Kerk en milieu (2)

1991-08-30
  • Jaargang 35
  • nummer 18
Motivatie
Aan elk milieubewust gedrag hangt een prijskaartje. Soms is met betrekkelijk weinig moeite een milieuvriendelijke huisstijl in de kerk te realiseren, bv door goede afspraken te maken over het afwassen van koffiekopjes.
Soms echter kost het heel veel kracht, bv als je wilt bewerkstelligen dat de afgevaardigden naar de LV meer van het openbaar vervoer gebruik zullen maken. De vraag is dus ook voor de kerk: hoeveel is het milieu ons waard? Hoe gemotiveerd zijn we, om onze huisstijl milieu-vriendelijker te maken, ook als ons dat moeite en tijd kost?
Dat probleem komt elke christen tegen die in zijn persoonlijke levensstijl recht wil doen aan het milieu. Het kost meestal tijd en moeite, soms ook geld.
Het vraagt een voortdurende afweging: zal ik nu wel of niet twee keer zo ver fietsen om dat dure scharrelvlees te kopen? Zal ik nu wel of niet met de auto naar de kerk gaan? Heel veel mensen komen aan zo'n afweging niet eens toe. Er is nu eenmaal een kolossale gewoontevorming in ons gedrag, waarvan we ons vaak niet eens bewust zijn en die we dus ook niet zomaar doorbreken. Daarom is de vraag naar de motivatie van het allergrootste belang. Wat kan ons motiveren, dat is letterlijk: in beweging brengen, om ons milieu-vriendelijker te gedragen?

Christelijke motieven
Het meest gehoorde motief is heel praktisch: als we onze gewoontes onaangetast laten, gaat het helemaal fout! We moeten zorgvuldiger met het milieu omgaan, omdat we anders onherroepelijk vastlopen. Dit motief werkt slechts bij de gratie van inzicht.
Alleen mensen die inzicht hebben in de problematiek, schrikken zo dat ze hun gedrag veranderen. De meeste mensen hebben dat inzicht niet. Zij zouden pas schrikken als bij de benzine-pomp een bordje hing: we zijn door onze voorraad heen; vandaag gaan de laatste liters de deur uit; op z'n vroegst over drie weken kan de tank weer worden bijgevuld. Maar zolang er slechts in het abstrakte en op lange termijn gesproken wordt over de uitputting van het leefmilieu, spreekt dit argument niet tot de verbeelding van bij de dag levende mensen.
Vandaar dat de overheid niet alleen veel doet aan voorlichting, maar ook probeert het gevoel van schaarste te wekken door bijvoorbeeld de benzine fors duurder te maken.
Maar of dat voldoende helpt?
Je kunt je afvragen of er' ook christelijke beweegredenen zijn. Op zich is milieu-vriendelijk gedrag natuurlijk niet specifiek christelijk! Je moet zelfs konstateren, dat de christenen op dit gebied over het algemeen pas wakker werden, lang nadat niet-christelijke groepen en politieke partijen de alarmklok geluid hadden. Sterker nog: er is gesuggereerd dat de bijbel een slordige omgang met het milieu juist in de hand heeft gewerkt. Wat moeten we daarvan denken? Ik zal er kort iets van zeggen.

Bijbel en natuur
In de bijbel hebben milieu-fanaten inderdaad in twee opzichten niets te zoeken. In de eerste plaats ontbreekt er de romantische sentimentaliteit in, die voor moderne milieu-beschermers vaak zo kenmerkend is. De natuur is in de bijbel geen teer kasplantje dat tegen het boze, ruwe mensdom beschermd moet worden, maar andersom: de mens heeft heel wat te stellen met manshoge dorens en distels, verscheurende dieren en sprinkhanenplagen.
Vee mag niet wreed behandeld worden (vgl. Spreuken 12:10), maar een samenleving waarin zoveel dieren geofferd moesten worden ging bepaald niet weekhartig met de natuur om.
In de tweede plaats is er in de bijbel geen sprake van het in kringen van de milieu-bescherming voorkomende holistische besef, dat mens en natuur in wezen diep met elkaar verbonden zouden zijn. De Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten (waarvan verder veel goeds te zeggen valt; bent u al lid?) heeft indertijd een boek uitgegeven, Bewaar het land, waarin instemmend een Indiaans opperhoofd geciteerd wordt: "Het land is gewijde grond, heilig. De rivieren zijn onze broeders. De aarde behoort niet aan de mens; de mens behoort aan de aarde." Welnu, zulke motieven zijn de bijbel vreemd. De opdracht aan de mens om de schepping te beheren, vgl. Genesis 1:28 en psalm 8:7-9, gaat er juist vanuit dat de mens aan Gods zijde staat, eerder tegenover dan in kosmische verbondenheid met de natuur. De grond als zodanig wordt ook niet als gewijd of heilig gezien, veeleer als de werkplaats waarin de Schepper groot gemaakt wordt. Pas de bodem van het beloofde land heet hier en daar heilig, maar dan niet meer vanwege natuurlijke eigenschappen, maar doordat God er in de heilsgeschiedenis zijn keuze op heeft laten vallen. Kortom: als je op een welhaast mystieke manier de natuur wilt koesteren, als raakte je in haar aan het goddelijk mysterie van het bestaan, dan heb je de bijbel niet aan je kant. Die slaat nuchterder tonen aan: de natuur geldt als schepping, door God beteugeld en geordend en zo geroepen om aan Hem en aan het menselijk leven dienstbaar te zijn.

Theocentrisch
Toch betekent dat allerminst, dat men de bijbel met recht kan verwijten dat zij aanleiding gegeven heeft tot de verschrikkelijke aantasting van de natuur waarmee wij in onze tijd gekonfronteerd worden. Integendeel: de stelling laat zich verdedigen, dat het volgen van bijbelse lijnen juist uiterst heilzaam is voor het milieu! Denk alleen maar eens aan de apostolische waarschuwingen tegen onmatigheid en ongeremde behoeftenbevrediging, vgl. Romeinen 13:13 en I Petrus 4:3,4.
Het is immers die ongebreidelde lust om zich tegoed te doen, die er de oorzaak van is dat de consumptiemaatschappij een veel te grote druk uitoefent op het leefmilieu. Wie zich door het evangelie laat manen tot een sobere, ingehouden levensstijl, zal ook innerlijk afstand gaan nemen van die stikverwende leefwijze die ons zo aan het opbreken is.
Het belangrijkste bijbelse motief om zich in te zetten voor milieu-behoud, lijkt mij evenwel gelegen te zijn in de theocentrische inzet van het evangelie: de Here God, Schepper en Vader van onze Heer Jezus Christus, Hij staat in het middelpunt; Hij is het uit wie en door wie en tot wie alle dingen zijn (Romeinen 11:36). In een wereld ats de onze, waarin alles draait om de mens, is dat besef volkomen zoekgeraakt.
De kern van de zondeval is hier in het geding: de mens heeft het niet verdragen, dat God in het middelpunt staat. Wij staan oog in oog met de perverse gevolgen van die revolutie; de wereld is nu zo ingericht, dat alle dingen uit en tot de mens zijn. Alles, ook de natuur, wordt ondergeschikt gemaakt aan de vermeende menselijke belangen. Dat heel het milieu ontwricht is om ons in staat te stellen op ons huidige welvaartsniveau te leven, is daarvan een vreselijke illustratie.
Wanneer een groot deel van de milieu-beweging tegen die antropocentrische instelling te hoop loopt, heeft zij groot gelijk. Alleen - vanuit bijbels oogpunt is het alternatief niet om de natuur in het middelpunt te plaatsen, maar vraagt Gód erom Hem in die positie te erkennen!

Soli Deo gloria
Wanneer wij konsekwent leven uit de waarheid van de aloude zinspreuk Soli Deo gloria (alleen God de eer), dan kan het niet anders of er treedt een aardverschuiving op in de omgang met het milieu. Want als het daarom gaat, dat God verheerlijkt wordt, dan veranderen de prioriteiten: dan zijn de bomen er niet meer in de eerste plaats om óns in onze papierbehoefte te dienen, maar om in hun groene pracht de lof van de Schepper te verspreiden.
Dan kunnen stromen, wier roeping het is om voor de HERE in de handen te klappen, niet langer vóór alles beschouwd worden als nuttige instrumenten om afval te verwerken. Let wel: bomen zijn er ook om in onze papierbehoefte te voorzien, en ongetwijfeld is het niet buiten Gods scheppingsbedoeling omgegaan dat er in de natuur zoveel reinigende krachten aanwezig zijn. Het gaat om prioriteiten: wat komt het eerst en wat weegt het zwaarst? Wanneer op die vraag het bijbelse antwoord gegeven wordt: de verheerlijking van God, dan wordt het zonde in de letterlijke en radikale zin van het woord, als mensen van rivieren riolen maken en bomen laten sterven door de verzuring. Juist calvinistische christenen, die er geen weet van hebben (?) dat de schepping er is ad maiorem gloriam Dei, ter meerdere glorie van God, zouden uiterst krachtig gemotiveerd moeten zijn om zich met hart en ziel in te zetten voor milieubehoud.
Want het in hoog tempo uitsterven van dier- en plantesoorten, het gat in de ozonlaag en de dierproeven in de kosmetika-industrie - legt God daar eer mee in??

Sekularisatie
We lijken met deze hooggestemde beschouwingen wel heel ver te zijn afgedwaald van het huis-, tuin- en keukenonderwerp van de vorige keer: milieu-vriendelijk koffiedrinken en het per trein reizen naar vergaderingen.
Zou het echt werken: dat je anders boodschappen doet wanneer je vanuit het Soli Deo gloria-motief naar de supermarkt gaat?
Het opmerkelijke is, dat in de bijbel die koppeling tussen het alledaagse leven en het hooggestemde 'God verheerlijken' regelmatig voorkomt. Te wijzen valt op I Corinthiërs 6:20, waar Paulus een aansporing om de sexualiteit zuiver te houden afsluit en samenvat met de korte spreuk: "Verheerlijkt dan God met uw lichaam!" En in I Corinthiërs 10:31 zegt hij, naar aanleiding van het probleem van het eten van aan afgoden gewijd voedsel: "Of gij dus eet of drinkt, of wat ook doet, doet het alles ter ere Gods." Dat wijst erop, dat er iets mis is als wij het motief van het verheerlijken van God ervaren als iets hooggestemds, dat een eind afstaat van de alledaagse werkelijkheid. Ik houd het erop dat zich daarin de invloed van de sekularisatie gelden doet: de wereld wordt, ook door veel christenen, ervaren als een gesloten systeem, dat zich maar moeizaam betrekken laat op God. Waar omgekeerd zijn aanwezigheid als reëel en centraal beleefd wordt, is het helemaal niet gekunsteld om je in het dagelijks leven op Hem te oriënteren.
De verheerlijking van God kan dus wel degelijk een heel krachtig motief voor christenen zijn, om een levensstijl te ontwikkelen waarin hoge prioriteit wordt toegekend aan de zorg voor het milieu. Voorwaarde daartoe is evenwel, dat de verlamming wijkt die uitgaat van dat oppermachtige levensgevoel dat God alleen maar een leegte heeft achtergelaten. Zogezien is een gebrek aan aandacht voor het milieu, zoals dat in orthodox-kerkelijke en -christelijke kring gesignaleerd kon en kan worden, zelfs een toetssteen voor die orthodoxie.
"Leeft het voor jullie écht," zo zou men kunnen vragen aan al die mensen die dat gepraat over het milieu maar links gedram vinden, "dat God de centrale plaats inneemt in de werkelijkheid en daarom in jullie leven verheerlijkt wil worden?"

Afweging
Daarmee is niet gezegd, dat elke milieu-bewuste gedraging bijdraagt tot de verheerlijking van Gods naam. Was het maar waar! Zoals de Farizeeën aalmoezen konden geven tot meerdere glorie van zichzelf (Mattheüs 6:1,2), zo staan soms ook de goede werken van milieu-behoud in het teken van het opbouwen van een eigen gerechtigheid voor God. En van de andere kant: het is natuurlijk onzin om met het argument van het 'Soli Deo gloria' aan het milieu altijd en overal absolute voorrang te geven. Soms is het uitgesproken ter ere van God om in een milieu-vervuilend vliegtuig te stappen, bedacht ik een keer op weg naar Bangui. Zo zijn er ontelbaar veel voorbeelden te noemen van handelingen tot eer van God, die op gespannen voet staan met de zorg voor het milieu.
Er is dan ook geen sprake van, dat de milieu-faktor per definitie het meeste gewicht in de schaal werpt, wanneer je als christen een levensstijl najaagt die echt is afgestemd op de verheerlijking van God. Altijd weer zullen we uitkomen bij een moeilijke afweging van belangen. Dat is ook het geval bij de ontwikkeling van een kerkelijke huisstijl.
Een groot deel van het Nederlands Gereformeerd kerkelijk leven heeft tot stand kunnen komen bij de gratie van het autoverkeer - denk eens aan al die streekgemeentes! Is het daarmee veroordeeld? Ik zou dat niet graag durven beweren. Wel kun je je afvragen of het milieu tot nu toe voldóende meegewogen heeft bij het konkreet gestalte geven aan de kerkelijke organisatie. Ik voor mij ben geneigd om te denken van niet en dus te pleiten voor het toekennen van een hogere prioriteit aan het milieu, of het nu gaat over afspraken voor Landelijke Vergaderingen dan wel over koffie drinken in de kerk ...

Effekt
Een cynicus zal misschien het hoofd schudden om zoveel naïviteit. Alsof het zoden aan de dijk zou zetten, als hier en daar een kerk geen plastic bekertjes meer gebruikt en aandrang uitoefent op haar afgevaardigden naar een vergadering om per trein te reizen ... Is dat alles geen gepruts in de marge, terwijl de grote vervuilers gewoon doorgaan en de eigenlijke beslissingen vallen in de internationale politiek en in de organisatie van het bedrijfsleven?
Nu ben ik er nooit zo van onder de indruk als in diskussies over milieubehoud na.,arde ander gewezen wordt: "Eerst hij!" Waarom zou het geknoei van anderen een excuus zijn voor ons om op ons kleine terreintje ook te blijven knoeien? Zeker in de kerk is het feit, dat anderen nog erger zondigen, geen argument om zelf met zondigen door te gaan. Maar het is natuurlijk maar al te waar, dat we geen illusies moeten hebben over het effekt van een milieu-bewuste kerkelijke huisstijl. En toch - het is de moeite waard om op dat kleine terreintje van ons stapjes te zetten in de richting.van een sterker milieu-bewust gedrag. Je maakt dan als kerk in elk geval duidelijk dat je het niet bij woorden en preken wilt laten. Het sterkt kerkleden ook om in hun privé-leven een milieubewuste stijl te ontwikkelen: in de kerk geen plastic bekertjes en thuis weldat gaat wringen! Maar vooral is het de moeite waard, omdat de Here God een Vader is die in het verborgene ziet: Mattheüs 6:4,6,18. Hoe minder aandachttrekkend onze christelijke en kerkelijke inzet voor het milieu is, des te meer zal zij opgemerkt worden door de Vader die in de hemelen is! Want Hij zal terugkomen op datgene wat wij in de verborgenheid hebben verricht.
Dat is de ware kerkelijke huisstijl: bescheiden, eenvoudig en pretentieloos de eer van de hemelse Vader najagen. Ook in het milieu.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief