Kerk en recht (1)

1991-09-27
  • Jaargang 35
  • nummer 20
Beperkte opzet en betekenis
Het is vermoedelijk niet te sterk uitgedrukt, indien men stelt, dat aan het kerkrecht in het verleden in het geheel van de theologische opleiding veelal een zeer bescheiden rol was toebedeeld.
Men zou haast zeggen de rol van 'stiefkind'. A.s. predikanten moesten er wel wat van af weten - hoe zit het ook weer met de bevoegdheid van een classis, een synode etc. - maar hun primaire taak en interesse lag uiteraard toch wel op een ander gebied.
Trouwens, wie zou dat laatste willen ontkennen? Het zou toch ook niet goed zijn als het anders was?
Kerkrecht was dan misschien wel geen 'noodzakelijk kwaad' maar het was in het geheel van de opleiding toch (slechts) een soort 'bijwagen'. Dat kan wellicht ook worden afgeleid uit het benoemingenbeleid aan theologische hogescholen en faculteiten.
Veelal was het onderwijs in het kerkrecht een soort 'nevenfunctie', vaak van de hoogleraar kerkgeschiedenis.
Gewoonlijk ook gegeven door theologen.
Zeker niet door juristen al kwam het een enkele maal voor, dat de betrokkene ook jurist was. De vroegere hoogleraar kerkrecht en kerkgeschiedenis uit Kampen G.M. den Hartogh, voordien predikant van de Gereformeerde Kerk van Hazerswoude, was in 1933gepromoveerd tot doctor in de rechtsgeleerdheid, zij het op een primair historische dissertatie over "Groen van Prinsterer en de Verkiezingen van 1871".
Dat kerkrecht kwam veelal ook pas echt in de belangstelling te staan, indien er wat 'aan de knikker' was. In tijden van ingrijpende kerkelijke tegenstellingen of van kerkscheuringen.
Dan kon zelfs de burgerlijke rechter er mee te maken krijgen, al had het kerkrecht van de desbetreffende kerk gewoonlijk ook niet zijn directe belangstelling.
Maar hij móest zich er wel in verdiepen. Hij was degene, van wie een beslissing werd gevraagd en een uitspraak móest doen.
Het onderwijs in het kerkrecht kende gewoonlijk nog een andere beperking.
Het was immers veelal in sterke mate toch gericht op het kerkrecht van bepaalde kerken of van een bepaald kerkgenootschap. Want daar hadden de op te leiden predikanten immers het meest direct mee te maken? Daar had het toch zijn dienende functie?
Natuurlijk zal ook wel gekeken zijn naar het kerkrecht van andere kerken, maar dat zal toch vaak niet direct voorop hebben gestaan.

De kerken en het recht van de wetgever
Uiteraard waren er naast regels van dat (interne) kerkrecht ook wel andere rechtsregels, waar die kerken rekening mee dienden te houden. Een kerk is, zoals dat heet, ook 'rechtspersoon'.
Het begrip kerk wordt dan niet gebruikt in de zin van gemeenschap van gelovigen maar als drager van rechten en plichten in de maatschappij. Een kerk kan - als rechtspersoon - dan eigendommen hebben, mensen in dienst hebben (kosters, organisten, predikanten), leningen afsluiten en, zoals reeds werd gememoreerd, procedures voeren.
De juridische aspecten die dáárbij om de hoek komen kijken worden slechts gedeeltelijk bepaald door het (interne) kerkrecht. Voor een belangrijk deel echter door de door de wetgever uitgevaardigde rechtsregels. Zo kan het bij voorbeeld voorkomen, dat een kerk, die een rekening wil openen bij een bank geconfronteerd wordt met een vraag naar de 'statuten' van die kerk. 'Statuten', waaruit dan moet blijken, dat de desbetreffende kerk rechtspersoon is. Een verzameling regels, waaruit ook valt af te lezen, wie ter zake rechtsgeldige besluiten mag nemen, wie bevoegd is cheques te tekenen etc .. Het gaat dan om aspecten, die niet alleen aan de orde kunnen komen m.b.t. een kerkgenootschap of een plaatselijke kerk maar ook t.a.v. bepaalde onderdelen daarvan als de diakonie etc .. Soms heeft een bepaalde kerk of kerkgenootschap - vooral de grotere - ter zake metterdaad ook regels vastgesteld. In andere gevallen kan de vraag van de bank (bedi.ende) alleen beantwoord worden met te zeggen, dat men een bepaalde kerkorde heeft (die dan kan worden overgelegd maar over die aspecten dan weer niet al te veel bepaalt) en dat de kerk deel uitmaakt van een bepaald kerkverband.
Dergelijke aspecten kunnen ook een rol spelen in geval van kerkscheuring en bij procedures over eigendommen, waarbij de burgerlijke rechter dan soms de beslissing moet geven. De woorden uit 1 Kor. 6:6 e.v. (Zoekt nu de ene broeder recht tegen den anderen, en dat bij de ongelovigen? Maar dan is de zaak voor u reeds geheel verloren, dat gij tegen elkander rechtszaken hebt. Waarom lijdt gij niet liever onrecht?) waren in ieder geval in een aantal gevallen voor bepaalde kerken (uiteindelijk) geen belemmering om naar de burgerlijke rechter te stappen.
Vandaar dat er zelfs hele verhandelingen geschreven konden worden over bij voorbeeld "De gereformeerde kerken in het privaatrecht". Juridisch soms heel boeiende uiteenzettingen, maar toch geen lectuur om in een evangelisatiecampagne te gebruiken.
Weliswaar wordt aan aspecten als hier bedoeld soms ook bij het onderricht in het kerkrecht enige aandacht besteed - zo bevat het boek "Inleiding tot het kerkrecht" onder redactie van prof. Van 't Spijker en drs. Van Drimmelen ook een hoofdstuk over 'Kerk en staat', waarin een aantal notities over deze materie aan de orde komen - maar veel meer dan een oppervlakkige kennismaking zal dat gewoonlijk wel niet opleveren. En nogmaals: predikanten leid je voor andere dingen op.

Nieuwe facetten
Toch is er enige reden om ook aan dergelijke facetten meer aandacht te besteden, dan wellicht in het verleden het geval was. Om de eenvoudige reden dat ook predikanten (en kerkeraden) er goed aan doen rekening te houden met het feit, dat ze in de toekomst vaker met dergelijke aspecten geconfronteerd zullen gaan worden.
Want geleidelijk aan voltrekken zich een aantal veranderingen die heel directe consequenties kunnen hebben.
Veranderingen, die soms ook te maken hebben met wijzigingen in opvattingen van kerkleden of, ruimer genomen, burgers en overheid. Maar daarover een volgende keer.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief