Een verantwoordelijk mens

2008-01-04
  • Jaargang 52
  • nummer 1
‘Wie houdt stand? Alleen degene voor wie niet zijn verstand, principe, geweten, vrijheid of deugd de laatste maatstaf is, maar wie bereid is dit alles op te offeren, wanneer hij in geloof en binding aan God alleen tot gehoorzaamheid en verantwoordelijke daden geroepen wordt – de verantwoordelijke mens, wiens leven niets
anders wil zijn dan een antwoord op Gods vragen en roeping. Waar zijn deze verantwoordelijke mensen?’

Zoals wel vaker tijdens mijn studie theologie, kwam ik pas laat in actie.
Mijn motivatie om te studeren stond op een heel laag pitje. En met mijn geloof ging het niet veel beter. Deze keer ging het om een scriptie voor het vak dogmatiek. De hoogleraar had, zo heb ik later begrepen, een lange lijst met onderwerpen samengesteld. Maar toen ik bij hem kwam, viel er niets meer te kiezen. Er was nog één onderwerp over: kerk en wereld bij Dietrich Bonhoeffer. Daarover moest mijn scriptie dus gaan.
Op dat moment - we praten over eind jaren ’70 - had ik nog nooit van Bonhoeffer gehoord. Ik wist niet waaraan ik begon. Maar het is een heel bijzondere ervaring geworden. Zijn boeken, preken en brieven boeiden mij vanaf het begin. Wat ik daarin tegenkwam, raakte mij diep. Mijn geloof leefde ervan op. Bonhoeffer liet mij zien dat geloof veel meer is dan een mooie gedachte of een fijn gevoel. Hij maakte voor mij geloof concreet. Hij deed dat op papier, maar vooral ook door zijn leven. Het citaat hierboven vat het voor mij samen: een gelovig mens is een verantwoordelijk mens.

Gregoriaans
Bij een verantwoordelijk mens mogen we denken aan iemand die ingaat op de roeping die hij of zij van Godswege ontvangt. Zo iemand weet wat hij wanneer moet doen. Voor Bonhoeffer was duidelijk wat de keuze in zijn tijd zou moeten zijn: ‘Alleen wie voor de Joden schreeuwt, mag gregoriaans zingen.
’ Vanaf het begin is hij dan ook met heel zijn ziel en zaligheid betrokken bij het kerkelijke verzet tegen het Nationaal Socialisme en de daarmee verbonden kerkstrijd. Bonhoeffer had op dat punt hoge verwachtingen van de kerk, maar is daarin zwaar teleurgesteld. Op momenten dat het erop aankwam bleef de kerk zwijgen.
Voor Bonhoeffer werd dat pijnlijk duidelijk aan de manier waarop de kerk reageerde op de invoering van de ‘Ariërparagraaf’ (die een feitelijke uitsluiting van de Joden uit het maatschappelijke leven betekende). De kerk bleek uiteindelijk meer bezig met zichzelf dan met het recht van zwakken en rechtelozen.
Waar de kerk stopt, daar gaat Bonhoeffer verder. Hij heeft vanaf het begin gezien dat de kerk niet kon volstaan met het opvangen en verzorgen van de slachtoffers van het Nationaal Socialisme. Het zal er uiteindelijk om gaan, zo schrijft hij, ‘ten bloede weerstand te bieden’. Dan – in 1934 – denkt hij nog aan gelovig lijden, maar later sluit hij gewapend verzet niet meer uit. Er komt een moment dat er een spaak in het wiel gestoken moet worden.

Moed hebben
Soms weet een mens wat hem te doen staat. Hij weet wat de juiste keuze is. Maar aan die wetenschap heb je niet genoeg. Je moet ook de moed hebben om die keuze daadwerkelijk te maken. Bonhoeffer had die moed.
We zien dat in de keuze die hij maakte in 1939. Hij ging met de laatste boot, die voor het begin van de oorlog nog vanuit Amerika naar Duitsland terug voer, terug naar Duitsland.
Nog maar een paar weken daarvoor was hij in Amerika aangekomen om daar een jaar lang colleges te gaan geven. Berichten uit Europa maakten hem echter zo ongerust, dat hij bijna direct na aankomst besloten heeft terug te gaan. Bonhoeffer zal bijna zes jaar later, op 9 april 1945, vanwege zijn betrokkenheid bij één van de aanslagen op Hitler door ophanging sterven. Een verantwoordelijk mens ben je niet zomaar. Daarvoor is moed nodig.

Mondigheid
Verder kent een verantwoordelijk mens zijn tijd en weet wat daarin de uitdagingen (voor het geloof) zijn. Bonhoeffer vraagt dan ook steeds naar het geloof van vandaag. In zijn boek Navolging laat hij zien waarom het in zijn tijd gaat: ‘Onze strijd vandaag gaat om de kostbare genade’. Morgen is er misschien een andere strijd, maar op dat moment mag er binnen de kerken niets zo belangrijk zijn als het vasthouden aan de kostbare genade.
Kostbare genade staat lijnrecht tegenover goedkope genade. Bij goedkope genade wordt namelijk niet de zondaar maar de zonde gerechtvaardigd.
Alles blijft zoals het was. De roeping, de stem van Jezus, wordt niet (meer) gehoord. Het is genade zonder navolging, geloof zonder gehoorzaamheid, roeping zonder antwoord.
Naast de strijd om de kostbare genade ziet Bonhoeffer in zijn tijd de toenemende mondigheid van de wereld als een uitdaging voor de gemeente.
De wereld zal, zo gelooft Bonhoeffer, steeds mondiger worden. Hij (voor)- ziet op dat moment al, dat er in het leven van moderne mensen steeds minder plaats voor God zal zijn.
Daarom zal de kerk die mondigheid serieus moeten nemen. Hoe? Zij kan dat doen door niet pas wanneer mensen tegen hun grenzen aanlopen over God te gaan spreken. Al veel eerder, midden in het leven, moet de kerk over God durven beginnen. Ook niet pas bij zwakheid, maar juist als mensen in de kracht van hun leven zijn, wil God gehoord worden. God zou ook niet alleen iets moeten betekenen bij dood en schuld, maar ook bij het leven en het goede, dat mensen doen. Zo zoekt Bonhoeffer steeds opnieuw naar antwoorden op de vraag wat het christendom of wie Christus vandaag werkelijk voor ons is. Wat is de betekenis van het evangelie voor het hier en nu. Welke keuzes worden vandaag van de kerk en de gelovigen gevraagd? Wat is onze roeping?

Leven in het voorlaatste
Om het beeld van de verantwoordelijke mens nog iets scherper te krijgen moeten we tot slot nog stil staan bij wat Bonhoeffer over leven in het voorlaatste zegt. Hij spreekt daarover in zijn Ethiek. Daarin onderscheidt hij het voorlaatste van het laatste. Het laatste heeft betrekking op de laatste dingen, de nieuwe wereld van Gods koninkrijk. Het voorlaatste gaat aan dat laatste vooraf en is daarop betrokken.
Nu komt Bonhoeffer soms mensen tegen die het laatste niet serieus nemen en zich wel heel gemakkelijk neerleggen bij de feiten. Zij doen niet veel meer dan ‘stom toezien’. Aan de andere kant ziet hij mensen die aan het voorlaatste voorbij leven in een verkeerd hemelverlangen en niet veel verder komen dan ‘daadloos afwachten’.
Voor beiden heeft Bonhoeffer geen goed woord over, want hen komt niets uit handen en in hun leven ontbreekt elk antwoord op hun roeping.
Bonhoeffer stelt daar tegenover, dat we het in het voorlaatste moeten uithouden en ons er niet aan mogen onttrekken. We mogen het voorlaatste niet opgeven voordat het laatste werkelijkheid geworden is. Wij blijven het aardse leven trouw.
Bonhoeffer toont die trouw o.a. door zijn verloving met Maria von Wedemeyer op het moment dat hij steeds meer betrokken raakte bij het verzet tegen Hitler.

Een ongemakkelijke waarheid
Ik ga afronden en kom terug bij het citaat uit het begin. Deze woorden schrijft Bonhoeffer in 1943. Zij staan in een schrijven waarin hij terugkijkt naar de tien jaren vanaf 1933. Hij vertelt daarin wat het Nationaal Socialisme met hem en anderen heeft gedaan en hoe zij daarop hebben gereageerd. We horen daarin van verbijstering en verontwaardiging, en vooral van een voortdurende worsteling. Wie kan er in al dat geweld staande blijven? Wie houdt stand? Waar zijn nog verantwoordelijke mensen?
Ruim zestig jaar later stelt hij deze vragen aan ons. Welke machten bedreigen de mensheid in de 21ste eeuw?
Wat zijn voor gelovigen en gemeenten de uitdagingen van deze tijd? Waar is vandaag verzet geboden? Met welke mensen zouden we ons als christenen vandaag solidair moeten verklaren?
Hoe zijn we hier en nu verantwoordelijke mensen?
Laten we in het licht van deze vragen eens kijken naar bijvoorbeeld de onderwerpen van onze kerkelijke agenda’s en onze preken. Wat houdt ons als kerken bezig? Is er aandacht voor de ongemakkelijke waarheid van Al Gore? Zien we de millenniumdoelen als een uitdaging? Horen wij de roep van de Aids-slachtoffers in Afrika?
Horen we in onze omgeving de stilte van de eenzaamheid? Zien we de onzekerheid bij veel jongeren? Voelen we de prestatiedruk? Ligt daar een roeping? Zien we hier iets van passie?
En als dat zo is weten we dan wat ons te doen staat?

Drs. Marten de Jong is predikant van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Eindhoven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief