Ziekenzalving
1991-08-16
Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de Naam des Heren, Jac. 5:14.- Jaargang 35
- nummer 17
Enkele nummers terug schreef broeder Milo over het magnetisme. Aan het eind gaf hij de raad, de brief van Jacobus eens helemaal te lezen. Dat deed ik en bijna aan het slot kwam ik de bovengenoemde tekst tegen. We raakten daarover aan de praat en dat resulteerde in een verzoek, om iets op papier te zetten over de ziekenzalving, liever gezegd, goddelijke genezing1).
Net zoals hij voorstelde magnetisme liever mesmerisme te noemen, wil ik voorstellen, niet alleen iets over ziekenzalving te zeggen, maar meer in het algemeen naar voren te brengen wat de Bijbel over genezing zegt; dus ook handoplegging ter genezing, de gave van genezing, een van de geestesgaven uit 1 Kor. 12.
Onbekend
Zo'n dertig jaar geleden ontdekte ik, dat deze tekst in de Bijbel staat. Ongeveer even lang ben ik abonnee op Opbouw, een blad dat ik speciaal waardeer om de ruime blik van de redactie en de veelheid van onderwerpen.
Maar voor zover ik weet is er nooit over dit onderwerp iets geschreven.
Ik herinner me alleen een paar artikelen van ds. (toen zendeling) M.R. v.d. Berg, getiteld: 'Jezus Christus en de Amat'lozi'. Dat ging over een vrouw, die hij in Zuid-Afrika ontmoette en die bezeten was. Eén zin heb ik goed onthouden: "tijdens mijn theologische opleiding is hier nooit iets over verteld". Hij stond als het ware machteloos en wist totaal niet hoe hij zoiets moest aanpakken. Uiteindelijk kwam het toch nog goed met die vrouw; ze werd van de duivel bevrijd.
In het Ned. Dagblad heeft ds. Joh. Francke jaren geleden een paar studies aan de geestesgaven gewijd met als argument: als wij pretenderen de ware Kerk te zijn, dan mogen we niet een belangrijk aspect uit de Bijbel alleen aan de Pinkstergemeente overlaten, maar dan horen ook wij te weten, hoe wij daarmee om moeten gaan. Resultaat: een paar ingezonden brieven met adhesiebetuigingen, maar de andere waren fel negatief; ik heb er later nooit meer iets over gehoord.
Een paar maanden geleden publiceerde ds. J.C. Schaeffer enkele artikelen over de geestesgaven, maar ondanks het motto 1 Kor. 12:1-11, kon ik de negen geestesgaven, die daarin worden genoemd, in de artikelen niet terugvinden; dus ook niet de gave van genezing.
Groeiende belangstelling
Toch komt er de laatste jaren langzamerhand steeds meer belangstelling voor dit onderwerp. De Gereformeerde Kerk heeft een deputaatschap voor de dienst der genezing, de Hervormde Synode heeft in de zestiger jaren een herderlijk schrijven hieraan gewijd en verschillende predikanten uit diverse kerken houden zich meer en meer met dit onderwerp bezig. Tegenwoordig is het niet moeilijk om in een goede evangelische boekhandel een meter boeken te vergaren, die uitsluitend over de hedendaagse praktijk van goddelijke genezing gaan. Maar toch, ondanks dit alles, lijkt het wel of de modale gereformeerde meer over magnetisme weet te vertellen, dan over wat de Bijbel over genezing zegt.
En ook de 'Kleine Dokter' van A. Vogel is beter bekend dan de opdracht van Jacobus. Ook de voorlichting op regulier medisch gebied is tegenwoordig door de vele, vaak uitstekende, rubrieken in damesbladen en T.V.-programma's als 'Vinger aan de pols' tot brede lagen van de bevolking doorgedrongen.
En wat de medische wetenschap tegenwoordig, vergeleken met vroeger, kan, is bijna onvoorstelbaar.
In mijn jeugd heb ik nog een jong meisje zien sterven aan TBC, dat eerst tijden lang in zo'n glazen huisje in de tuin had gelegen. Door de oorlogsinspanning is de produktie van antibiotica goed op gang gekomen; daardoor zijn ettelijke keren meer mensenlevens gered dan de oorlog aan slachtoffers heeft geëist. De pokken zijn over de hele wereld uitgeroeid; zo kunnen we een lange lijst bedenken van medische zegeningen.
En, denken velen, als de dokter het niet meer weet is er altijd nog de alternatieve genezer.
De vraag kan dan gesteld worden: als alle reguliere medische wegen bewandeld zijn en ook de alternatieve, is er dan nog wel behoefte aan een andere manier van beter worden: de bijbelse, zo die er al is - of n6g is? En vaak wordt opgemerkt dat de olie uit Jacobus 5 een geneesmiddel was, zoals de barmhartige Samaritaan gebruikte, en dat uitsluitend het gebed, (meestal de voorbede tijdens de kerkdienst of de oproep in het kerkblad om voor de zieken in ons midden te bidden) kan volstaan. De zalving met olie, of de handoplegging, of de gave van genezing zijn in,die manier van denken iets uit een lang vervlogen, eigenlijk primitieve tijd, die we nu gelukkig (door onze vooruitgang op medisch en technisch gebied) niet meer nodig hebben.
Zalving met olie
Wie de Bijbel onbevangen leest zal het opvallen, dat de teksten die over genezing handellen veel vaker voorkomen dan teksten over de sacramenten, de wedergeboorte, de leer van de Drieëenheid, de ambten en nog een paar belangrijke onderwerpen. Nu zegt dat niet alles; het belanq van een onderwerp is niet recht evenredig met het aantal teksten. Maar dat een zo groot aanbod aan bijbels materiaal bijna volledig veronachtzaamd wordt, is ook moeilijk te verklaren.
Er zijn verschillende oorzaken voor deze miskenning te noemen. Eeuwenlang hebben we, vooral in de westerse wereld, de mens gezien vanuit een materialistische gezichtshoek met verwaarlozing van de andere aspecten van zijn persoonlijkheid. Pas een eeuw geleden ontdekte men, dat een zieke iets anders is dan een kapot apparaat, dat gerepareerd moet worden.
De psychosomatische ziekten (men denkt nu wel zo'n 60%) werden 'ontdekt' en zo ontstond de opvatting dat de mens een eenheid is van lichaam, ziel en geest. Maar dat wist Paulus al: "geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn" (1 Thess. 5:23); ook 3 Joh.:2: "Geliefde, ik bid, dat het u in alles wèl ga en gij gezond zijt, gelijk het uw ziel wèl gaat".
"Wanneer we nu deze ontwikkelingsgang, die begonnen is bij de medische wetenschap en die via de psychologie uitloopt op het vraagstuk van de religie, gadeslaan, vraagt men zich af of de Christelijke Kerk op haar beurt niet geroepen is om ook op weg te gaan, uitgaande van de bijbelse boodschap."
Dit schrijft Bernard Martin, toen predikant van de Eglise Réformée te Genève in zijn boek: 'De dienst der genezing in de Kerk' (W. ten Have, Amsterdam, 1955). Dit boek vond ik enkele tientallen jaren geleden bij De 51egte en het zal wel niet meer te koop zijn; vandaar dat ik er nogal wat uit wil citeren.
Allereerst de vraag: is het nog voor ons bedoeld? Marc. 16:18: "Deze tekenen zullen de gelovigen volgen ... op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden." Ook zou nog te noemen zijn Joh. 14:12: "voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze".
En, uiteraard, Jac. 5:14. Bij deze teksten staat geen tijdslimiet. In de Handelingen lezen we dan ook zo'n twintig keer van genezingen door apostelen en de diakenen verricht. Maar hoe ging het verder?
Verval
In de eerste drie eeuwen is de dienst der genezing voortgezet, maar langzamerhand werd dat minder. Evelyn Frost schrijft (aangehaald door B.M.): "de temperatuur van het geestelijk leven is bepalend voor de kracht tot hst verrichten van genezingen. Wat de Kerk in de periode voor het Concilie van Nicea betreft, de geschiedenis daarvan is een afzakken van de hoge toppen van de apostolische tijd tot het minderwaardig niveau waarop twist, afval en ketterij krachtige factoren konden worden om de Kerk te verzwakken.
Tegelijk met deze toenemende verzwakking kan men het afnemen van het vermogen tot het doen van genezingen waarnemen".
Vooral deze uitspraak trof mij heel diep, immers, dan is het verloren gaan van deze volmacht: om te laten zien wie Jezus is (naar buiten toe) en om de leden van de Kerk, het Lichaam van Christus, tot zegen te zijn (naar binnen) niet een natuurlijk, logisch gevolg van een vooropgezette ontwikkeling, maar een gevolg van onze afval en verdeeldheid. En dan begrijpen we ook beter de betekenis van 1 Cor. 11:29-30: "want wie eet en drinkt, eet en drinkt tot zijn eigen oordeel als hij het lichaam niet onderscheidt". "Daarom zijn er onder u velen zwak en ziekelijk en er ontslapen niet weinigen."
In dit hoofdstuk wordt het 'Lichaam van Christus' zowel gebruikt voor het brood bij het Avondmaal als voor de Kerk, vgl. 1 Cor. 12:13.
Irenaeus (± 180) spreekt van het gezicht teruggeven aan blinden, het gehoor aan doven, het uitdrijven van allerlei demonen, het genezen van zwakken, van kreupelen en verlamden en zelfs spreekt hij over het opwekken van doden. Tertullianus (± 200) spreekt van Christus' macht, die zich openbaart in het lichamelijk herstel van gevallen van melaatsheid, verlamming, bezetenheid en dood. Origenes (gestorven in 253) zegt: "Nog steeds vindt men onder de christenen sporen van de Heilige Geest. Zij drijven duivelen uit, doen vele genezingen en zien gebeurtenissen vooruit." (B.M., 58).
"De reden van dit verval is duidelijk deze, dat de Kerk zich in steeds toenemende mate verwijderde van de evangelische bronnen van het zuivere, eenvoudige geloof. Theologische discussies, steeds talrijker twisten en de steeds voortschrijdende uiterlijke organisatie van de gemeente hebben het ontstaan van een filosofie in de hand gewerkt, die meer menselijk dan geestelijk georiënteerd was, en dus steeds minder afhankelijk was van de directe inspiratie van de Heilige Geest."
(B.M., 59). Langzamerhand ontstond ook een andere leer over ziekte dan de bijbelse, en tenslotte werd de zalving met olie, het teken van genezing en leven, het 'Laatste Oliesel'.
Ook werden genezingen verwacht van gestorven heiligen, in plaats van in de kracht van de Geest werkende, levende dienaren van de opgestane Heer.
Vandaag
Eigenlijk leeft de Kerk nog in die toestand, hoewel hier en daar meer aandacht komt voor de levende aanwezigheid van haar Hoofd, Jezus Christus.
Martin toont aan dat de kracht tot het doen van genezingen een vooruitwijzen is naar de tijd die komen gaat, waarin geen ziekte of verdriet of dood meer zal zijn. Genezingen in Jezus' naam houden ons verlangen naar die volkomenheid wakker, en af en toe mogen we nu al een voorsmaak daarvan proeven.
In diepste wezen is de vraag om het herstel van de gave van genezing (en alle andere gaven) een vraag om het herstel van het zieke, verdeelde Lichaam van Jezus, de Kerk. Zoals in Jes. 1:5,6 staat: "Het gehele hoofd is ziek, het gehele hart vol krankheid; van de voetzool af tot de schedel is er niets gaaf; wonden, striemen en verse kwetsuren, die niet uitgedrukt zijn, noch verbonden, noch met olie verzacht."
En ook Jer. 8:21,22: "Om de breuk van de dochter mijns volks ben ik gebroken, ik ga in rouw, ontzetting heeft mij aangegrepen. Is er geen balsem in Gilead, of is daar geen heelmeester?
Want waarom is de wond van de dochter mijns volks niet geheeld?"
Dat verdriet om de toestand van de Kerk zoekt God ook. En dan wil Hij zeker alle middelen geven om het lichaam en het Lichaam weer gezond te maken.
Veel vragen, die Martin overigens wel behandelt, heb ik bewust laten liggen, want dat is m.Î. secundair. Maar ik hoop met dit voorgaande enigszins duidelijk gemaakt te hebben, dat hier een groot gebied braak ligt voor verdere studie; dat als de draad uit de eerste eeuwen van de christenheid opgepakt wordt, we nog meer tot het besef komen dat Jezus Christus gisteren en heden Dezelfde is en tot in eeuwigheid (Hebr. 13:8).
1) met groot genoegen schuif ik diit artikel op de plaats, waar u iets van mijn hand had kunnen verwachten. O.M.