Tussen kerk en keuken

1991-09-13
  • Jaargang 35
  • nummer 19
Margreet Maljers-Kroes, Alkmaar

Startdienst
September is een maand van veranderingen.
De vakanties zijn voor de meesten om en zeker kinderen die op school zitten of studeren, beginnen aan een nieuwe periode van hun leven. Nieuwe lesroosters, nieuwe leraren, nieuwe agenda's, waarbij ze alleen agenda's zelf kunnen kiezen.
Nu kunnen ze bij die keuze nog in de fout gaan ook, want op het ogenblik zijn er agenda's in de handel die je onmiddellijk in de vuilnisbak zou kieperen als je ziet wat er in staat.
Puur racistisch en seksistisch. Er zijn al scholen waar de leiding het gebruik er van verbiedt en rn.i. hebben ze daar groot gelijk in.

Er zijn ook agenda's die je voor je plezier doorleest.
Een paar dagen geleden kreeg ik de 'Zicht agenda' in handen. Onder aan iedere bladzij staat een mopje of een spreuk en ik heb me echt moeten beheersen om mijn gezin niet lastig te vallen met: "Luister eens, heb je deze al eens gehoord en... ach... wat een leuke is dit." Als je dat vaak zegt, krijgen je huisgenoten iets schichtigs over zich. Eén spreuk krijgt u van me: Reclame voor sterke drank is bezopen, als je het nuchter bekijkt. (Wim Meyles)

September is ook de maand van de startdiensten en dagen. Soms zou je denken dat het kerkelijk jaar begint met speurtochten en touwtrekken.
De Prot. Christelijke scholen beginnen tegenwoordig in veel plaatsen met een gezamenlijke kerkdienst. Eerlijk gezegd vind ik zo'n dienst ook wel nodig, want zo eenvoudig is het op het moment niet om bezig te zijn met Christelijk onderwijs.

In Alkmaar werd een paar weken geleden zo'n dienst gehouden.
De mensen die het organiseerden hadden hun best gedaan om er iets goeds van te maken, dat kon je aan alles zien.
In de kerk zaten een honderd mensen.
We puilden bepaald niet uit de kerk, maar waren ook geen zielig handje vol en dat is toch wel plezierig.
De liturgie vermeldde dat er een dominee-schrijver-verteller was gestrikt voor die avond. Motto van de preek: 'Een engel op de Dam'.
De tekst was uit Jesaja en van de organist wist ik ook veel goeds. Ik zat me dus te verkneuteren op mijn bank.

Nadat de teksten waren voorgelezen, begon de dominee: "Ik heb wel uw assistentie nodig.
Daarom moeten we de stembanden wat losser maken ... Zegt u eens allemaal Aahh ..."
Nu zijn mensen die met onderwijs te maken hebben een welwillend volkje dus iedereen zei .Aahh ..." Niet al te hard, want dat waren we nu ook weer niet gewend. Vervolgens moesten we opnoemen welke geluiden de engel op de Dam zou kunnen horen.
"Duiven", zei een mevrouw rechts.
"Inderdaad ... Duiven. En wat doen die duiven? Juist doet u maar allemaal mee." Hij gebaarde enthousiast.
Aarzelend begonnen de aanwezigen te kirren.
Mijn man stootte me aan. "Kijk Gea eens", fluisterde hij.
Twee banken voor ons zat een kennisje, een keurig en ingetogen mens, met een geknepen mondje "Roekoeh ...
Roekoeh" ... te roepen.
"Wat hoorde de engel nog meer", ging de verteller verder. "Fietsen?"
Hij kwam al door het gangpad naar voren met vier plankjes waarop fietsbellen gemonteerd waren.
Ik keek vlug een andere kant op, maar een Christelijk Gereformeerde landbouwer achter ons, keek hem argeloos in de ogen.
Hij was vergeten hoe je een mondelinge beurt vermijdt en zat een tel later met een plankje in zijn hand, verbaasd maar ritmisch te bellen. Ook auto's en een tram kwamen aan bod en veel mensen verloren hun schroom en deden plezierig mee.
Ik bewonderde de predikant zeer, want het is een talent apart om mensen zo ver te krijgen.
Het verhaal dat hij gemaakt had vertelde hij ook boeiend en de mensen vielen op de juiste momenten in met de geluiden van de Dam. Zelf kreeg ik op het moment dat mijn man me een knipoog gaf, zijn schouders ophaalde en met een stoïcijns gezicht al br.. brrrbr ..end een auto nadeed, de slappe lach, dus aan mij hadden ze niet veel. Terwijl het verhaal doorkabbelde werd ik wat narrig.
Ik zat maar te wachten op de inhoud van het verhaal. Op de woorden die ik mee zou kunnen nemen in een jaar dat voor me lag. En die inhoud kwam niet.
Het stopte bij de verpakking. De dienst was precies gebakken schuim. Lekker, maar je moet geen honger hebben en het kleeft ook nog.

Na afloop moesten we in een kring gaan staan. Ik was er op bedacht dat we zouden besluiten met "Joepie Joepie is gekomen", maar dat viel mee.
We moesten elkaar een bloem overhandigen en bemoedigen voor het komende schooljaar. Bloedrood van verlegenheid schuifelde ik op mijn plaats heen en weer. Kribbig en lacherig tegelijk.
"Ik sla jou maar over", zei mijn man begrijpend. Maar mijn buurvrouw vond dat niet in de haak en overhandigde me nadrukkelijk een gele bloem. Met de beste wensen voor het nieuwe jaar.
Ach ... Kwaad kon het niet!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief