Vrijmetselaars in Schodand

1991-10-25
  • Jaargang 35
  • nummer 22
Zoals we reeds schreven gebruiken zowel Maltezer als Johanniter Ridders als de Tempelieren symbolen, die op de Bijbel teruggaan. En geen wonder, waar hun oorsprongen liggen in de wens: het christendom te verdedigen, het heilige land en de heilige plaatsen te beschermen tegen de oprukkende Turken.

Hun gemeenschappelijk herkenningsteken is dan ook het kruis van Jezus, zij het gestyleerd tot een eigen huismerk.
Hierbij valt op, dat meest naar het nieuwe testament wordt teruggegrepen: de barmhartige Samaritaan, de wapenrusting des geloofs, de arenastrijd, de binding aan Johannes de Doper inclusief bekering en koninkrijk Gods, de broederschap, de gelijkheid voor God; maar ook het streven om te groeien in geloof en goede werken, niet achteraan te komen, maar voorbeelden te zijn.

De Tempelridders echter gingen, ook met hun bijnaam, mede terug naar het oude testament, naar Salomo. En dit element is wat hen reeds oppervlakkig verbindt met de Orde der Vrijmetselaars.

Vrijmetselaars
Waarschijnlijk vindt u het absurd, de Vrijmetselarij (fr. Maçonnerie, eng. Freemasonry) in dit goede blad aan de orde te zien stellen. Die geheimzinnige orde ligt zo ver van ons bed, is omhuld door zoveel ongunstige geruchten, zelfs verdacht gemaakt door veelvuldige laster, dat we er het liefst aan voorbij gaan. Zoals de farizeeër aan de tollenaar voorbijging: ik dank U dat ik niet zo ben. Vrijmetselarij werd verward met de Vrijdenkerij Atheïsme!

Toch. De vrijmetselaars gebruiken in hun liturgie symbolen, die ons vrijwel alleen uit de Bijbel bekend zijn. Ze gaan er van uit, dat deze wereld vernieuwd gaat worden en ze voegen zich daartoe als medewerkers onder de 'Bouwmeester van het heelal'. Ze zien de herstelde wereld gesymboliseerd in de wederoprichting van Salomo's tempel, waarbij zij steenhouwers en metselaars zijn. Het huis waar God wilde wonen, de 'vaste plaats van zijn woning', is symbool voor deze aarde, die alleen door recht en gerechtigheid vernieuwd wordt. Zelf beschouwen ze zich als ruwe steen, die behouwen en gepolijst moet worden.

Zijn ze door deze periode heen dan komen de leden via de trappen van leerling, gezel en meester tot een graad, waarbij ze als 'levende stenen' in het bouwwerk hun plaats innemen.
Godloochenaars kunnen nimmer als lid in aanmerking komen; integendeel, de orde verwacht van elk harer leden een fundamenteel Godsgeloof, waarbij ieders persoonlijke overtuiging of nuance verder gerespecteerd wordt; hoewel de orde zelf geen enkel dogma aanhangt *.

Het belangrijkste maçonnieke wetboek van de oudste Grootloge, in 1723opgesteld door een Schotse presbyteriaanse geestelijke, James Anderson, geeft ieder lid het recht, zelfstandig naar de Waarheid te zoeken. In haar streven een kring van trouwe vrienden te vormen, gezamenlijke idealen van wereldvernieuwing na te jagen, komt de vergelijking met de eerste christengemeenschappen op. Wij kunnen als kerkmensen het ontbreken van belijdenisschriften wellicht moeilijk pruimen (gehecht als we zijn aan een veelheid van dogma's) - het zwaarste zou mogen wegen: dat de naam van Jezus Christus, de zaligmaker der wereld, niet uitdrukkelijk wordt genoemd; hoewel zeker niet uitgesloten, zelfs individueel volledig erkend. De Vrijmetselarij zoekt geen levensbeschouwing, maar levenshouding, levenskunst.
Onder de reeds aangekondigde symbolen van de Vrijmetselarij komen voor: de twee zuilen Jachin en Boaz (1 Kon. 7:21), de zeven treden naar de tempel, het plein, de Oostpoort; en daarbij het paslood, de troffel, de rechthoek en de passer.

Geschiedenis
Men heeft bij gebrek aan bronnen lange tijd de Vrijmetselarij gezien als de voortzetting van oude Orden, waaronder de Tempeliers worden genoemd (niet ontkend). Sedert 1839 is een archief van manuscripten geopend, waaruit blijkt dat de Orde in de tweede helft van de 14e eeuw uit diverse ambachten is ontstaan, en wel in Groot-Brittannië. Die ambachtslieden gebruikten woorden als loge (Iodge, bouwkeet), leerling, gezel, meester enz.

En nu we midden in de 14e eeuw zitten denken we natuurlijk terug aan de steenhouwers, die vanaf die jaren rondom Loch Awe in Schotland hebben gewerkt. De laatsten behoorden tot de tempelridders. Hebben de tempelridders zich - althans buiten Schotland - in de Johanniter Orde begeven, en is een deel van hen in een nieuwe (geheime) orde overgegaan?

De vraag ligt voor de hand. De data kloppen, de spraak klopt. Want van toen af hielden de tempelridders op, naar buiten op te treden, vogelvrij als ze waren in elk christelijk land. Maar de oude idealen: kruistochten houden, de pelgrims beveiligen, de opbouw van een vrij en christelijk Palestinawerden vervangen door onderlinge bemoediging en correctie, geheime rituelen, goede werken achter de schermen, opbouw van een vernieuwde aarde - alles in de vrijmetselarij.
De arme ridders van Salomo werden nu de herbouwers van Salomo's tempel, die gemaakt was naar Goddelijke blauwdruk. De stoffelijke rijkdom was vervangen door geestelijke rijkdom.

De theorie dat de vrijmetselaars de voortzetting vormen van de tempelridders van Salomo vindt meer gronden.
De Scottish Rites (Schotse Ritualen) gelden als de oudste Grootloge ter wereld. Vandaar uit kwam de orde in Engeland en naar het Continent. En nog vandaag is de vrijmetselarij in Schotland rijkelijk aanwezig. In ons dorpje Dalrnallybezochten we de stationschef thuis: aan de muur hing zijn graad in de zoveelste loge, ingelijst. In het naburige Taynault staat een gebouw, dat als loge nummer zoveel is aangeduid. Zonder geheimzinnigheid.

In de geschiedenis van Schotland lieten de Vrijmetselaars van zich horen: bij de Jacobite-opstand van 1745 speelden ze een grote rol. Door de Scots Guards, lijfwacht van de Franse koningen, kwam de orde in Europa.

En in het Kilmory-museum aan Loch Awe wordt tussen de grafstenen van tempeliers tenminste één steen gevonden, die zowel de geharnaste ridder, als het tempelierskruis, als de rechthoek van de vrijmetselaars aangeeft.
Elders, in Killean, biedt een steen zowel rechthoek en passer, als een zeilend tempeliersschip, als een zandloper.

Goed getuigenis
Mensen die recht en gerechtigheid najagen, geloven in ons aandeel in een wereldvernieuwing, die vriendschap wensen, zoeken naar wat mensen en volken verenigt - ze kunnen niet met lasterpraat worden afgedaan.
Ze leven in een bewustzijn van een allesverbindende broederschap. Hoewel zelfs de laatste eeuwen enkele pauselijke uitspraken tegen deze Orde gedaan zijn, werden deze alle teruggenomen.

De Nederlandse afdeling (genaamd Orde van het Grootoosten der Nederlanden) bestaat sedert 1734 en deed veel op sociaal gebied: bij rampen en voor gehandicapten, ook in de politiek.
Behalve dat vele Britse en Duitse vorsten lid van de Vrijmetselaarsorde waren, kunnen voor ons land genoemd worden: koning Willem II en zijn broers prinsen Frederik en Alexander (die beiden Grootmeester waren).
Voor de Verenigde Staten zijn dat de presidenten Washington, Truman en Aoosevelt. Voorts noemen we: Goethe, Lessing, Haydn, Mozart, Liszt en Willem Pijper.

Persoonlijk wil ik hier tenslotte aan toevoegen, dat ik in 50 jaar in totaal vijf vriendschappen sloot met nobele mannen, die later bleken vrijmetselaar te zijn: vrienden voor het leven.

*) in de Bijbel komt het woord dogma slechts 1 maal voor, en wel in de mond van een heidens keizer, zie Luc. 2: 1.

Literatuur: Winkier Prins Ene. - Baigent & Leigh 'The Temple and the Lodge' - Wm Mac-Kerracher in Scots Magazine, Juni 1991 - 'An Inventory of the Ancient Monuments', vol. I Kintyre en vol. 11 Lorn.

naschrift
Op 27-9 vroeg ik naar de herkomst van de naam Tempeliersstraat in Haarlem.
Onze eigen historicus dhr. D. van BaaIen te Zoelen wist op slag het antwoord te geven. "Omstreeks 1311 stichtten de Tempelieren, wier orde echter al in 1312 werd opgeheven, een klooster ten zuiden van de stad, waaraan de Tempeliersstraat herinnert.
Belangrijker was de nederzetting van St. Jansridders aan de Jansstraat, die in 1310 in Haarlem kwamen". (Ontleend aan dr. G.H. Kurtz, destijds archivaresse van Haarlem, in haar 'Beknopte Geschiedenis van Haarlem 1942').

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief