Persschouw
1991-10-11
Lijden aan de kerk- Jaargang 35
- nummer 21
Over dat onderwerp schreef de bekende chr. geref. predikant Dr. T. Brienen in 'De Variant' van het 'Nederlands Dagblad' d.d. 7 september 1991.
Wij nemen daarvan hierbij een gedeelte over om vervolgens enkele opmerkingen van onze kant daaraan te verbinden.
Variaties in hel lijden áán de kerk
Het.Iijden áán de kerk is bij deze en gene verschillend. Er bestaan variaties en soorten van dit lijden. Ik wil er een aantal noemen, waarbij de mogelijkheid open wordt gelaten dat er nog.
meer soorten bestaan. Het is een eerste in-kaart-brenging ervan.
Te denken valt dan aan het lijden aan de gescheurdheid van de kerk. Ik ken - al zijn het er niet zovelen! - die innerlijk stuk zijn van de verdeeldheid der kerken, van de gescheurdheid van het lichaam van Christus en het afzonderlijk optrekken van de kudde Gods.
Ze wenen over de 'breuke Israëls'.
Velen kunnen kolommen vullen ter verdediging van deze gescheurdheid, maar anderen lijden er verschrikkelijk onder. Dit lijden wordt nog vergroot door het gevoel door medechristenen hierin niet begrepen te worden. Het kan je zelfs kwalijk genomen worden, dat je zo in vlam staat voor de eenheid van Christus' Kerk. Deze lijders ontmoeten zo bij hun verdriet nog veel onbegrip en weerstand in eigen en andere kerken en liggen gauw Uit de gunst bij kerkleiders en kerkvolk. Het is echter een lijden naar Gods wil.
Het lijden áán de kerk kan ook de gestalte aannemen van een lijden aan de verdeeldheid in eigen kerk of gemeente.
Er zijn heel wat kerkleden en ambtsdraqers. die smart kennen over de groepsvorming in eigen kerken. Zij hebben de verdeeldheid onder elkaar nog altijd niet aanvaard, kunnen dat niet en willen dat ook niet, al zijn er .
die zeggen dat dat maar het beste is.
Men moet er mee zien te leven en van te maken wat men kan. Daar zou zelfs een bepaald charisma voor te boek staan. Wie die weg opgaat, zou weleens van dit lijden aan de onderlinge verdeeldheid, het onderlinge wantrouwen en het elkaar afschrijven, bevrijd kunnen worden, maar bij anderen lukt dat niet.
Dat er verscheidenheid tussen plaatselijke kerken en tussen leden van de ene gemeente is, dat is bijbels en daarmee is te leven, maar gescheidenheid doet pijn. Gesloten kansels, afgebakend beroepingswerk, gescheiden bladen, gescheiden ontmoetingsdagen, dat alles doet lijden áán de kerk. Maar wie ontfermt zich over deze leden?
Een andere gestalte van lijden áán de kerk is het lijden het niet voluit bijbels functioneren van eigen kerk. De kerk lééft niet. Er is ingezonkenheid. Er gaat geen warmte en bewogenheid van uit! De werfkracht van de kerk is weg. de onderlinge dienst in liefde en hulpvaardigheid functioneert niet. Dat kan ook het geval zijn met kerkelijke vergaderingen. Het zingt, bruist en stuwt niet op deze vergaderingen, in de besluiten die worden genomen en in de handelingen, die plaatsvinden.
Men heeft het gevoel, dat er meer afgeremd wordt dan gestimuleerd en geactiveerd. Dat heeft zijn weerslag in de plaatselijke gemeente. De bijbelse blijdschap ontbreekt. De groei in kennis van Jezus Christus en eigen zonde stagneert. De zekerheid onder de kerkleden wordt zeldzaam. Het is en blijft alles zo mat en lauw. Het kerkelijk leven kabbelt wat voort, maar het elan, de toekomstverwachting, de diaconale bewogenheid over de hedendaagse noden worden niet merkbaar.
Stokt alles in formalisme en orthodoxisme? Waar is het volijverigzijn in goede werken? Waarom staat de hof van Jezus' kerk niet in uitbundige bloei voor haar Meester? Er zijn kerkleden en ambtsdragers, die hieronder lijden. Ze hebben er hun energie ingeworpen, maar er komt geen verbetering. Dat gaat hen aan hun hart. Ze worstelen ermee, tot aan de troon van God.
Er zijn ook kerkleden en ambtsdragers, voor wie het lijden áán de kerk nog een extra dimensie heeft gekregen door wat zij persoonlijk van hun kerk hebben ondervonden. Ze vonden geen begrip, geen echt broederlijke overweging van van wat zij naar hun diepste overtuiging naar de Schriften konden, soms ook moesten zeggen, schrijven of doen ..Er is twijfel gezaaid aan hun trouw aan de Schriften, aan hun gereformeerd zijn of zelfs aan hun toebehoren tot de Heiland. Men is hardhandig aangepakt, flink aan de kant gezet of listig uitgerangeerd. Hun diepste bedoelingen zijn miskend. Dit lijden kan tot ernstige, zelfs levenslange verbittering leiden. Hier en daar brak men met eigen gemeente of kerk.
Men is zo verwond dat alle vertrouwen in kerken, kerkmensen, kerkelijke vergaderingen werd opgezegd.
Men gaat vereenzaamd zijn weg. De wonden blijven schrijnen de jaren door en wie ziet naar hen om!
Ja, het lijden aan de kerk, wie ontkomt eraan als hij betrokken is in geloof en liefde op de gemeente als het lichaam van onze Here Jezus Christus? Het is een duidelijk en tastbaar gevolg van de gebrokenheid van het aardse bestaan vanwege de zonde. Die zonde raakt direkt de omgang met God en de kommunikatie met de medemens. Wie kerk zegt, zegt gemeenschap. Daarom blijft die kerk niet buiten schot, maar draagt zij als aparte gemeenschapsvorm de lasten van de oorspronkelijke verstoring van de verhouding tot God.
Maar wanneer de kerkgemeenschap werkelijk funktioneert zal men ontdekken, dat binnen haar grenzen iets van dat lijden wordt overwonnen. Immers binnen die kerkgemeenschap kent men de sanerende kracht van de verkondiging van het evangelie en ervaart men de heilzame uitwerking van het medicijn van het gebed!
Maar er is nog iets anders in dit verband te noemen. Misschien vaak onbewust proberen allerlei mensen ook in onze kring het lijden aan de kerk te verzachten door zich erg sympathiek op te stellen tegenover hen, die onze kerken menen te moeten verlaten om zich elders aan te sluiten. Men toont begrip voor hun keus en wuift hen met een zegenformule uit. Het klinkt misschien erg strak en ware-kerk-'ideeachtig, maar ik heb daaraan nooit meegedaan en zal er ook niet aan meedoen. 0 zeker, ik heb de zegen van de Almachtige niet in mijn zak. En het oekumenisch karakter van die zegen misken ik niet. Maar waar ik de broeders en zusters in de Here heb vermaand zich niet aan de.gemeente te onttrekken, omdat er nog steeds de prediking naar de norm van Schrift en belijdenis plaatsvindt, ga ik bij hun vertrek als pastor niet doen alsof het om het even is bij welke kerkgemeenschap men behoort. Dat leidt tot een vervaging van het kerkbesef en bevor- .
dert het kerkelijk denken niet. Ik heb dan in dit kader niet in de laatste plaats onze jongeren op het oog. Wanneer hun liefde tot onze kerken wordt versterkt zal het een zegenrijk effekt hebben nu en in de toekomst!
Enschede, O. Mooiweer