Persschouw
1991-10-25
Student en kerk- Jaargang 35
- nummer 22
Drs. B. Luiten, Vrijgemaaktgereformeerd predikant te Zwolle, merkt in het 'GEREFORMEERD KERKBLAD' - (Wekelijks orgaan ten dienste van de Geref. Kerken in Overijssel, Gelderland, Utrecht, Nrd-Holland en Flevoland) - op, dat studerenden vaak niet van plan zijn kerklid te worden in de plaats waar zij studeren. Zij zeggen dan, dat dat geen zin heeft. Ze zijn daar immers al/een maar door de week, gaan iedere vrijdag naar huis en gaan dáár naar de kerk.
Dit roept verschillende bezwaren op.
Vandaar, dat kollega Luiten er terecht het volgende aan toevoegt:
Komen ze alleen maar studeren, een hoeveelheid kennis opdoen? Wie dat denkt, vergist zich enorm. De studentenjaren zijnvooral ook een periode, en vaak een beslissende periode, van vorming. Ze komen op een nieuwe manier in aanraking met alle facetten van het leven, ze ontmoeten tal van anderde levensvormen envertuigingen, en vaak is de confrontatie heel intensief. Ze krijgen zoveel nieuwe indrukken, dat ze niet zelden zich kritisch gaan opstellen ten opzichte van hun eigen opvoeding en het daarin meegekregen gedachtengoed.
In die maalstroom worden ze tegelijkertijd geacht volwassen te worden.
Ze moeten hun keuzes gaan maken, niet alleen ten aanzien van wat goed of slecht is, maar ook met het oog op de besteding van hun leven, hun plaats in de samenleving.
Prof. Klapwijk heeft daar in zijn boekje een boeiend verhaal over geschreven.
Bij hem kunt u ook lezen, hoe doorslaggevend voor heel het verdere leven de studententijd vaak is.
Welnu, stelt u zich de situatie dan eens voor, dat gedurende heel de studententijd de kerk en het kerkelijk leven van maandag tot en 'met vrijdag afwezig zijn. Kunt u dan raden, wat daarvan het risico is? Wie zo zijn kind laat gaan, plaatst het in een prima uitgangspositie om in die turbulente studententijd kerkelijk tussen wal en schip terecht te komen. Want de keuzes worden wel gemaakt, alleen de kerk staat daarbij dan op een afstand, die is er alleen op zondag, ergens ver weg. Terwijl men zelf gekozen heeft voor een zondagslidmaatschap, klinkt na verloop van tijd zomaar ineens de vraag: wat betekent de kerk eigenlijk voor mij? In dat stadium gaan de verwijten en klachten dan vlot over tafel, men voelt zich kerkelijk niet meer thuis. De band met de 'thuiskerk' is toch losser geworden in de loop van de tijd, en de plaatselijke kerk is een onbekende grootheid gebleven.
Wie vangt hen dan op?
Dan komt vervolgens het moment, dat de attestatie wél wordt opgevraagd, maar dan met de bedoeling om hem nergens meer in te leveren. Dat is de manier om met stille trom te vertrekken.
Dit schrijf ik niet met de bedoeling een negatief totaalbeeld te schetsen. En ook niet om te beweren, dat het altijd zo gaat of moet gaan.
Maar ik wil u wel onder de aandacht brengen, dat het zo gebeurt, en dat het juist ook jongeren betreft van wie de ouders het nooit gedacht hadden.
Uit ervaring in Enschede weet ik hoezeer helaas het geschetste beeld aan de werkelijkheid beantwoordt. De kerkeraad van de universiteitsstad is niet geïnformeerd ondanks de herhaalde oproep in verschillende bladen om toch vooral de adressen door te geven. Bij verschillende jongeren verbleekt dan de belangstelling. Men groeit van de kerk af. De band aan de christelijke gemeente heeft invloed op de beleving van het geloof. Daarom dienen ouders en kerkeraden attent en alert te zijn! Het gaat om schapen van de kudde van Christus! Waar het pastoraat wordt ingedamd of op non-aktief wordt gezet, wordt de kudde aan levensgrote gevaren blootgesteld.
Want de wolf zit niet stil. En het beschermen van de schapen en lammeren tegen de aanval van de wolf behoort tot de inzet van de strijd tegen de sekularisatie!
Enschede, O. Mooiweer