Tweede verkenning in Roemenië
1991-09-27
'Eerste kennismaking'- Jaargang 35
- nummer 20
In het vliegtuig, ergens boven het Hongaarse Balatonmeer, dat er prachtig herkenbaar bijligt, krijg ik mijn eerste 'snuifje' Roemenië. In het volgepakte en dus ietwat krappe, maar verder best prettige vliegtuig van de Roemeense luchtvaartmaatschappij TAROM zit ik naast een hoogleraar aan de Universiteit van Craiova. Hij is midden dertig, schat ik, doceert wiskunde en komt net met het vliegtuig uit Chicago terug. Hij is [laar een internationaal wetenschappelijk congres geweest, in de Verenigde Staten. Het is de eerste reis naar het buitenland die hij ooit heeft ondernomen, vertelt hij.
Of Amerika erg 'anders' is geweest dan 'thuis'? wil ik weten. Ja, nogal, hoewel hij zich dat vooraf al terdege bewust is geweest, natuurlijk. Hij had zijn ogen uitgekeken, begrijp ik. Hij is dankbaar dat hij de mogelijkheid heeft gekregen. Zijn reis is door de overheid betaald, anders was het uiteraard onmogelijk geweest om erheen te gaan. Alleen een retour vlieg-ticket naar de V.S. kost hem al ongeveer een jaarloon ... Op het vliegveld van Timisoara moet ik eruit; hij gaat door tot de volgende stop, Boekarest. We groeten elkaar hartelijk; 't is een erg aardige kerel; dames zouden hem stellig ook 'erg charmant' noemen. Een hardwerkend academicus, met een maandsalaris van zo'n tweehonderd gulden!
De waarde van geld
Het eerste dat opvalt, als we op het vliegveld van Timisoara staan, zijn de vele militairen. Overal wordt de wacht gehouden door in lichtgroen uniform gestoken soldaten, vaak nog heel jonge jongens. Een eerste blik om me heen brengt weinig objekten aan het licht die bewaakt dienen te worden, maar goed.
Onze plaats bijna achteraan in de rij is goed voor een lange tijd voor loketten voor het paspoort en met name de controle van bagage. Wat dat laatste betreft, alleen bij de Marokkaanse grens heb ik ooit zo'n gedrang en geduw gezien. We zijn met een vliegtuig gekomen dat van Chicago via Amsterdam is gevlogen. Grote aantallen Roemenen in de rij voor ons hebben het grootste formaat koffers bij zich dat ik ergens zag. En allemaal puilen ze uit van de consumptiegoederen!
Met name de 'Amerikaanse koffers' van de Roemenen zijn interessant.
We hebben de inhoud van elke koffer op ons gemak kunnen bekijken: ze moeten allemaal open, zodat we alle koffie, thee, pampers, etc. in ogenschouw kunnen nemen. Het duurt tergend lang. "Ze moeten de douanemensen ook wat geven en dat doen ze niet", fluistert een vermoedelijk deskundige Roemeen achter me ons toe.
We knikken begrijpend en wachten gelaten af tot we aan de beurt zijn. Een jonge moeder met een zieke babyhet kind ziet er zeer lijdend en zwak uit - probeert krampachtig haar drie buitenmodel koffers bij elkaar op de balie te krijgen. Ik help haar een handje, wat me op een dankbare blik komt te staan. Ik heb het met haar te doen, maar er is niet veel meer waarbij ik assistentie geven kan. Gebrek aan orde kenmerkt het hele gebeuren.
Een nederlandse metgezellin vraagt met nadruk of de dame bij de balie wat voorzichtig met haar handtas wil zijn want de rits is niet zo stevig. De vrouw hoort het kalm aan, trekt vervolgens zo hard dat de rits inderdaad kapot gaat en haalt dan nonchalant de schouders op. Of die rits hier gemaakt kan worden, is de vraag van de eigenares, lichtelijk witheet. Nee, natuurlijk niet.
Ach ja, de Roemeense douane ...
Steeds opnieuw blijkt ook hier - juist hier! - de waarde van geld. In deze economie van het niet-hebben-derdingen is de gretigheid naar bezit vaak schrijnend aanwezig. Maar anderzijds is er ook een ontwapenende gastvrijheid, die we bij velen hebben ontmoet.
Net als bij ons hebben verschillende mensen zich heel verschillend ontwikkeld.
Grootmoedigheid en grote openheid naar 'gasten' staat haaks op haken naar een stapel 'Iei'-biljetten, gedrukt op vunzig papier. Er zijn er die ons buitenlanders graag willen 'plukken'.
De waarde van bloemen
Enerzijds zie ik op diverse plaatsen in Timisoara mensen openlijk bedelen: een aantal mensen is er aantoonbaar beroerd aan toe. Wat kun je hier tragische mensen ontmoeten, als je er oog voor hebt... Anderzijds is het een samenleving waar men inderdaad 'samen leeft'. Ik zie heel wat bloemenstalletjes, waar paartjes voor elkaar meest 'n drietal bloemen kopen: vooral gladiolen, zo te zien. Ook gaan er bloemen naar plaatsen waar mensen zijn omgekomen, nu anderhalf jaar geleden. Kruisen bij de grote Orthodoxe Kathedraal van Timisoara waar tientallen mensen zijn doodgeschoten; de mensen van de Securitate en de politie vuurden dodelijke salvo's van de trappen van de prachtige kerk.
Later, als ik in Boekarest ben, zie ik weer stalletjes met bloemen, gladiolen en anjers, vooral op het plein bij de Universiteit en het grote Intercontinental Hotel, in het hart van de stad. 'Tien an Min-Square 11'staat op de muur gekalkt. Hier is veel gebeurd, in de Revolutie, en ook later, toen de mijnwerkers tegenstanders van lIiescu kwamen 'opruimen'. De bloemenstalletjes staan op een paar meter afstand van de kruisen die aangeven dat hier mensen zijn omgekomen. Een groot deel van de bloemenvracht verhuist maar een paar meter; anderhalf jaar na dato zijn de kruisen nog steeds omgeven door bloemen ... Naast de namen van de 'martelaren' die op de muur zijn gekalkt hangen vele posters van politieke aard; een verrassend groot aantal bepleit de terugkomst en troonsbestijging van Koning Michael.
Politiek
De invloed van de politiek blijkt dagelijks.
Overal wordt ook het beleid en de invloed van de regering-lliescu besproken. Maar weinig mensen blijken met deze regering tevreden.
Steeds opnieuw vallen termen als 'die neue Kommunisten' en 'mislukte revolutie'; men spreekt over 'Securisti' die nog steeds over veel macht, geld en relaties zouden beschikken. Toch bespeur ik bij de meeste mensen die ik spreek geen sprake van grote matheid.
Integendeel! De mensen bekijken intens televisie-uitzendingen die de binnenlandse politiek als onderwerp hebben. Het Journaal wordt door mijn gastheren en -vrouwen te mijnen gerieve van commentaar voorzien. Zo van: "Dat is een goeie!" of: "die kun je helaas niet vertrouwen!" Het is duidelijk na een paar keer tv te hebben gezien dat er wel een 'piuraai politiek bestel' bestaat. Ik zie vertegenwoordigers van partijen die niet in de regering van het Comité van Nationale Redding zitting hebben. Er mag stellig veel méér worden gezegd dan in de dagen van Nicola en Elena Ceausescu, onzaliger nagedachtenis.
Als men in Timisoara en Arad zonder veel terughoudendheid praat, zegt men er wel bij: "Maar besef, dit is Banat! In deze regio zijn de mensen anders dan in de rest van het land.
Ceausescu wilde dat we in een gevangenis zouden zitten. Hij had een hele muur om ons heen gebouwd. Alleen hier bij ons was het geen volledig gesloten muur! Het waren meer tralies.
Wij konden naar de Hongaarse televisie kijken, of naar de Joegoslavische tv. Daar zagen we heel wat meer van wat er in de wereld gebeurde. In de rest van het land konden de mensen alleen de Sowjet-tv of die van de Bulgaren ontvangen en daar werd je niets wijzer van. Die hadden hetzelfde soort berichtgeving als hier officieel in Roemenië werd verstrekt. Wij waren dus een stuk onafhankelijker in onze opstelling tegenover het regime. Als de opstand ergens kon beginnen, was het hier. En dat wist de Securitate".
Als ik op het grote plein van Timisoara sta - het doet me sterk aan het Wenceslaus Plein in Praag denken - komt iets van de sfeer in het rijk van de 'Conducator' Ceausescu me tegen. Soms stond de man te oreren op een balkon van het Nationale Theater, aan een van de hoofdeinden van het plein. Aan het andere eind, zo'n drie-kwart kilometer verderop, bevindt zich de prachtige Orthodoxe Kathedraal. En daar had de Christenhater Ceausescu dermate de pest aan (minder sterk kun je het feitelijk niet zeggen!) dat hij opdracht gaf om die kathedraal af te breken! Hij wou 'm niet meer zien, als hij in Timisoara redevoeringen hield ...
Met veel moeite heeft men het ongelooflijk benepen manneke van dat rampzalige plan af weten te houden.
(Hij heeft het in Boekarest keer op keer wél zo laten gebeuren.) Als hij kwam, zou er voortaan een reusachtig scherm aan de ene kant van het plein worden opgehangen, die de trots van de stad aan het oog zou onttrekken!
Hij kreeg een paar kogels in zijn lijf voordat men het kleed hoefde te gaan bevestigen. (Overigens, is die ontkenning van het bestaande een vrij beproefde methode in het oude Rusland.
Als de 18e eeuwse keizerin Catharina de Grote op bezoek in haar grote rijk was, lieten haar hof-dignitarissen op bepaalde plaatsen gewoon schermen met mooie afbeeldingen plaatsen. Op die manier hoefden Hare Keizerlijke Majesteits ogen zich niet te storen aan de schrijnende ellende en verpaupering van het overgrote deel van haar onderdanen. Er bestaat dus een lange' traditie in Oost-Europa om onwelgevallige zaken gewoon aan het oog te onttrekken. En wat je niet ziet is er ook niet!)
Nationalisme
Niet alleen is er overal veel belangstelling voor politiek; op uiteenlopende plaatsen blijkt ook het onverbloemde nationalisme waarover we in onze media horen.
Na een lezing, waarin ik onder andere heb gezegd dat mensen zich steeds weer met elkaar dienen te verzoenen, komt dat zonneklaar tot uiting. Ik heb namelijk ook gezegd dat, naar de inschatting van de mensen in het Westen, er een zorgwekkende verhouding bestaat tussen de 'etnische Roemenen' en de 'Hongaars-sprekenden' in het land. De reaktie is prompt en voor mij enigszins onthutsend. Een van de aanwezigen, een direkteur van een groot bedrijf met duizenden werknemers, verklaart zonder enige twijfel dat "dat probleem voor honderd procent door de Hongaren is gecreëerd".
Hij begrijpt wel dat ik als buitenstaander niet zo goed van de geschiedenis van Roemenië op de hoogte kan zijn.
Maar laat hij me bezweren dat de Roemenen aan dit erkende probleem niet de minste schuld dragen! Als ik op die opmerking doorga, houdt hij het klip en klaar vol. Vanaf het verdrag van Trianon, in 1919,toen Hongarije meer dan de helft van haar grondgebied aan Roemenië moest afstaan - en eigenlijk al tevoren ook - zijn het altijd de Hongaren geweest die de zaak hebben verziekt. Van hun kant hebben de Roemenen echter zich nooit onbehoorlijk gedragen ... Ik hoor met verbazing naar een lelieblank verleden van een heel volk - en dat al 70 jaar lang!
Ik besluit om maar niet de fascistoïde 'Ijzeren Garde' uit de jaren '30 te noemen of de naam van maarschalk Antonescu te laten vallen. (Anders dan hij vermoedt, heb ik wel eens over de Roemeense geschiedenis gelezen.) Ik volsta te zeggen dat "omdat mensen nu eenmaal mensen zijn", het me zou verbazen als alle schuld in een conflict zó duidelijk aan een volk alleen zou liggen. Nog steeds verbolgen laat hij die door mij geuite twijfel van zich afglijden als water van een eenderug.
Niemand in het gehoor voelt zich geroepen om in deze diskussie partij te kiezen. Na afloop hoor ik van een paar wel wat ze echt van deze kwestie vinden.
"Wij hier in Banat hebben geen zin om ons voor een of ander nationalistisch karretje te laten spannen", verklaart één bondig. "Dat was altijd Ceausescu's truc: speel de diverse etnische groepen tegen elkaar uit.
Speel in op de angst van de Roemeense meerderheid. Wij kijken daar doorheen. In Timisoara zal dat spelletje niet meer lukken." Hij zegt erbij dat dat in andere delen van het land deze moeite natuurlijk wel voortdurend aanwezig is. "Maar hier in Banat zijn de mensen anders!" Ik heb die opmerking geregeld gehoord. Zoals ik van diverse mensen hoorde dat ze getrouwd waren met een partner uit 'het andere kamp'. Ik vond dat bemoedigend.
Van mijn kant moet ik echter bij dit alles ook denken aan ons verblijf in Hongarije, vorig jaar. In diverse gezinnen waar we logeerden, kregen we toen de kaarten te zien van het Hongaarse Rijk vóór 1919. "Transsylvanië en Zevenburgen zijn nog steeds ons land", hoorden we dan, waarbij dan gewezen werd op de helft van het huidige Roemenië. Hoe is dat op te lossen?
Eén manier - de enige manier zelfs die ik kan bedenken - is die van verzoening tussen leden van de verschillende bevolkingsgroepen. En het zou dan vooral van gelovigen mogen worden gevraagd in dat proces een rol te spelen. Naar ik heb begrepen, gebeurt dat ook. Daarover wil ik het de volgende keer hebben.
Deze zomer was ik in de gelegenheid om opnieuw Roemenië te bezoeken. Aanleiding was een serie 'colleges' die ik. samen met een aantal andere Nederlanders, geven mocht aan 'managers' en andere leidinggevend personeel van een aantal bedrijven in Timisoara en Arad, West Roemenië dus.