Kerkverband en kerkorde (1)
1991-10-11
Kerkverband, kerkrecht, kerkorde zijn door de bank genomen geen onderwerpen, die regelmatig in Opbouw worden aangesneden.- Jaargang 35
- nummer 21
Een deel van de kerken reageert haast wat allergisch, als dit aan de orde gesteld wordt, een ander deel kijkt met een wat nostalgische blik terug op de tijd, dat een strak geordend kerkelijk leven gebruik was.'
Ons kerkverband en ons Akkoord van Kerkelijk Samenleven (AKS) liggen nogal eens onder vuur. Van verschillende kanten, zowel van binnenuit als van buitenaf tot in Zuid-Afrika en Australië toe, worden we bekritiseerd. Er deugt een heleboel niet, en dat zou de kleine oecumene, een samen optrekker met de Chr. Geref. Kerken en de Vrijg. Geref. Kerken, in de weg staan.
De samensprekingen op hoog niveau met de chr. geref. en op laag niveau met de vrijgemaakten geven daar getuigenis van.
Met name art. 34 van het AKS2 stelt de broederschap voor grote problemen.
Zij proeven in dit artikel een vrijblijvendheid t.o.v. het kerkverband, waardoor het gezag van een meerdere vergadering wordt ondermijnd. In de volksmond heet het dat wij maar wat aanrommelen, en ons niets aan elkaar' gelegen laten liggen.
Ik zeg het wat overdreven, wetend, dat sommigen, die ons hierom bekritiseren, dat met een welmenend hart doen. Ik zou haast zeggen, uit zorg voor ons. Maar de teneur van de doorsnee kritiek is niet opbouwend, en dat is vaak pijnlijk om te horen.
Geestelijk uitgangspunt
Naar mijn vaste overtuiging hebben we als Ned. Geref. Kerken d.m.v. het AKS een kerkverband tot stand willen brengen, dat beantwoordt aan bijbelse principes. In het woord-vooraf van het AKS wordt gezegd: "De kerken zullen niet over elkaar heersen maar elkaar de hand reiken, om ook in haar diensten en in het verkeer met elkaar weerstand te kunnen bieden aan de toenemende verwarring der geesten."
En "Dit betekent, dat niet de heerschappij van structuren, maar evenmin de heerschappij van personen of groepen haar kansen mag krijgen. De 'Preambule' wijst uitdrukkelijk de tirannieke eenheidsdwang af, maar spreekt ook uit, dat de gemeenten zich willen voegen naar het Schriftuurlijk onderwijs voor een geordend kerkelijk samenleven - opdat zij ook in de inrichting van het kerkelijk leven de wegen van het Verbond van de Here mogen houden."
Een geestelijk uitgangspunt,"dat de basis vormt van een geheel van afspraken voor het onderlinge verkeer van kerken. 'Geestelijk' wil niet zeggen vluchtig of vaag, maar naar de Geest van God. In de gezindheid, die van boven is. Ook voor het ordenen van het kerkverband gelden de woorden: het is de toon; die het doet!
Een volmaakt kerkverband bestaat niet, evenmin een volmaakte kerkorde.
En op papier kan het er nog zo mooi uitzien, de praktijk van het kerkelijk leven bepaalt net zo goed de echtheid ervan.
Het kan zijn, dat ons AKS niet in elk opzicht de toets der kritiek kan doorstaan, maar het is ronduit ergerlijk, zo niet lasterlijk, wanneer men het AKS ongereformeerd wil noemen. Kritiek mag, moet zelfs, maar dan wel vanuit de gezindheid om op te bouwen, bedoeld als een vorm van christelijke burenhulp. Wat dat betreft is de kritiek van de Dopperkerken in Zuid-Afrika en van sommige chr.-gereformeerden heel goed te verteren. , Het AKS is een echte gereformeerde kerkorde, alleen wat minder robuust en massief als de DKO. Die DKO is een dijk van een kerkorde, waarin alles is geregeld,"dank zij een eeuwenlange aanslibbing. Ons AKS is als,
regelgeving terughoudend en beperkt, zoals ds. De Jong het een paar weken geleden in Opbouw kernachtig formuleerde
Calvijn
Wat het AKS tot een gereformeerde kerkorde maakt, laat zich heel mooi toelichten met een omschrijving die Calvijn van de kerkorde (c.q. kerkrecht) gegeven heeft. "Het kerkrecht en de kerkorde bedoelen de voortgang van de prediking in de meest brede zin van het woord te bevorderen en zelfs te waarborgen. Omgekeerd is de prediking in deze ruime zin ook het middel waardoor recht en orde gevitaliseerd worden en hun waarde ontvangen.,, 3 Calvijn keert zich met zijn opvatting allereerst tegen de overheidsbemoeienis.
Kerkregering is een geestelijke wijze van besturen en dat maakt een relatieve zelfstandigheid van de kerk en haar organen wenselijk en noodzakelijk.
Dit tegenover de stedelijke overheden, die graag een forse vinger in de kerkelijke pap steken.
Maar interessanter is de opvatting van Calvijn in verband met zijn stellingname tegen Rome (i.c. de paus). "Tegenover de pauselijke kerk' legt Calvijn nadruk op de vrijheid, die ook in de kerkelijke wetgeving moet worden nagestreefd. De vrijheid in Christus mag door kerkelijke besluiten of regelingen niet worden teniet gedaan. De garantie voor deze vrijheid ligt in de binding aan Gods Woord: de gelovigen moeten door één wet der vrijheid, nl. door het heilige woord van het evangelie geregeerd worden, indien zij de genade, die zij eenmaal in Christus hebben verkregen, willen behouden."
Voor Calvijn (en in zijn spoor de geref. traditie) moeten kerkorde en kerkrecht dienstbaar zijn aan de prediking. De kerk is er immers om de mensen te leren. En de kerkelijke tucht is bedoeld om een naar Gods Woord gestileerd discipelschap te kweken. Dit is precies wat ds. De Jong in zijn artikel bedoelde met de woorden: "Het kerkverband is een Geestelijke zaak en wij vertrouwen die als het er op aankomt alleen aan Jezus Christus zelf toe.':"
Nogmaals, het AKS is geen volmaakte kerkorde, daar hebben we ook niet naar gestreefd, als het maar beantwoordt aan deze geestelijke bedoeling van kerkregering. Ik ben er van overtuigd, dat de sobere regelgeving in het AKS dienstbaar is aan de voortgang van de prediking, en in de praktijk doet ze niet onder voor de kerken, die leven onder het regime van de oude DKO, of op de DNO geënte kerkorden, zoals de N.H. Kerk en de Geref. Kerken (syn.) in Nederland. .
Noten:
1 Ik denk in dit verband aan de opmerking van ds. A. den Boer bij zijn overgang naar de Chr. Geref. Kerken, dat hij ons kerkverband, onder het AKS, te vrijblijvend vindt. (Zie hiervoor o.a. Opbouw van 13 sept. in de reaktie van ds. De Jong daarop.)
2 Art. 34 luidt: "Een besluit van de regionale of landelijke vergadering zal door de plaatselijke kerken bekrachtigd worden en in onderlinge liefde nagekomen, tenzij dit besluit strijdig bevonden wordt met de Heilige Schrift of ook als het niet overeenstemt met het AKS.
De kerk die een besluit niet bekrachtigt om boven genoemde redenen, of niet kan uitvoeren om redenen, die het welzijn van de gemeente betreffen, zal hiervan aan de zusterkerken rekenschap geven."
M.n. de laatste zinsnede "het welzijn van de gemeente betreffende" zou vrijblijvendheid in de hand werken.
3 Geciteerd door W. van 't Spijker in het art.
'De opvattingen van de Reformatoren' in 'Inleiding tot de studie van het kerkrecht'. W. van 't Spijker, L.C. van Drimmelen (red.), Kok, Kampen, blz. 101.
4 W. van 't Spijker a.w. blz. 100.
5 Opbouw 13 sept. 1991.