Post uit Rwanda

1991-10-11
  • Jaargang 35
  • nummer 21
Slang
Het is 6 uur, ik zet de borden op tafel.
"Eten", roep ik ondertussen en "Jongens, staan jullie fietsen binnen?"
Zoef, daar komen Matthijs en Gersom aanhollen. Ze gaan gauw hun fietsen in de garage zetten. Het is bijna donker en dan moet de boel op slot zijn.
"Mammaaaa!!!" klinkt het ineens uit de garage. Ik schrik er niet zo erg van .
Er wordt hier wel vaker heel hard geroepen en als ik elke keer zou moeten rennen, dan liep ik de hele dag heen en weer. Maar nu klinkt het toch wel serieus, nu roepen de jongens samen: "Kom gauw, een slang!" Ik loop naar buiten en tegelijk komt Jonathan aanvliegen uit zijn kamer en Dick uit de studeerkamer, allemaal naar de garage.
Gersom en Matthijs wijzen alletwee naar een klein putje onder het kraantje. "Daar is hij ingekropen."
"Echt waar?" Dick en ik kijken elkaar aan. Moeten we dit geloven? De jongens zien er niet uit of ze een grapje maken. "Hoe groot was hij?" Gersom en Matthijs houden alletwee hun armen wijd ongeveer even ver, ongeveer een meter. "Wat voor kleur?"
"Grijs en zwart" zeggen ze tegelijk.
Ja, het moet waar zijn. We kijken nu met ons vijven naar dat putje, maar we zien niks, zelfs geen puntje staart.
"We moeten eerst maar even zorgen dat hij daar niet meer uitkomt" zegt Dick. Hij pakt een stuk karton achter uit de garage. "Jongens halen jullie eens even een paar stenen."
AI gauw ligt het stuk karton over het putje en alle stenen erbovenop. We moeten maar afwachten, misschien heeft Yohanni morgen een idee als hij komt werken. De deur gaat op slot. O wacht, nu staat er nog een fiets buiten!
Deur weer open. "Stop!" roep ik, "doe eerst het licht aan!" "Waarom?" "Nou, je weet toch nooit, misschien is er een hele slangefamilie." De jongens lachen me uit. "Als mamma een slang ziet draait ze meteen alle schoenen om om te kijken of die wel leeg zijn"
maar ze doen wel snel het licht aan. Je kunt wel stoer doen maar niemand heeft zin om in het donker op een slang te gaan staan. De volgende morgen, als Yohanni komt om half 8 pakken de jongens de sleutel van de garage, hij moet meteen gaan kijken.
Yohanni pakt voor de zekerheid maar een dikke stok. De garage is nog niet open of daar hoor ik weer "Mamma!!"
Als ik kom kijken - en ik liep snel hoor deze keer - is de slang al dood. Het karton met de stenen liggen nog netjes op het putje. "Waar zat-ie?" vraag ik verbaasd. "Hier, naast het karton, hij heeft toch een gaatje gevonden." De dode slang beweegt nog een beetje, dat doen ze altijd. Voor de zekerheid geeft Jonathan hem nog even een mep. "Zeg, ik dacht dat jij een dierenbeschermer was" zegt Matthijs, want Jonathan praat vaak over dieren. Jonathan kijkt naar de slang en naar de stok en weer naar de slang en dan weet hij het antwoord: "Ik ben ook een mensenbeschemier" zegt hij.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief