Boekbespreking
1991-10-11
Absalom. mijn zoon. mijn zoon!- Jaargang 35
- nummer 21
Ds. E.A. de Boer. Absalom, mijn zoon, mijn zoon! Oosterbaan & Le Cointre, Goes 1990. f 19,50.
Ds. De Boer, predikant van de Vrije Geref. Kerk in Pretoria (voorheen predikant van de vrijgemaakte kerk te A'darn-Z) heeft in dit boek zijn ervaringen als jong predikant in Amsterdam verwerkt. M.n. de problematiek van de verlating en vervreemding van de kerk komt er in naar voren, wat er toe geleid heeft, dat hij met een kritische blik in de eigen keuken is gaan kijken.
Kritisch en tegelijk met liefde voor de kerk, die hij dient.
'Het is in alle opzichten een eerlijk boek. Een boek, waarin de herkenning je tegemoet komt. De vaak (ten onrechte) hoog opgetrokken kerkmuren blijken heel wat openingen te bevat- .
ten. Wat scheidt is niet onoverkomelijk, wat verbindt gaat daar boven uit.
Ult heel het boekje komt als Leitmotiv naar voren: we staan voor hetzelfde.
De geweldige uitdaging om kerk te zijn in deze wereld. En tegelijk is de schrijver eerlijk naar de eigen kerkelijke gemeenschap toe. Hij is er trots op gereformeerd = vrijgemaakt te zijn, steekt dat niet onder stoelen of banken, (ik wilde wel dat wij eens wat meer trots waren op ons ned. geref. zijn, zonder triomfalisme, we staan toch voor iets!), maar durft het ook aan het eigen erf te doorlichten en te kritiseren, zij het meer door vragen te stellen dan antwoorden te geven. Op zich heb ik dat als verfrissend ervaren.
Er worden geen al te grote stelligheden gedebiteerd, maar nuchter en bescheiden worden problemen aan de orde gesteld. De schrijver geeft er blijk van te houden van de mensen met wie hij in het pastoraat te maken krijgt en dat geeft aan dit boek warmte.
De schrijver snijdt een aantal onderwerpen aan. De pijn, die familieleden voelen, wanneer één van hen de kerk de rug toekeert. De opvoeding.
Gereformeerd-zijn in een veranderende tijd. De kerkelijke verdeeldheid.
De emancipatie van de vrouw, waarbij de schrijver een pleidooi voert om het huwelijksformulier te herschrijven m.h.o. op de veranderde plaats van de vrouw in onze samenleving. Hij vraagt ruimte voor de zusters om in de gemeente werkzaam te zijn als pastorale en diakonale werksters, al had hij van mij nog wel een paar stappen verder mogen gaan. Hij wijst experimenten in de liturgie niet bij voorbaat af, plaatselijk mag er best iets van de grond komen, als het naderhand maar kerkelijk geijkt wordt.
Veel van wat in het boek aan de orde komt is niet nieuw. Wat binnen het verband van de vrijgemaakte kerken leeft, leeft ook bij ons. En dan zie je, dat je veel gemeenschappelijk hebt.
Dat het front niet tussen ons in ligt, maar datje samen aanéén en dezelfde frontlinie ligt, waarbij je elkaar nodig hebt, elkaar leert en korrigeert.
Het is m.n. de toon, die het doet. Dat heeft me veel plezier gedaan. Het is een verademing vergeleken bij wat we van vrijgemaakte zijde wel eens over ons heen hebben gekregen. Hier proef je dezelfde Geest, hier voel je de herkenning, hier bemerk je dezelfde worsteling om het behoud van de kerk, de kudde van de Here Jezus. '