Na vijfentwintig jaar (1)

1991-11-08
  • Jaargang 35
  • nummer 23
Ongeveer 25 jaar geleden verscheen de 'Open Brief aan de Tehuisgemeente in Groningen'. Deze brief, ondertekend door 25 belijdende leden van de vrijgemaakte kerken, w.o. 19 predikanten is de aanleiding geweest tot de buiten-verband-zetting van zo'n 28.000 doop- en belijdende leden, die zich daarna hebben verenigd in de Nederl. Geref. Kerken.
Het is niet mijn bedoeling breed in te gaan op de inhoud van deze brief maar op de vraag van veel jongeren uit de vrijgemaakte en uit onze kerken waarom die brief altijd weer ter sprake komt en het struikelblok blijft bij pogingen om de geslagen breuk te helen.
We leven in het heden en in andere tijden, zo wordt gezegd. Het was mij in de jaren van de scheuring een lief ding waard geweest, wanneer het op een of andere wijze zou zijn gelukt de brief uit de kerkelijke discussie te krijgen, maar een gesprek daarover bleek niet meer mogelijk.
De voorstelling is gewekt dat de brief een soort tractaat of program tot reformatie van de kerken bedoelde te zijn.
Zo schrijft W.G. de Vries: Op 31 october - niet zonder bedoeling op de Hervormingsdag! - verscheen een Open Brief, zie: de Vrijmaking in het vuur, pg. 63.
Nu is die datum door de uitgever boven de tweede druk van de brief gezet, maar heeft bij de opstelling van het stuk geen rol gespeeld. De woorden van dr. de V. zijn tekenend voor de vertrouwenscrisis van die dagen, die nog steeds voortduurt. In de jaren 1963 e.v. was er grote beroering in de kerken rond de schorsing van ds. A. van der Ziel in Groningen Zuid. Deze predikant had deelgenomen aan een samenspreking met leden van de Geref.
Kerk (syn) ter plaatse en werd na een lange procedure door de kerke raad van Groningen Zuid daarom schorsingswaardig bevonden. In onze goede, oude Dordtse K.O. is bepaald dat voor de schorsing van een dienaar van het Woord een instemmend, voorgaand oordeel van de naburige gemeente vereist is. De naburige gemeente Groningen Noord gaf geen instemmend oordeel, zodat er niet geschorst kon worden. Vervolgens wendde de kerkeraad zich tot de classis Groningen en toen ook deze vergadering weigerde akkoord te gaan met de schorsing besloot de kerkeraad in eigen verantwoordelijkheid ds. v.d. Z. te schorsen. Het was vooral deze eigenmachtige handeling, in strijd met de voorschriften van de K.O. die brede verontrusting in de kerken teweeg bracht.
Op de synode van de Geref. Kerken (vrijg.) van Rotterdam Delfshaven,die een uitspraak moest doen over de talrijke bezwaarschriften tegen deze schorsing ingebracht bleek hoe groot de verdeeldheid in de kerken was toen de bezwaren met 14 tegen 13 stemmen werden afgewezen.
De scherpte van de tegenstellingen bleek toen de praeses van de synode dit 'besluit' aanstonds bekrachtigde met gebed en schriftlezing, met als gevolg dat 12 afgevaardigden na al wat zich had afgespeeld, niet verder konden en toen zij geen gehoor vonden, tenslotte door de praeses de vergadering zijn uitgeleid.
De gemeente-leden in Groningen Zuid die geen verantwoording voor de schorsing van hun predikant wilden dragen bleven hem trouwen noemden zich Tehuisgemeente.
Nadat de synode met de schorsing akkoord was gegaan en de afzetting van ds. v.d. Z. volgde, kwamen deze broeders en zusters in grote moeiten en dreigden te vereenzamen. Zij deden een beroep op de kerken om medeleven en hulp. De Open Brief is een reactie op die vraag om hulp. In die brief werd partij gekozen voor ds. van der Ziel en werden gangbare meningen over de verhouding tot andere kerken afgewezen.
Wat bewoog nu de broeders die het initiatief tot de brief namen en wat bewoog de ondertekenaars.
Nu vormden zij die de brief tekenden geen bepaalde groep met alle dezelfde inzichten. Niet allen, die aan de voorbereidende besprekingen hebben deelgenomen, hebben getekend en anderen die er niet aan deelnamen, weer wel. Voor de beweegredenen zijn we daarom aangewezen op de tekst van de brief.

Beweegredenen
Ik citeer nu enkele weinig bekende zinsneden uit de brief. "We willen u (de Tehuisgemeente) blijven vasthouden in onze kerken, door duidelijk onze gemeenschap met u vanuit het verband der Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken te betuigen." "Gelijk de apostel Paulus eens ten koste van alles de Joden-Christenen en Heiden-Christenen wilde vasthouden, zo voelen wij ons gedrongen U als Tehuisgemeente én onze vrijgemaakte kerken vast te houden. En slechts zij zullen ons verliezen die ons in deze van zich stoten of ons verlaten". "Mocht u er toe overgaan U afzonderlijk met de synodaal- Gereformeerde Kerken te verenigen ... dan zullen wij ook u niet kunnen vasthouden op de wijze als wij eerder aangaven" ... Want wij begeren geen beëindiging van afzonderlijk kerkelijk leven, tenzij God ons anders aanwijst". Wanneer we nu de strekking van de brief in het oog houden valt na 25 jaar te constateren dat hij zijn doel heeft gemist, want de broeders die het verzoek deden en ds. v.d. Z. hebben zich na enige tijd 'herenigd' met de Geref. Kerken (s). Ik wil daar geen hard oordeel over vellen, want er komt na al die procedures een eind aan het uithoudingsvermogen, maar de ondertekenaars van de brief kregen te horen: "Dat dit er dik inzat". Tot overmaat van ramp ging een aantal ondertekenaars later over naar de Geref. Kerken (s) en speelde daarmee de 'tegenstanders' in de kaart.
Zo schoot de brief zijn doel voorbij en kon dus naar het archief, ware het niet dat hij een eigen leven ging leiden; daarover later.
Eerst moet worden vastgesteld dat niet werd opgeroepen tot kerkscheuring of tot het vormen van zg. vrije kerken. De brief had zelfs hoogkerkelijke trekken in de nadruk die gelgd werd op het kerkverband.
Het was beslist niet de bedoeling het aantal gereformeerde kerken met één te vermeerderen; integendeel het was een pleidooi voor openheid naar andere kerken en christenen en een oproep om breuken te helen.

Het eigen leven van de O.B.
Blijft de vraag waarom de Open Brief tot vandaag toe het grote struikelblok is bij pogingen tot toenadering tussen de vrijgemaakte kerken en de onze.
Nu moet ik een lang verhaal kort brengen.
In 1967kwam in Amersfoort een generale synode bijeen. Het was een tijd vol moeiten en spanningen in de kerken. De Open Brief moest het ontgelden in allerlei artikelen en brochures, maar uit de kerken was geen verzoek aan de synode gericht om een uitspraak over de inhoud van de brief.
De Part. Synode van Noord Holland vaardigde ds. B.J.F. Schoep af; hij had een belangrijk aandeel in het stellen van de O.B. Na de opening van de synode werd een vertrouwelijke instructie van de Part. Syn. van Drente ingediend, waarin werd voorgesteld afgevaardigden die door publicaties blijk zouden hebben gegeven af te wijken van de belijdenis, daarop aan te spreken. De synode ging hier op in; nam de aanklacht tegen ds. S. in behandeling en zond deze, door de kerken van N. Holland afgevaardigde predikant, uit de vergadering heen uit kracht van de belijdenis der waarheid.
De heenzending ging gepaard met uitspraken over de Open Brief, waarin allerlei afwijkingen van de belijdenis werden geconstateerd. Hoewel de ondertekenaars van de O.B. de verklaring van de synode in alle toonaarden verwierpen, ging de uitspraak fungeren als was het een stuk van de belijdenis, te vergelijken met de verwerping van dwalingen in de Dordtse Leerregels.
Het blad Kerk van oktober citeert de vrijgemaakte P. Huizingadie een doctoraal scriptie over 'de buitenverbandkwestie' voorbereidt: de Open Brief heeft vooral gefungeerd als meetlat.
Ook in die gemeenten waar zij formeel geen rol speelde werd zij als zodanig gebruikt. Het 'voor of tegen' gold als criterium bij de vraag of iemand goed stond.' Het was zelfs zó dat predikanten, die bezwaren hadden tegen de O.B., maar de ondertekenaars niet schorsingswaardig achtten, buiten het kerkverband terecht kwamen. Zo ging door de handelingen van de synode de O.B. een eigen leven leiden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief