Ingezonden
1991-09-27
DeoVolente- Jaargang 35
- nummer 20
Het is met grote belangstelling en met niet minder instemming dat ik kennis heb genomen van het artikel van wijlen dr. S. Gerssen, waaraan ds. Mooiweer in Persschouw (Opbouw, 35e jaargang, nr. 18,30 augustus 1991) aandacht schonk.
Het aantal mensen dat nog weet heeft van de betekenis van de letters D.V. is klein geworden.
Toch is dat verschijnsel niet alleen van deze tijd.
Niemand zegge: de oude tijden waren in dit opzicht beter, immers ook Jacobus liep er in zijn tijd al tegen aan.
Toch is het gebruik van de woorden Deo Volente en de letters D.V. ook onder ons nog niet geheel verdwenen.
Maar het valt op, dat Jacobus het in andere situaties gebruikt dan wij.
Jacobus heeft het over op reis gaan, zaken doen, winst maken. Alledaagse zaken. Even later zegt hij: dit of dat.
Wat het ook zij. Wij daarentegen reserveren het veeleer voor 'sacrale' zaken.
Als een gekozen ouderling moet worden bevestigd, luidt de afkondiging: Zo de Heere wil, zal de bevestiging plaats vinden .. Ook op huwelijksaankondigingen komen we het tegen: het huwelijk zal D.V. worden voltrokken op..
Er is nog een ander verschil op te merken, dat wellicht het eerste verschil kan verklaren.
Het spraakgebruik van Jacobus is anders dan het onze.
Jacobus zegt: zo de Heere wil, zullen wij leven.
Bij onbevangen lezen van Jacobus 4 : 13-15 krijg je de indruk, dat hij er niet mee zit, dat men plannen maakt om op reis te gaan en zaken gaat doen. Hij tornt er tegen op, dat men maar doet alsof men zelf over het leven kan beschikken.
Hij noemt dat grootspraak, want wat is de mens helemaal, een damp die voor een korte tijd verschijnt en daarna verdwijnt. Hij hekelt het dat men niet tot erkenning komt, dat de Heere de bron van het leven is. "Het voorbehoud van Jacobus" staat boven deze pericoop. Wij zeggen het iets anders: zo de Heere wil en wij leven.
Wij hebben de woorden van Jacobus ontkoppeld en het ene voorbehoud van Jacobus zijn er twee geworden. De Heere moet het willen en we moeten het leven hebben.
We bedoelen ongetwijfeld hetzelfde als Jacobus, maar onbewust hebben we de woorden "zo de Heere wil" kort gesloten op wat we gaan doen. Zo de Heere wil, zal de bevestiging plaats vinden, zal het huwelijk worden voltrokken ...
Maar letterlijk genomen is dat een vreemd spreken. Want waarom zou de Heere de bevestiging niet willen van de ouderling, die Hij Zelf geroepen heeft, waarom zou Hij niet de bevestiging willen van het huwelijk van de man en vrouw, die Hij zelf bij elkaar heeft gebracht?
Wij reserveren de woorden "zo de Heere wil" voor situaties, waarin vaststaat, dat Hij het wil.
En daarmee wordt, naar ik vrees, het Deo Volente uit het alledaagse leven weggehaald, terwijl Jacobus het juist daar gebruikt. Het is uiteraard buiten kijf, dat de wil van de Heere alles te maken heeft met ons doen en laten, maar daarvoor zijn dunkt-mij in de Schrift betere vindplaatsen aan te wijzen dan Jacobus 4. Blijft onverlet, dat we toch iets met de opwekking van Jacobus moeten doen. Hoe leren wij "gans anders" over onze plannen spreken, zonder dat het ridicuul wordt en zonder dat we in aanvaring komen met het derde gebod?
G.J. Buikema,
Zuilichem