over het terugdringen van autoverkeer?
En als het moet - hoe dan? Aan een uiterst vage en algemene uitspraak zal niemand zijn vingers branden. Maar dan zeg je ook eigenlijk niets! En zodra je het konkreter maakt, moet je wel weten waar je het over hebt. Weten al die afgevaardigden dat? Of moeten ze op hun kennis van het vraagstuk geselecteerd worden? En overzien zij alle konsekwenties? Een LV die hoogst prikkelende uitspraken doet over het autoverkeer, moet wel de Nederlands Gereformeerde garagehouder onder ogen durven komen die zijn broodwinning in gevaar ziet komen als de uitspraak werkt! Te vrezen valt dat er hooguit een 'Enerzijds - anderzijds' stuk uit de bus zou komen ...
Maar laten we niet te pessimistisch zijn. Stel je voor dat de LV zich ertoe geroepen zou voelen en er kans toe zou zien, om een belangrijke, pastoraal verantwoorde en toch inhoudsrijke uitspraak te doen over het autoverkeer - wat dan nog? Mij dunkt: het enige wat daar het gevolg van zou zijn, is publiciteit. En of een kerk het nou van publiciteit moet hebben ... In het gunstigste geval zou het ochtendblad TROUW er zo'n opzienbarende kop van maken, dat NOS-Iaat er - in komkommertijd althans - brood in zou zien. Ik zie het al voor me: voorzitter Wassenaar van de Landelijke Vergadering van de Nederlands Gereformeerde kerken die ten overstaan van Annette van Trigt een aantal ferme uitspraken doet. En dan? Zou dat invloed hebben op de Nederlandse samenleving?
Zouden daardoor mensen in hun rijgedrag gunstig beïnvloed worden? Ik vrees van niet. Waarschijnlijker lijkt het me, dat de modale televisiekijker al brommend overschakelt naar het andere net: "Die Nederlands Hervormde dominee uit Wassenaar kan me nog meer vertellen met z'n autootje pesten ..."

Andere mogelijkheden
We hebben vastgesteld dat we, om te bepalen of onze kerken moeten reageren op het milieu-vraagstuk, eerst moeten weten hoe. Welnu: preken bieden een mogelijkheid, mits ze niet moralistisch worden. Kerkelijke uitspraken hebben in mijn visie weinig perspektief. Zijn er daarnaast nog manieren waarop de kerk als kerk zich met de problematiek zou kunnen inlaten?
Je kunt denken aan gerichte studie op bijbelkringen en verenigingen. Daarvan lijkt me het bezwaar, dat het zo gauw vrijblijvend en theoretisch wordt.
Sommige kerken hebben een milieuwerkgroep, maar net als bij een evangelisatie-werkgroep is dan het probleem hoe heel de gemeente op het desbetreffende gebied geaktiveerd wordt. Bovendien zal zo'n werkgroep op sommigen als een club hobbyisten overkomen en dientengevolge weinig serieus genomen worden. Want hoezeer een milieu-werkgroep ook bestaat uit kerkleden, zij kan niet de pretentie hebben dat zij het instrument is waarmee de kerk haar leden richting wijst. En daar ging het nu juist om in de vraagstelling: om een kerkelijk reageren op de milieu-problematiek!

Huisstijl
Voor velen is het waarschijnlijk een uitgemaakte zaak: een relatie tussen kerk en milieu - dat wil niet. Dat de individuele christenen hebben te reageren op de milieu-problematiek is duidelijk, maar zodra de kerk als kerk er zich mee gaat bezig houden, gebeuren er ongelukken.
Naar mijn mening echter is die konklusie te voorbarig. In een heel konkrete zin kan de kerk wel degelijk als kerk doen aan het milieu, zonder zich te verstrikken in allerlei principiële moeilijkheden.
De kerk manifesteert zich immers ook als organisatie; zij neemt een heel zichtbare en tastbare gestalte aan in de samenleving. Zij huurt, koopt of bouwt een kerk(zaal). Zij belegt vergaderingen. Zij produceert kerkelijke stukken. En of zij het nu wil of niet: in dat alles krijgt de kerk met het milieu te maken. Zij moet voortdurend keuzen maken: wordt er voor de kozijnen van de nieuw te bouwen kerk tropisch hardhout gebruikt of niet? Worden de kerkeraadsstukken in enveloppen van kringlooppapier verstuurd of niet? Uit de keuze die zij maakt zal blijken hoe de kerk tegenover het milieu staat. Je zou kunnen zeggen: in de huisstijl van de kerk ontkomt zij er niet aan te reageren op de milieuproblematiek.
Welnu, in dat kader zou ik willen pleiten voor een heel uitgesproken milieubewust gedrag van de kerk. Om na te gaan wat daar allemaal aan vast zit kies ik twee eenvoudige voorbeelden.

