Onze genadeloosheid en Gods genade

1991-09-27
  • Jaargang 35
  • nummer 20
Blijven liggen...
Van de evangelische kant vooral komt steeds weer de boodschap, dat het heil van de Here zijn uitwerking en vervulling moet vinden in de heiliging van ons leven, in de wijding van ons volle mensenbestaan aan God. Dat eist onze gedachten, onze woorden en onze handelingen op. Christus moet leesbaar zijn in ons levensboek, hoorbaar in ons spreken. Zo moet het geloof werkzaam zijn in de liefde. In de liefde die uitgaat tot God en tot onze naaste in de wereld. Voor deze boodschap mogen we niet ongevoelig zijn.
Het is goed en mooi, dat we bij ouderen en jongeren vaak een daadwerkelijke inzet en ijver waarnemen. Daadwerkelijk dus en niet alleen maar theoretisch.
Daarbij zal de grote vijand ons niet ongemoeid laten. Hij wacht op een moment van fálen. En hij werkt er ook aan. Op dat moment waarop hij vragen kan: "Waar was nu je geloof? Waar was je hoop? Waar was je liefde?" Om dan tevreden te constateren, dat er van ons geen antwoord komen kan!
Naarmate de ijver groter was wordt dan het requisitoir over het eigen leven negatiever en bitterder. Een falende wèrker - juist hij - oordeelt genádeloos over zichzelf! "Door de mand gevallen! Alles is schijn en schim gebleken!
Mijn leven, mijn zogenaamde christelijke leven waardeloos!".
Dat poogt de grote vijand te bereiken!
In de teleurstelling over je falen blijven stéken! Er niet overheen komen!
Blijven liggen! Vol haat en vol cynisme en vol bitterheid jezelf veroordelen.
Dat vindt de boze vijand fijn. Dat juist de wèrkers blijven liggen. Dat juist de móédigen ontrnoediqd worden. Dat de hóópvollen de hoop verliezen. Falen.
En in dat falen blijven liggen. Niet meer opstaan. Genadeloos jezelf àfmaken!

Door de mand gevallen (1)
In Lukas 1 worden ons de priester Zacharias en zijn vrouw Elisabet voorgesteld.
En hoe! "Zij waren beiden rechtvaardig voor God en leefden naar alle geboden en eisen des Heren onberispelijk".
Positiever kan het eigenlijk niet! Maar in het vervolg wordt dat positieve toch naar ons gevoel helemaal onderuitgehaald! Althans voorzover het Zacharias betreft. De grote boodschap in zijn leven de geboorte van een zoon, die zal uitgaan voor het aangezicht des Heren in de Geest en de kracht van Elia .... hij kan die niet aanvaarden, niet geloven. En dat laat hij ook aan de engel Gabriël bemerken.
De straf is niet gering. Nu hij zo gesproken, tégengesproken, heeft zal hij zijn stem voorlopig moeten missen!
Een priester die niet spreken en niet zegenen kan! Hoe is ons oordeel over de priester Zacharias? Laten we daar eerlijk in zijn. Zijn falen heft toch zeker die goede en positleve recensie van vers 6 helemaal op? Door de mand gevallen! Wat was het allemaal waard!
De "resultante" van dat priesterleven is negatief uitgevallen op het grote moment van de grote boodschap van Gods doorbrekende heil in Christus!
Wáárdeloos! Laat Zacharias niet voor een tijd maar voor àltijd zwijgen, nu hij zo verkeerd en zo ongelovig gesproken heeft! Onze genadelóósheid!

Door de mand gevallen (2)
Van dezelfde schrijver Lukas hebben we nog een tweede boek: De Handelingen der apostelen. In hoofdstuk 12 worden ons schokkende en heerlijke dingen gemeld. Jakobus door Herodes Agrippa gedood! Petrus gevangengezet en zo streng bewaakt, dat alle hoop uitgebannen is! Alle hoop? In vers 5 lezen we van een wonderlijke tegenkracht tegen al het woeden van de vijand: " ... maar door de gemeente werd voortdurend tot God voor hem gebeden". In vers 12 wordt dat nog eens bevestigd.
En dat gebed, hoe klein en onbetekenend het ook schijnt in de ogen van de mensen, mag toch wonderlijke krachten losmaken! Goddelijke krachten!
Petrus wordt bevrijd. Zo wonderlijk, dat Petrus meent te dromen en "tot zichzelf komen" moet (11). Wat is dat gebed heerlijk verhoord! Wat laat de Here ons hier ook de grote betekenis zien, die Hij aan ons gebed geven wil!
Gelukkig maar dat de gemeente die weg van het gebed heeft gezien en gelovig is opgegaan! Ja, dat is heel positief! Net zo positief als het was bij .... Zacharias.
Maar als Petrus aan de deur klopt en als Rodé binnen gaat vertellen, dat Petrus voor de deur staat, wat gebeurt er dan? Zeggen ze: "Geloofd zij God, die onze bede heeft verhoord"? Helemaal niet! Ze kunnen de verhoring van hun eigen gebed niet geloven en gaan liever de weg van het bijgeloof op dan die van het geloof - "Het is zijn engel"!
Hoe oordelen wij daarover? Het is toch zeker wáárdeloos! Bidden en de verhoring niet geloven! Door de mand gevallen! Wat is het allemaal waardeloos!
Streep dat gebed maar door! Je ziet wat het waard is! De "resultante" van het leven en geloven van deze gemeente is alleen maar negatief! Ja, onze genadelóósheid!

Lukas niet gecorrigeerd!
We geloven, dat de Bijbel Gods Woord is. We geloven dus, dat de Heilige Geest in al die woorden van Mozes, Jesaja, Mattheus, Paulus en Lukas tot ons spreekt. Hij! Dat brengt ons nu toch wel in de moeite! Och, als we alleen maar met Lukas te doen hadden, die met grote ijver alle mogeljke informatie heeft ingewonnen (Lukas 1:3), dan konden we nog best begrijpen dat hij geschreven heeft zoals hij geschreven heeft. De reputatie van Zacharias en zijn vrouw, het gebed van de gemeente van Hand.12.... Gegevens die hij bij zijn onderzoek is tegengekomen! Maar nu we geloven, dat de Heilige Geest daarin tot ons spreekt, nu dringt en klemt toch de vraag, waarom de Geest Lukas niet op zijn vingers heeft getikt. Waarom heeft de Geest er niet voor gezorgd, dat dat positieve getuigenis over Zacharias achterwege gebleven is, nu Zacharias immers zo droevig door de mand gevallen is? Waarom is dat wéér zo positieve bericht over de biddende gemeente niet weggewerkt, nu die gemeente de verhoring van haar eigen gebed niet kon geloven? Als wij al zo negatief oordelen over het één en ander, hoe moet dan het oordeel van de hoge en heilige Gód zijn! Toch wel negatief in de absolute zin van het woord! En toch zijn de positieve recensies niet vervallen! Oordeelt de Here dan minder zwaar over zonde en falen dan wij? Natuurlijk niet! Toch mag Zacharias straks zijn mond weer openen en de heerlijke Lofzang van Zacharias uitspreken. Toch mag de gemeente van Hand.12 Petrus (tenslotte) ontmoeten om door hem verblijd en versterkt te worden en voort te gaan met vreugde op de weg van het geloof.
God zegt niet: "De "resultante" is negatief - Wèg met Zacharias' vroomheid en met dat gebed van de gemeente!"
Zijn oordeel is wonderlijk.
Zijn heiligheid is genádige heiligheid en heilige genáde! Daarom neemt het falen het positieve in het verleden niet weg en sluit het het positieve vervolg niet uit!
Nu gaan we niet plat zeggen, dat we blijkbaar toch nogal meevallen en dat het met ons nog niet zo slecht gesteld is! In dat oordeel van God over ons zit een groot geheimenis! Waarom rekent Hij zo? Triomf der genade!
Denk maar aan Openbaring 8:3-4. Het reukwerk stijgt op met de gebeden van de heiligen tot God. Hoe kàn dat gebed van Hand.12, dat zomaar door kleingeloof wordt afgewisseld, de Here aangenaam zijn? Het welriekende van het reukwerk, het reine van de Christus zèlf, wordt aan het gebèd toegekend!

Tweeërlei droefheid
Droefheid over de zonde. Droefheid over het falen. Petrus heeft die droefheid gekend. Zacharias heeft zijn kwaad ongetwijfeld beleden. Maar droefheid en droefheid is twee! Droefheid naar God. En een droefheid, die niet verder komt dan bitterheid over de grote teleurstelling in jezelf. Van Petrus lezen we, dat hij na zijn verloochening "bitter" weende - Luk. 22:62.
Vaak spreekt men dàn al van Petrus' bekering. Maar ik geloof, dat het woord "bitter" daarvoor te bitter is!
Het heeft altijd een verschrikkelijke negatieve betekenis. Zie bijvoorbeeld Hebr. 12:15; Hand. 8:23.
Petrus had een diepe walging van zichzelf. Een vreselijke teleurstelling over het eigen falen. Een droefheid hier nog ten d6de! Het is een wonder dat hij de Paasdag heeft gehaald. Een wonder afgebeden door de Christus zelf - Luk. 22:32.
De Here Jezus had Petrus gerekend onder de "vrienden" en onder de "reinen" - Joh. 13:10; Joh. 15:15. En na Petrus' verloochening heeft Hij dat niet geannuleerd! In die genade ligt de weg naar een droefheid die naar Gód is. Weg naar een p6sitief vervolg! Petrus, die frontstrijder, die spreker, die man-vooraan! Wat was hij bitter! Alles verloren! Alles weg! Door de mand gevallen! Het goede verleden weg!
Geen goed vervolg meer! Maar de Here zei het - genádig - anders!
Er is een bekend gedicht van J.H. Leopold.
Dat gedicht kun je op duizend manieren uitleggen en toepassen. Je kunt er vele ketterijen inleggen en i..thalen. Maar er is ook een smalle weg van uitleg en van vertroosting mogelijk. Voor de gelovige kinderen van God. Voor de werkers, die in bitterheid dreigen te blijven liggen.
Er lag een dode hond aan de kant van de weg. De mensen passeerden. Een ieder had zijn commentaar: "Waardeloos kreng! Vuil stuk hond!" Eén genadeloze afmakerij. Toen kwam Jezus langs. En Hij zei: "De tanden zijn als paar'len wit!" Hoe kon Hij, de Heilige, de Reine, dat zó zien? Hoe kon Hij dàt eruithalen? Triomf der genade!
Eigenlijk niets anders dan wat het Doopformulier zo diep zegt: "En als wij uit zwakheid in zonden vallen, moeten wij aan Gods genade niet wanhopen en niet in de zonde blijven liggen ...."

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief