De kerken kunnen het nu nog niet dragen
2008-01-04
De Generale Synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken heeft besloten om het federatieve groeimodel als stap op weg naar eenheid met de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (in elk geval voorlopig) niet in te voeren. Want ‘de kerken kunnen het nu nog niet dragen’.- Jaargang 52
- nummer 1
Een opmerkelijk commentaar op dit besluit schreef ds. J. Jonkman in De Wekker van 7 december. Hij is iemand die in het midden van de CGK staat, maar van dit besluit distantieert hij zich nadrukkelijk en emotioneel: Ik las dat deputaten 'Eenheid' de synode gediend hebben met een stuk bezinning op het werk van de afgelopen zestig jaar. Het blijkt dat de vele inspanningen niet zijn 'beloond’. De kerkelijke eenheid van gereformeerde belijders is niet dichterbij gekomen en heeft geen gestalte gekregen. Er is op het plaatselijke vlak wel veel gebeurd en veel veranderd. Het lukt ons blijkbaar niet om de eenheid waarvan Jezus wel degelijk heeft gesprokenal wordt dat soms ontkend - kerkelijk vorm te geven. Vanuit de kerkhistorie is heel veel verklaarbaar. Men moet in de zaak van kerkelijke eenheid voorzichtig en met wijsheid handelen en spreken. Wij organiseren geen kerkelijke eenheid. De tijd moet er ook rijp voor worden gemaakt. Maar door wie? Door God Zelf is uiteraard het bijbelse antwoord. De Heilige Geest moet ons in deze zaak leiden. Dat zal niemand ontkennen. Maar ook de andere kant is voluit waar: wij zijn er bij betrokken. Ons handelen doet ertoe. Dat geldt voor alle dingen in ons leven. Het geldt ook voor de zaak van de kerkelijke eenheid. Een vraag is of wij de eenheid van broeders en zusters werkelijk begeren. Men hoort soms vrome taal waaraan het vrome handelen niet beantwoordt. Men merkt ook al vrij snel of men spreekt en denkt en handelt vanuit de praktijk van de ontmoetingen van elkaar, of dat men het doet terwijl men op een zekere afstand staat.
Het is in zijn algemeenheid gezien niet waar dat de kerken eenheid op bijbelse grondslag niet kunnen dragen.
De synode zal bedoeld hebben dat het kerkverband de totale eenheid met het zusterverband van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt nog niet kan dragen. Dat kan ik plaatsen, gelet op de verschillende manieren van denken en handelen in deze zaken. Maar er zijn ook kerken - ik dien er een van - die het nauwer kerkelijk samenleven wel kunnen dragen en dat zelfs ervaren als een zegen.
Niet maar omdat men het wil ervaren als een zegen en daarom de gevoelens dringt en dwingt in de richting van een zegenrijke beleving, maar omdat men de zegen in de ontmoeting en besprekingen werkelijk als een geschenk ontvangt. Dat betekent echt nog niet dat nu alles rond is en dat er geen punten van verschil en bespreking overblijven. Maar wat geeft het een innerlijke blijdschap en dankbaarheid als men in de loop van de samensprekingen mag ervaren dat men het eens is over de wezenlijke zaken. In synodaal verband is dat jaren geleden al uitgesproken.
Maar we blijken onmachtig om daar de rechte consequenties aan te verbinden.
Dat doet pijn. () Als wij nu zeggen dat de kerken eenheid met allen die Jezus Christus belijden en dat nog wel op de gereformeerde wijze (!) thans niet kunnen dragen, welke maatstaf hanteren wij dan? Is er iemand die durft te zeggen dat het werkelijk een ongeestelijke maatstaf is? Ik neig echt in die richting.
Zijn we niet bezig de kerk te verlagen wanneer we aan al te menselijke factoren een doorslaggevende rol toewijzen in een beslissing, die bovenal een geestelijke, profetische benadering nodig heeft? Ik durf niet te zeggen dat we als kerken het profetische gehalte helemaal kwijt zijn. Dan doe ik onrecht aan het werk van God in de gemeenten. Toch zijn we als kerken niet echt profetisch bezig. Ik trek me dat persoonlijk aan omdat we de kerk en ook de concrete gemeenten en het kerkverband liefhebben. En ook omdat we de broeders en zusters die hun plaats hebben in andere kerkverbanden hartelijk liefhebben. Wat is het (meestal) een vreugde wanneer we hen ontmoeten en we elkaar herkennen vanuit eenzelfde geloof in de Here Jezus Christus en de hartelijke liefde tot het Koninkrijk van God. Als men zelf die vreugde heeft ervaren dan ervaart men te dieper de pijn van onze onmogelijkheden. Pijn die grenst aan boosheid. En of die boosheid helemaal geestelijk is laat ik maar open staan.
Als wij als kerken werkelijk in de kracht van het Evangelie staan, kunnen we heel veel aan. Dan kunnen we de wereld weerstaan. Dan weerstaan we de overste van deze wereld: de duivel.
Zouden we dan niet een nog broze eenheid met andere broeders en zusters kunnen dragen? Het wil er bij mij niet in.
M.H.T. Biewenga
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.