1. Koffiedrinken na kerktijd
Veel gemeentes kennen het zinvolle gebruik om eens in de zoveel tijd na afloop van de morgendienst gezamenlijk koffie te drinken. Aan dat koffiedrinken zit een milieu-kant. Het spijt me, lezer, daar heb je ze weer: de ongebleekte filterpapiertjes - goed voor het milieu! Maar ook: waaruit drink je de koffie? Reuze handig zijn plastic bekertjes: ze zijn goedkoop, onbreekbaar en je hoeft ze niet af te wassen. Alleen - ze zijn erg slecht voor het milieu. Je zou je nu kunnen voorstellen dat de kerkeraad het besluit neemt - al dan niet onder pressie van de milieu-werkgroep of onder de indruk van een milieu-preek van de dominee - om in dat 's zondagse koffiedrinken meer recht te doen aan het milieu, door voortaan uit stenen kopjes te drinken. Prachtig!
Maar hoe loopt het af? Mogelijk zo: om half twaalf is de zaal zo'n beetje leeg gedruppeld en begint de koster met opruimen. Hier en daar liggen scherven op de grond: kopjes zijn breekbaar.
Op het aanrecht van het keukentje staan grote torens koffiekoppen: er moet afgewassen worden. Wie zal dat doen? Daar had niemand op gerekend.
Het is nu ook wel erg laat. Volgende keer zullen we er rekening mee houden, maar vandaag - vandaag is de koster de klos.
Met andere woorden: zelfs aan zoiets eenvoudigs als milieu-bewust koffiedrinken in de kerk hangt een prijskaartje.
Het kost wat. En wie betaalt die prijs? In dit geval niet de kerkeraad, maar de koster. Maar dat is al te goedkoop. Je zult van tevoren goede afspraken moeten maken. Als je ook in deze dingen als kerk recht wil doen aan het milieu, moet je er aan geloven: aan het opruimen van de scherven en aan de afwas. Willen we dat?
Die plastic bekertjes waren toch wel gemakkelijk ...

2. Met de trein
De Landelijke Vergadering van Ede maakt zich op om haar laatste zitting te houden. Een van de afspraken die dan gemaakt moeten worden betreft de plaats, waar de volgende keer vergaderd zal worden. Dat is altijd een heel gezoek. Het moet een kerk zijn die een goede accommodatie kan aanbieden. Maar het moet ook min of meer centraal gelegen zijn. Het moet ook niet altijd dezelfde zijn. Zo moet er op diverse faktoren gelet worden. Je zou je kunnen voorstellen, dat er aan dat aantal een wordt toegevoegd: het milieu. Een eis zou kunnen zijn, dat dáár vergaderd wordt, waar de afgevaardigden gemakkelijk per openbaar vervoer kunnen komen - goed voor het milieu! .
Naar mijn indruk heeft de milieu-faktor tot nu toe een minimale rol gespeeld bij de keuze van een roepende kerkom niet te zeggen: geen enkele. Toegegeven: Ede heeft een station. Maar in de papieren die men mij toezond toen ik de LV een keer moest bezoeken, werd dat zorgvuldig verzwegen, laat staan dat de treinreiziger geïnformeerd werd over manier waarop hij van het station de vergaderplaats kon bereiken. De vorige LV is in Dronten gehouden. Daar kun je alleen maar met de bus of met de fiets komen, als je de auto meent te moeten thuislaten.
Hoe zal dat D.v. in 1994 geregeld zijn?
Opnieuw: laten wij niet te pessimistisch zijn. Mogelijk speelt de milieufaktor een grotere rol dan tot dusverre bij de aanwijzing van een vergaderplaats voor de volgende LV. Maar dan ontstaan er weer nieuwe problemen.
Zal het geheel in de vrijheid van de afgevaardigden staan om per trein of per auto te reizen, of wordt er lichte aandrang op hen uitgeoefend om het eerste te doen? Dat kan bv. door de reiskostenvergoeding te baseren op de NS-tarieven. Maar is dat verantwoord ten opzichte van die afgevaardigden, die om wat voor reden dan ook op de auto zijn aangewezen?
Het probleem kan nog nader worden toegespitst. Op de keper beschouwd is het vergadersysteem dat de LV nu toepast uitermate slecht voor het milieu: vijf of meer zaterdagen heen en weer reizen - daar worden wat uitlaatgassen voor uitgebraakt! Voor het milieu zou het veel beter zijn als er op de ouderwetse manier vergaderd werd: een aantal aaneengesloten dagen.
Maar daar kleven weer heel andere nadelen aan.
Het meest aantrekkelijk is het dan ook om het milieu buiten beschouwing te laten: het is in organisatorisch opzicht allemaal al moeilijk genoeg. Maar je maakt dan als kerk wel een keuze: je kent aan het milieu dan geringe prioriteit toe in je besluitvorming. Je kunt je afvragen of dat verantwoord is. In het volgende nummer gaan we met die vraag verder.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief