Een knuppel in het hoenderhok
2008-01-04
Een maandje geleden schreef ik naar aanleiding van een boekje van de vrijgemaakte musicus Dirk Zwart, die in de jaren dat hij organist en componist was, de liturgisch-kerkelijke wereld versneld heeft zien veranderen.- Jaargang 52
- nummer 1
Ik had dat artikel nog niet geschreven of het rapport van de GKv-deputaten kerkmuziek hing in het web (zie www.gkv.nl onder synode en deputatenrapporten).
Het deputaatschap is al twintig jaar bezig met een eigen vrijgemaakt liedboek (zie p.30 van het rapport). Dat blijkt geen eenvoudige klus te zijn, alleen al omdat de afgevaardigden ter synode ook zo hun meningen en voorkeuren hebben - die van synode tot synode natuurlijk weer verschillen.
Het was dus jarenlang eb en vloed met de nieuwe liederen voor het beoogde liedboek. Maar de jongste voorstellen, bedoeld voor de synode van Zwolle 2008, lijken me de doodsteek voor dit kerkelijke privé-project.
Eigen liedboek?
Want het ene voorstel is om lid te worden van de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied (waar de NGK ook aansluiting bij zoekt) en zo constructief mee te werken aan het nieuwe oecumenische Liedboek.
Het andere voorstel is om de keuze’s in de gemeentezang, met name als het gaat om Opwekkingsliederen en de ‘Psalmen voor Nu’, in de vrijheid van de plaatselijke kerken te laten.
Als de synode op dit voorstel ingaat, krijgt de stroom van het populair getoonzette kerklied nagenoeg de vrije loop. Een volgende vraag is dan natuurlijk wat de zin is van de voorgestelde selectie van ruim 120 klassieke kerkliederen? Los van die laatste vraag verschrompelt door beide voorstellen het belang van een eigen liedboek.
Ik ben benieuwd naar de landing van het rapport ter synode.
Hoogverraad
Toch had ik bij de kop van dit artikeleen knuppel in het hoenderhok - niet de gedachte aan dit deputatenrapport, al maakt het wel meteen duidelijk hoe breed het kerkelijk-liturgische in beweging is. Ik koos de kop vanwege een lezing, die Marcel Barnard, PKN-hoogleraar liturgiek, op een studiedag in 2005 hield onder de titel ‘Liturgie voorbij de Liturgische Beweging’. Dat verhaal werd door sommigen uit de kring van de Liturgische Beweging als hoogverraad ervaren, terwijl anderen zijn bijdrage juist een boeiende wending vonden in het liturgische veld. Een wending was het in ieder geval, maar voorgaande zinnen vragen wel om wat toelichting.
Daarom iets meer over een liturgische stroming, die duidelijk verschilt van de klassiek-gereformeerde benadering en met het evangelische gedachtegoed al helemaal geen raakvlak lijkt te hebben.
Twee brandpunten
Het begin van de Liturgische Beweging ligt zo’n eeuw terug. Een kleine kring van predikanten - uit met name de Hervormde kerk - ervoer de klassiek-gereformeerde liturgie als te eenzijdig woordgericht (Dienst des Wóórds) en de verkondiging vaak als te rationeel. Ze lieten zich daarbij inspireren door de vergeten rijkdom van de voor-reformatorische traditie en hadden een liturgie voor ogen met twee brandpunten, die van woord èn sacrament. De Liturgische Beweging kreeg vooral na de tweede wereldoorlog de wind in de zeilen - eerst binnen delen van de Hervormde kerk en later ook in de Gereformeerde kerken.
Anders was dat in de Vrijgemaakte (en later deels Nederlands Gereformeerde) kerken, waar in de vijftiger en zestiger jaren een krachtige stroming was, die niets moest hebben van een kerkelijk jaar. Zelfs de viering van kerst kon weinig goedkeuring wegdragen, omdat de gedachte van het unieke van de komst van Christus - toen en daar in de geschiedenis van Gods heil - door zo’n jaarlijkse viering eerder werd ondergraven dan opgebouwd.
Liedboek en verder
In de grote protestantse kerken (de latere SOW en PKN) lag dat anders en had het gedachtegoed van de Liturgische Beweging enthousiaste pleitbezorgers. Mee door hun toedoen veranderden in een deel van de kerken de diensten van klassiek-gereformeerd naar oecumenisch-liturgisch.
Leesroosters deden hun intree, waarin de lijn van het kerkelijk jaar gevolgd werd. De diensten zelf kregen een voor-reformatorische opzet met een Kyrie, Gloria, etc. Verder kwam er veel meer ruimte voor kunst in de kerk.
Noties als viering, aanbidding en geheimenis kenmerkten de kerkdiensten.
De voorganger als persoon kwam minder op de voorgrond, maar hij/zij was vóór alles liturg met een toga als ambtsgewaad. De bedoeling van deze vernieuwde opzet was ook, dat de gemeente als geheel zich meer bij de viering betrokken zou voelenzingend in samenwerking met een cantorij en in een liturgisch gesproken over en weer met de voorganger.
De komst van het Liedboek voor de kerken (1973) is een duidelijke vrucht van de Liturgische Beweging. Allerlei elementen, die ik noemde vind je in het Liedboek terug: de opzet volgens het kerkelijk jaar, de aandacht voor het voor-reformatorische lied, de plaats voor de kunst (gelet op de kwaliteit van de inbreng van dichters en musici). Na 1973 volgde voor de Liturgische Beweging een periode van uitwerking en consolidatie. In het spoor van de Liedboekliederen verscheen in de jaren tachtig en negentig een achttal bundels met liederen (Zingend Geloven) en als een late (?) vrucht van de beweging kwam het Dienstboek, met veel liturgisch materiaal voor persoonlijk en gemeentelijk gebruik.
Draagvlak?
De aandacht voor het artistieke, het dichterlijke en de keuze voor een specifieke muzikale stijl, maar ook de klassieke vormen en het verheven taalgebruik, maakten dat de vrucht van de Liturgische Beweging voor de gewone man een elitaire uitstraling had. De openheid van de aanhangers van de beweging voor andere vormen van liturgie en andere liedkeus was ook gering, vooral richting het meer volkse Evangelische Lied. In de publicaties over kerklied en liturgie kreeg deze stroming nauwelijks aandacht, terwijl het Evangelische Lied na 1980 in de breedte van de kerken aan populariteit won.
Een iets andere vraag is hoe groot in gemeentes het percentage kerkgangers zal zijn geweest, dat werkelijk oren had naar een oecumenisch-liturgische opzet van de diensten. Ik schat in dat voor een deel van de gemeente het woordgebruik in zulke diensten ver afstond van het alledaagse taalgebruik, dat de gebeden te veel bleven hangen in het onpersoonlijke en het dagelijks leven in de verkondiging nauwelijks werd geraakt. Steriel, koel en afstandelijk, waren (en zijn) de typeringen van mensen die weinig met zulke diensten hebben.
Ik las ook ergens, dat in de laatste decennia het sfeerverschil tussen de zondagse diensten en de trouw- en rouwdiensten is gegroeid. In zulke diensten, waar de familie veel meer de hand heeft, zit wel expressie, ontroering en een anders getinte liedkeus.
Open
Barnard, nota bene voorzitter van de Van der Leeuwstichting (een jarenlang steunpunt voor de Liturgische Beweging), gooide twee jaar geleden de knuppel in het hoenderhok, door te stellen dat de liturgie de Liturgische Beweging voorbij is.
Barnard ziet in zijn eigen kerken, die jarenlang in het spoor van de Liturgische Beweging gingen, dat behalve uit het Liedboek ook uit de Evangelische Liedbundel wordt gezongen. Verder ontmoette hij als docent studenten uit de Evangelische wereld en aan hun vragen rond liturgie wilde hij niet voorbijgaan.
Barnard raakte er van overtuigd dat de veranderde context anno 2007 zijn invloed op de liturgie niet kan missen of liturgische vormen worden museumstukken.
Die gedachte heeft hem in de laatste jaren open gemaakt voor zo ongeveer alles wat zich op liturgisch gebied aan hem voordoet.
Kerkelijk, zodat je in zijn boek een zestal diensten met een open vizier besproken vindt, variërend van oecumenisch-
liturgisch tot uiterst charismatisch.
Maar ook de nieuwe religieuze vormen via internet boeien Barnard, zoals de KRO, die mensen gelegenheid biedt hun eigen altaar te ontwerpen (www.altaar.kro.nl). De voorkant van Barnard’s boekje is de vrucht van zo’n ontwerp. Boeiend ook hoe Barnard de kerkelijke liturgische vormgeving plaatst tegen de achtergrond van ontwikkelingen in de samenleving, zoals Live Aid en stille tochten - massabijeenkomsten, die ook liturgische trekken hebben.
Kortom Barnard schreef een open, boeiend, maar niet altijd gemakkelijk leesbaar boekje. Aan alles merk je dat hij het open gesprek zoekt. Over twee weken meer daarover.
N.a.v. Marcel Barnard, Liturgie voorbij de Liturgische beweging, Meinema 2006, € 14,90
Drs. Freddy Gerkema is predikant van
de Nederlands Gereformeerde kerk van Amersfoort-noord en lid van de redactie van Opbouw