Voor de kinderen

1991-10-25
  • Jaargang 35
  • nummer 22
Post uit Rwanda
Broeken kopen
"Brr zegt Jonathan bij het ontbijt, ik heb het koud". Hij heeft wel een trui aan, maar een kórte broek, net als altijd. "Nou, dan trek je een lange broek aan" zeg ik. "Ba nee, daar kan ik niet mee rennen, lange broeken zitten vervelend.". "Denk eens aan al die arme kindertjes in Nederland, zeg ik, die lopen het grootste gedeelte van het jaar in lange broeken". Daar heeft hij niet van terug. "Trek je spijkerbroek aan". "Nee, die zit niet lekker om mijn middel". "Die met die ruitjes dan." "Maar die zat in Nederland al niet lekker meer." Veel anders heeft hij ook niet, want zelfs twee broeken die je nooit aantrekt is al teveel. "Ik wou dat ik een trainingsbroek had, die zitten lekker." "Ja, ik ook", roept Matthijs meteen, jongens van mijn klas hebben altijd trainingsbroeken aan."
"Ik wil er best eens naar kijken", zeg ik. "Meteen vandaag?" roepen ze in koor. Vooruit, waarom niet, het is vakantie.
Er zijn hier geen winkels waar je zoiets kunt kopen. We gaan naar de markt. Daar zijn wel vier hele lange tafels met tweedehands kleren uit Europa. Er ligt van alles, sokken en zwembroeken, en jurken en overhemden.
Zelfs skipakken en beremutsen.
Die worden gekocht ook. Dan loopt er iemand door de hitte met zo'n beremuts op. Wij zoeken trainingsbroeken.
Alles kijken we langs en we vinden er 6, allemaal bij dezelfde koopman.
"Deze!" roept Jonathan. "Wacht.. nee, kijk daar zitten nu al gaten in. Deze misschien .. nee, die is veel te lang en de andere ook." Wat een pech er zijn echt geen andere broeken, we lopen maar weer weg. En dan krijg ik opeens een idee. Ik had het natuurlijk eerder kunnen bedenken maar beter laat dan nooit. "Zeg, ik kan er natuurlijk een stukje afknippen". "Hé ja!" We lopen weer terug. Ja, de wijdte zal zal wel goed zijn. Nu de prijs nog. "Wat kost deze?" vraag ik in het kinyarwanda, want als ik het in het frans vraag is het altijd duurder. "Zevenhonderd frank", zegt de verkoper. "Welnee, zeg ik, driehonderd". "Aiaiai, zegt de verkoper dat is veel te weinig." "Nou ja", zeg ik en hang de broek weer op. De verkoper pakt hem weer van het haakje "vijfhonderd", zegt hij. "Vierhonderd", zeg ik. "Oké, zegt de verkoper.
"Joepi!!" roept Jonathan. En nu heeft hij een trainingsbroek, er moet nog wel een stukje af maar ja, nu zit ik een stukje te schrijven i.p.v. te naaien.
En als je moeder per sé weten wil hoeveel die broek nu kostte in Nederlands geld dan zeg je maar: ongeveer f 5,-.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief