Persschouw

1991-09-27
  • Jaargang 35
  • nummer 20
Dr. S Gerssen (?)

Laat ons de rustdag wijden
Sommige ouderen onder ons zullen zich nog de zondag herinneren als een dag van strenge regels. Het patroon ervan lag al generaties lang vast en behalve de kerkgang was er meer dat niet mocht dan wel. Sommigen denken terug aan de zondag van hun jeugd als aan een dag van onvrijheid en verveling.
Het was voor hen bepaald geen feestdag en ze hebben er bijna een trauma van overgehouden. Er waren er ook, die zich bewust aan dat patroon onttrokken: mevrouw zat voor het raam met een breiwerkje en dat mijnheer op straat bezig was zijn auto een wasbeurt te geven had iets van een openbare demonstratie. Men lokte daarmee uit door de gemeenschap als buitenstaanders te worden aangezien.
Nu kan men zeggen dat deze sfeertekening veel weg heeft van een caricatuur, maar de meesten van ons zijn z6ver aan dit zondagsbeeld ontgroeid, dat ze niet in staat zijn het anders dan met extra donkere kleuren te tekenen.
Deze vorm van zondagsviering is in een snel tempo achterhaald. Welhaast van de ene generatie op de andere is deze strenge zondag door de tand des tijds verslonden. Het heeft in dit verband geen zin de maatschappelijke en culturele redenen daarvan op te sommen.
Een feit is dat sommige ouderen hier of daar nog moeite mee hebben, maar dat de jongeren met de beste wil van de wereld niet begrijpen waar men problemen over maakt.
De vraag is wel of we in de plaats van de oude zondag tot een nieuwe vorm van zondagsbeleving zijn gekomen.
Als dat het geval is, is er geen reden om ons bezorgd te tonen. De manier waarop men de zondag viert en vult behoort tot de christelijke zede, die met een bepaald cultuurpatroon samenhangt en zich daarom ook wijzigt met verschuivingen in de cultuur. Iedere tijd schept zich zijn eigen zede (ook rondom de zondag), die als een onveranderlijk gebod van God wordt gehandhaafd, krijgt op den duur iets stars en ook iets belachelijks. Dat met veranderingen in het maatschappelijk patroon ook de vormen waarin wij de zondag beleven veranderen valt te verwachten. Als het anders was zou dat betekenen, dat wij als christelijke gemeente het contact met onze eigen tijd verloren hebben. Iedere tijd brengt een eigen christelijke levensstijl met zich mee. Wij willen immers niet in de 18e of 1ge eeuw, maar in de 20e eeuw het geschenk van de zondag vieren.
Verontrustend is intussen wel, dat er nauwelijks meer van een vernieuwde stijl, maar veeleer van een gebrek aan stijl sprake is. Daarom kunnen wij soms terugverlangen naar de tijd waarin de zondag voor velen nog een duidelijke structuur vertoonde, niet alleen maar van buiten af opgelegd, maar bij velen veeleer van binnen uit geboren. Nu wij van de oude vormen afscheid genomen hebben - met spijt of met een gevoel van opluchtingkunnen wij ons afvragen wat wij overgehouden hebben. Hebben wij met het badwater het kind niet weggegooid? Is niet op een nieuwe manier de verveling rondom de zondag opgetreden, een verveling die wij met moderne middelen weten te verdrijven, maar die zich toch daarin uit dat wij met het geheimenis van de zondag eigenlijk geen raad meer weten? Blijkt die verveling bij velen niet in een verslapping in de kerkgang, het terugvallen op een minimum en een grote mate van kieskeurigheid omtrent de eredienst? Hebben wij naar onze beleving nog echt iets te vieren? Er zou veel te zeggen zijn over de kostbaarheid van het geschenk van de zondag. Wat zou het leven zijn als er geen zondag was? Ik stip maar willekeurig iets aan. De zondag brengt structuur aan in ons leven: alle dagen zijn niet gelijk. Er zijn werkdagen en er is telkens weer een dag waarop wij tot rust mogen komen. Het leven gaat niet eindeloos zijn gelijke gang zoals het water eindeloos door de rivier stroomt. Er is ritme in, afwisseling, en dat wil voorkomen dat wij afstompen door een altijd maar gelijke tred. Wij zijn geen slaven van ons bestaan, maar wij zijn tot vrijheid geroepen. En er is een dag waarop wij tesamen die vrijheid vieren.
Op de zondag mogen wij het ervan nemen, er is niets dat ons opdrijft; de maatschappelijke verplichtingendie wij vaak als een keurslijf ervarentreden terug. Wij hebben een hele dag de tijd voor onszelf en voor elkaar. In de week hebben wij daar meestal geen tijd voor, maar op de zondag wordt ons de tijd daarvoor gegund en wij doen onszelf te kort als wij daar geen gebruik van maken. Wij gaan naar de kerk om te vernemen wat het geheimenis van die vrijheid is. In de kerk horen wij, dat wij niet vrij zijn omdat wij dat zelf zuur verdiend hebben, maar omdat God ons in de vrijheid stelt: vrij van de maatschappelijke bindingen, vrij van de jacht naar economische zekerheid. Wij mogen daar, van zorg ontslagen, Hem roemen die ons blijdschap geeft. Men sprak vroeger vaak over de zondag als over de dag des Heren en dat had doorgaans een wettische bijklank; daarom mocht er op die dag evenveel niet. Wij kunnen met evenveel recht over de zondag spreken als over de dag des mensen, de dag waarop wij herinnerd worden aan wat het wezenlijke van ons menszijn uitmaakt. Als wij geen zondag hadden zouden wij onszelf vergeten, zouden wij aan ons echte menszijn niet toekomen. Als vrije kinderen Gods te leven: dat is het evangelie dat ons door de zondaq betekend en verzegeld wordt. Het kan niet anders of deze zondagsbeleving roept vormen op, waarin dit geschenk gestalte krijgt. Vrije kinderen Gods leven niet stijlloos, maar hebben een eigen stijl.
Dat blijft niet tot de kerk en de kerkgang beperkt. Volgens de Tien Geboden delen de dienstmaagd en de dienstknecht, de os en de ezel daarin mee. Het is te zien, dat het zondag is.
De zondag straalt naar buiten en is een zegen voor heel het volk. Het is een verarming van ons volksleven als de zondag meer en meer in de marge wordt gedreven. De tekenen van de werkingssfeer van het evangelie worden steeds meer uitgewist. Dat de God van Israël onder ons volk een spoor getrokken heeft geldt gaandeweg als een vreemde inmenging waartegen men zich in naam van de persoonlijke vrijheid verzet. Als op zondagmorgen de kerkklokken over de stad beieren wordt dat door steeds meerderen ervaren als een inbreuk op de privacy. En de druk op de zondagse winkelsluiting wordt heviger en fanatieker. Men kan zich werkelijk afvragen wat er op den duur van de zondag overblijft.
Als er binnen de gemeente maar weinigen meer over zijn die het geheimenis van de zondag kennen en daar vorm aan weten te geven, is het geen wonder als de schare bereid is dit geschenk in te leveren en dan maar af te wachten wat ervoor in de plaats zal komen. Het staat intussen vast: het menszijn wordt er armer van en het leven kleurlozer. Heel de schare, ook de vreemdeling, is ermee gediend dat er een gemeente is, die het feest van de vrijheid weet te vieren. Het is goed, o Opperheer, dat wij ons in U verblijden.

(Uit de schriftelijke nalatenschap van onze vriend Dr. Gerssen)
Dit uitstekende artikel knipten wij uit het blad: 'ECCLESIA'-v/h 'Kerkblaadje' en bevelen wij graag ter overweging aan!

Enschede, O. Mooiweer

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief